Jessurun wacht na vier jaar nog steeds op duidelijkheid over strafzaak

Xaviera Jessurun, voormalig kabinetschef van de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), zou aanvankelijk op 13 oktober 2026, duidelijkheid krijgen over haar juridische positie. Het Hof van Justitie heeft echter de uitspraak in haar bezwaarschriftprocedure uitgesteld tot 23 november 2026. Jessurun stelt dat de langdurige procedure haar professionele en persoonlijke leven ernstig heeft geschaad en dat haar materiële en immateriële schade, verder oploopt. Volgens een nieuwe verklaring van Jessurun, ontving haar raadsman gisteren om 16.15 uur een bericht van het Hof, waarin de nieuwe uitspraakdatum en de reden voor het uitstel werden meegedeeld. De beslissing zou gelijktijdig worden behandeld met de zaken van twee anderen, van wie de procedures volgens Jessurun, pas gisteren zouden zijn gestart.

Jessurun stelt dat haar onzekerheid hierdoor niet is verminderd. Volgens haar hangt de beslissing op haar bezwaarschrift mede af van de voortgang en proceshandelingen in andere dossiers. Zij zegt daarom weinig vertrouwen te hebben dat de nieuwe datum daadwerkelijk tot een uitspraak zal leiden. ‘’De datum is gewijzigd. Mijn werkelijkheid niet”, schrijft zij.

Uitspraak opnieuw uitgesteld

Tijdens haar laatste persoonlijke pleidooi op 24 augustus 2026 zou volgens Jessurun zijn meegedeeld, dat het Hof op 13 oktober om 13.30 uur uitspraak zou doen. Eén van de drie rechters zou daarbij hebben opgemerkt, dat de zaak inmiddels lang genoeg had geduurd. Voorafgaand aan de aangekondigde uitspraak, kreeg Jessurun echter bericht dat de beslissing tot nader order was uitgesteld. Een nieuwe datum en een toelichting ontbraken toen nog. Inmiddels is 23 november vastgesteld als de nieuwe datum. Jessurun stelt dat het strafrechtelijk onderzoek in augustus 2022 begon en dat zij vanaf het begin volledige medewerking heeft verleend. De zaak bevindt zich volgens haar nog in de bezwaarschriftprocedure. Zij uit kritiek op de duur van de behandeling en stelt dat de aanhoudende onzekerheid, haar professionele toekomst en bestaanszekerheid heeft aangetast.

Ook internationale klachten ingediend

De juridische kwestie staat niet op zichzelf. In juli maakte Jessurun bekend dat zij na haar gedwongen vertrek bij de OAS, op meerdere internationale fronten gerechtigheid zoekt. Zij stelde dat haar fundamentele rechten waren geschonden en diende formele klachten in bij de OAS en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Bij de inspecteur-generaal van de OAS klaagde zij over de omstandigheden rond haar vertrek en vroeg zij aandacht voor mogelijke schendingen van het OAS-Handvest, waaronder het beginsel van non-interventie. Daarnaast verzocht zij de inspecteur-generaal van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken om onderzoek naar het handelen van de Amerikaanse permanente vertegenwoordiger bij de OAS, ambassadeur Leandro Rizutto. Haar melding betreft mogelijke misstanden, waaronder misbruik van bevoegdheid en schendingen van beleids- en ethische regels. Over de uitkomsten van deze klachtenprocedures is geen informatie beschikbaar.

Kritiek op berichtgeving

Jessurun spreekt daarnaast van een ‘trial by media’. Volgens haar hebben berichten in de media en op sociale media, haar reputatie geschaad en een vertekend beeld van haar persoon gecreëerd. Zij weerspreekt onder meer berichten waarin werd beweerd, dat zij te maken zou hebben met 185 strafrechtelijke aanklachten in Suriname.

Ook ontkent zij betrokkenheid bij vermeende diefstal van een creditcard, een benzineboekje en een sleutelbos. Volgens haar heeft zij deze voorwerpen nooit gezien of in haar bezit gehad. Dit betreft haar eigen verklaringen; de beschikbare informatie biedt geen basis voor een inhoudelijke beoordeling van de beschuldigingen.

Jessurun stelt dat de langdurige procedure ruimte heeft geboden aan desinformatie en dat de gevolgen voor haar persoonlijke en professionele leven steeds groter zijn geworden. Zij uit ook kritiek op het Openbaar Ministerie en stelt dat beginselen van behoorlijke rechtspleging onvoldoende worden gerespecteerd. Met de nieuwe datum van 23 november 2026 is het verdere tijdpad bekend, maar Jessurun blijft sceptisch over de afloop. Of het Hof op die datum daadwerkelijk uitspraak zal doen, moet nog blijken. Zij stelt dat de jarenlange onzekerheid inmiddels een zware last vormt en benadrukt dat burgers niet onbeperkt in onzekerheid mogen blijven over hun juridische toekomst.

More
articles