Het is inmiddels een jaarlijks terugkerend patroon, namelijk het ontstaan van ontevredenheid, er volgen gesprekken, er worden afspraken gemaakt en uiteindelijk komt het openbaar vervoer, opnieuw stil te liggen. De bushouders voeren actie, reizigers zoeken naar alternatieven en de overheid probeert de situatie achteraf op te lossen. Maar wanneer leert het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) eindelijk van deze herhaling? Het is misschien heel makkelijk te zeggen, dat het uiteindelijk het ministerie van Financien is dat de betaling in orde moet maken, maar TCT moet opkomen voor de bussen, het vervoer valt onder TCT. De recente werkneerlegging van NVB-bushouders maakt duidelijk, dat de problemen rond de brandstofcompensatie nog altijd niet zijn opgelost. Volgens de Bond van Bus- en Boothouders in Suriname wachten vervoerders op de compensatie over maart tot en met juni 2026. Eerdere toezeggingen over betaling, hebben de onvrede niet weggenomen. Wat de situatie extra schrijnend maakt, is de verwarring over de administratieve afhandeling. Volgens bondsvoorzitter Cotino Finisie krijgt de bond bij het ministerie van Financiën te horen, dat een beschikking van TCT ontbreekt, terwijl vanuit TCT zou zijn meegedeeld dat de beschikking al is doorgestuurd. Intussen blijft de betaling uit. Dit is precies het soort bestuurlijke chaos, dat voorkomen moet worden. Een overheid bestaat niet uit afzonderlijke ministeries die alleen verantwoordelijk zijn voor hun eigen stukje papierwerk. Wanneer verschillende diensten samen verantwoordelijk zijn voor een betaling, moeten zij ervoor zorgen dat hun samenwerking coördinatie ondergaat. Het kan niet de taak van bushouders zijn om voortdurend tussen ministeries te pendelen om uit te zoeken, waar een dossier is blijven steken.
De gevolgen treffen bovendien meer mensen, dan alleen de vervoerders. Leerlingen, werknemers en andere reizigers die afhankelijk zijn van de staatsbussen, worden geconfronteerd met onzekerheid. Voor mensen die geen eigen vervoer hebben, is een stilgelegde busdienst, geen klein ongemak. Het kan betekenen dat zij niet op school of op hun werk kunnen komen. Dat maakt het des te opvallender en triester dat de overheid pas onder druk van acties, in beweging komt. Als afspraken niet worden nagekomen en termijnen telkens verstrijken, verdwijnt het vertrouwen in overleg. Dan wordt actie voeren voor betrokkenen een middel om überhaupt gehoord te worden.
TCT moet verder kijken dan het herstellen van de dienstverlening na iedere werkneerlegging. Er is behoefte aan een vaste procedure voor compensatie, duidelijke verantwoordelijkheden, controleerbare betalingstermijnen en één aanspreekpunt dat problemen daadwerkelijk oplost. Natuurlijk moeten ook vervoerders hun verplichtingen nakomen, en moet de overheid kunnen controleren of betalingen terecht zijn. Maar controle mag geen eindeloze vertraging veroorzaken.


