Econoom Winston Ramautarsing vindt dat de regering bij de uitvoering van haar beleid, duidelijk moet maken, welke veranderingen zij wil realiseren en hoe die zullen worden betaald. De jaarrede van president Jennifer Simons geeft volgens hem, op dit gebied onvoldoende informatie. Wat de samenleving de komende periode concreet mag verwachten, is volgens Ramautarsing niet duidelijk. ‘’Streefcijfers, uitgewerkte plannen en een financiële onderbouwing waarmee de voortgang kan worden gecontroleerd, ontbreken’’, zegt hij in een interview met Sun Web TV. ‘’Beleidsaankondigingen krijgen pas betekenis, wanneer duidelijk is wat ze in de praktijk moeten opleveren’’, aldus Ramautarsing.
Hij verduidelijkt dat het bijvoorbeeld bij investeringen in het onderwijs, niet alleen gaat om het voornemen scholen te bouwen. ‘’Ook het aantal geplande scholen, de kosten en de beoogde verbetering van het onderwijs moeten inzichtelijk zijn.’’
De overheid dient volgens hem, ook kritisch te kijken naar de manier waarop haar eigen apparaat functioneert. Politieke benoemingen, trage dienstverlening en een gebrek aan openheid, kunnen een doelmatige uitvoering van beleid in de weg staan. Ramautarsing pleit daarom voor een overheid die over voldoende deskundigheid beschikt en haar personeel op een passende manier inzet en beloont. Ramautarsing ziet ook ruimte om de personeelsbezetting anders in te richten. Ambtenaren voor wie binnen de overheid geen geschikte functie meer bestaat, zouden waar mogelijk moeten worden voorbereid op werk in de particuliere sector. Tegelijkertijd moet de overheid ervoor zorgen dat gekwalificeerde medewerkers die nodig zijn voor de dienstverlening, behouden blijven.
Ook de verdeling van verantwoordelijkheden binnen de regering, verdient volgens hem aandacht. Hij benadrukt dat werkgroepen en beleidsplatforms, de taken van ministers niet mogen overnemen.
‘’Ministers moeten verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van het beleid op hun eigen ministerie. Om de controleerbaarheid te vergroten, zouden rapporten en aanbevelingen van deze groepen openbaar moeten worden gemaakt’’, aldus Ramautarsing.
Ook over de begrotingscijfers wenst Ramautarsing meer duidelijkheid. Hij wijst op uitgaven van circa SRD 80,9 miljard tegenover geraamde inkomsten van SRD 64,3 miljard. Het verschil bedraagt SRD 16,6 miljard. Volgens hem moet helder worden aangegeven, hoe de regering dit tekort wil financieren en welke gevolgen dat heeft voor de overheidsfinanciën. Ramautarsing maakt daarbij onderscheid tussen inkomsten en leningen. ‘’Geld dat wordt geleend, kan worden ingezet om overheidsuitgaven te betalen, maar is geen gewone inkomstenbron. Een duidelijk onderscheid is nodig om een realistisch beeld te krijgen van de financiële situatie van het land’’, zegt hij. Voor de econoom ligt de uiteindelijke maatstaf voor het regeringsbeleid bij de effecten die huishoudens en burgers ervaren. Economische cijfers en aangekondigde projecten zijn volgens hem niet voldoende, wanneer de bevolking weinig verbetering merkt in haar koopkracht of in de kwaliteit van onderwijs en gezondheidszorg.
De aanhoudende inflatie en de druk op huishoudbudgetten maken het volgens Ramautarsing noodzakelijk, dat de regering haar plannen omzet in concrete resultaten. Hij wil dat vooraf duidelijk wordt vastgelegd welke doelen worden nagestreefd, welke middelen daarvoor beschikbaar zijn en hoe achteraf wordt vastgesteld of die doelen zijn bereikt.


