Suriname moet vóór de volgende evaluatieronde van de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) aantonen, dat het land witwassen, terrorismefinanciering en proliferatiefinanciering effectief bestrijdt. De vraag is, hoe de overheid de resterende werkzaamheden organiseert, de beschikbare middelen inzet en de uitvoering controleert. In mei waarschuwde de Suriname Economic Oversight Board (SEOB) voor de gevolgen van het stopzetten van de Anti-Money Laundering Project Implementation Unit (AML-PIU). Deze unit ondersteunde de uitvoering van het beleid, de risicobeoordelingen, de wetgevingsvoorbereiding en de coördinatie tussen betrokken instellingen. De AML-PIU bleef actief tot juli 2025. Volgens de SEOB werd de opgebouwde expertise daarna niet langer structureel benut en vergaderde de Anti-Money Laundering Steering Council (ASC) minder regelmatig met stakeholders. Inmiddels is een nieuwe Anti-Money Laundering Task Force (AML-TF) ingesteld, die rechtstreeks onder president Jennifer Simons ressorteert. Volgens het presidentieel besluit van 10 augustus 2026 ontvangt de voorzitter maandelijks SRD 100.000 aan onkostenvergoeding. De vier overige leden krijgen elk SRD 80.000. Inclusief de secretaris en twee secretariële medewerkers bedragen de vaste maandelijkse vergoedingen minimaal SRD 595.000.
Eventuele technische adviseurs zijn hierin niet opgenomen. De kosten worden gedragen door de begroting van het ministerie van Financiën en Planning. De taskforce moet openstaande verplichtingen inventariseren, wetgeving beoordelen, tekortkomingen signaleren en een stappenplan opstellen. Ook moet zij periodiek rapporteren aan de president. De omvang van deze uitgaven maakt inzicht in de prestaties noodzakelijk. Welke concrete resultaten moeten binnen de looptijd van de taskforce, van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2027, worden bereikt? Welke meetbare doelstellingen gelden voor de uitvoering en hoe wordt gecontroleerd of deze worden gehaald?
Transparantie over kosten, werkzaamheden en resultaten maakt het mogelijk de doelmatigheid van de inzet van publieke middelen te beoordelen. Tegelijkertijd heeft NDP-fractieleider Rabin Parmessar in De Nationale Assemblée aangegeven, dat nog negentien wetten vóór half januari moeten worden behandeld. Verschillende werkzaamheden zouden sinds 2021 en 2023 zijn blijven liggen.
De parlementaire behandeling moet daarom worden versneld. Het aannemen van wetgeving is echter niet hetzelfde als effectieve handhaving. Naast wettelijke bepalingen zijn uitvoeringscapaciteit, samenwerking tussen instellingen, toezicht en aantoonbare resultaten van belang. De CFATF-evaluatie in 2026 en 2027 richt zich mede op de effectiviteit van het nationale systeem. Daarom is er een overzicht nodig van alle betrokken commissies, task forces en andere organen, met hun bevoegdheden, onderlinge taakverdeling, kosten en resultaten. Ook moet duidelijk zijn, hoe de werkzaamheden van de voormalige AML-PIU zijn overgenomen en wie verantwoordelijk is voor de voortgang van het strategisch meerjarenplan. Suriname moet niet alleen aantonen dat achterstanden in wetgeving zijn weggewerkt, maar ook dat de regels daadwerkelijk worden toegepast. De internationale beoordeling vormt daarbij een toetsmoment. De structurele bestrijding van witwassen vereist een samenhangend beleid, duidelijke verantwoordelijkheden en controleerbare uitvoering. De noodzakelijke wetten moeten daarom met spoed, maar zorgvuldig worden behandeld en aangenomen, terwijl de uitvoering onafhankelijk en controleerbaar moet zijn en politieke beïnvloeding tot een minimum beperkt blijft, zeker omdat in eerdere CFATF-rapportages ook zorgen over de integriteit van politieke financiering en mogelijke betrokkenheid van politieke sponsors bij witwasrisico’s aan de orde zijn gesteld.


