Wij van Keerpunt kwamen niet bij van het lachen. Per 1 januari 2027 mogen houders van Surinaamse diplomatieke en dienstpaspoorten, visumvrij naar Nederland, België en Luxemburg reizen. Minister Melvin Bouva van buitenlandse Zaken, presenteert het als een resultaat van overleg met zijn Nederlandse ambtgenoot Tom Berendsen. Maar terwijl de diplomatieke kringen reden hebben om de koffers alvast klaar te zetten, blijft voor de gewone Surinamer de vraag: wat schieten wij hiermee op? Laten we eerlijk zijn. Hoeveel Surinamers beschikken over een diplomatiek of dienstpaspoort? En hoeveel van hen moeten bij een buitenlandse reis, zelf de kosten dragen? Diplomatieke reizen worden regelmatig door de staat bekostigd, en de staat wordt uiteindelijk gefinancierd met belastinggeld. Voor een burger die maanden moet sparen voor een visumaanvraag, ticket en verblijfskosten, klinkt dit nieuws dan ook niet bepaald als een doorbraak. Het is eerder een verbetering van het reisgemak voor een beperkte groep. Daar komt nog iets bij. In Suriname is het bezit van een diplomatiek paspoort al langer onderwerp van discussie. De vraag wie daarvoor in aanmerking komen, en of het document uitsluitend wordt verstrekt aan personen die het daadwerkelijk voor diplomatieke doeleinden nodig hebben, verdient veel meer aandacht. Wanneer ook politieke loyalisten zo’n paspoort bezitten, zonder dat hun functie een duidelijke diplomatieke noodzaak heeft, ontstaat op zijn minst de schijn dat privileges belangrijker zijn geworden dan het doel waarvoor ze bedoeld zijn. Dat zijn serieuze vragen die transparantie verdienen. En dan de communicatie. Minister Bouva maakt bekend dat deze groep straks zonder visum naar de Benelux kan reizen. Prima, maar waarom moet dit worden gepresenteerd alsof het land een historische overwinning heeft geboekt? Het gaat om een regeling voor houders van specifieke paspoorten, niet om visumvrij reizen voor alle Surinamers. Wie de kop leest, zou bijna denken dat de wachtrijen bij de visumafdelingen binnenkort tot het verleden behoren. Helaas: de gewone burger moet voorlopig gewoon in de rij blijven staan. Bouva stelt dat Suriname zich blijft inzetten voor visumvrij reizen naar het Schengengebied en dat Nederland ondersteuning biedt. Ook wil hij op korte termijn een snellere afhandeling van aanvragen en visa met een langere geldigheidsduur. Dát zijn zaken die voor veel meer mensen verschil kunnen maken. Minder wachttijd, minder administratieve rompslomp en meer voorspelbaarheid bij aanvragen zouden een concreet resultaat zijn. Maar daarvoor is meer nodig dan een persbericht na een bilateraal gesprek. De minister zal dus moeten aantonen, wat zijn beleid daadwerkelijk oplevert. Welke nieuwe bilaterale afspraken zijn tot stand gekomen? Welke economische, handels- en diplomatieke voordelen heeft Suriname gerealiseerd? En welke concrete vooruitgang is geboekt op het gebied van visumfacilitering voor de gemiddelde burger? Dat zijn de vragen waarop de samenleving antwoord verdient. Vooralsnog lijkt het erop dat de rode loper vooral wordt uitgerold voor mensen die al over de juiste papieren beschikken.
De rest mag toekijken vanaf de stoep. Misschien moet het ministerie bij een volgende bekendmaking niet alleen vermelden wie straks gemakkelijker kan reizen, maar ook wat de gewone Surinamer eraan heeft. Want diplomatie is geen wedstrijd in het verzamelen van paspoortprivileges of fotomomenten met buitenlandse leiders. Het moet resultaten opleveren die verder reiken dan de vertrekhal van Zanderij.

