De staat moet belastingen innen. Daarover hoeft geen discussie te bestaan. Maar de manier waarop dat gebeurt, bepaalt mede of Suriname vooruitkomt, of verder vastloopt. Tijdens de recente DNA-sessies is duidelijk geworden, dat er zorgen zijn over de belastingdruk en de inzet van dwangmiddelen. Assembleeleden hebben vragen gesteld over de gevolgen voor burgers en bedrijven. Ook de accijns op water kwam ter sprake. Die zorgen verdienen een serieus antwoord. Belastingbeleid gaat immers niet alleen over staatsinkomsten, maar ook over het dagelijks leven van mensen.
Burgers hebben het moeilijk genoeg. De kosten van het dagelijks leven zijn hoog en veel gezinnen moeten elke uitgave wegen. Ook ondernemers hebben weinig ruimte om te groeien. Zij kampen met hoge kosten, een kleine markt en een gebrek aan groei. Wie onder zulke omstandigheden zijn belasting niet op tijd kan betalen, is niet per definitie een fraudeur. Dat onderscheid moet de wet duidelijk maken. Bewuste belastingontduiking vraagt om een harde aanpak. Maar wie door gebrek aan geld niet kan betalen, mag niet zonder meer als een kwaadwillige schuldenaar, worden behandeld. Beslag op geld of bedrijfskapitaal kan gezinnen treffen en bedrijven de das omdoen. Een latere teruggave herstelt niet vanzelf het verlies van werk, klanten of inkomen. Daarom is een goede beroepsinstantie van groot belang. Burgers en bedrijven moeten snel en betaalbaar bezwaar kunnen maken tegen een aanslag en tegen zware invordering. Het ontbreken van zo’n voorziening maakt de rechtspositie van de burger zwakker. De staat beschikt immers al over sterke middelen om betaling af te dwingen. Ook het geografische aspect verdient meer aandacht. Suriname is geen land waar alle burgers en bedrijven dezelfde toegang hebben tot diensten, vervoer en kansen. Afstand, bereikbaarheid en de plaats waar iemand woont of werkt, kunnen grote invloed hebben op diens inkomen en mogelijkheden, om aan verplichtingen te voldoen. Een goed belastingbeleid houdt rekening met die werkelijkheid. De wetgeving kent meer dan genoeg dwangmiddelen om mensen aan te pakken, die bewust weigeren te betalen. De vraag is dus niet of de staat macht heeft, maar hoe die macht wordt gebruikt. Zorgvuldige controle, heldere regels en een eerlijke beroepsgang zijn minstens zo belangrijk als strenge handhaving. De kern is niet dat de staat minder belasting moet innen. De kern is dat de Staat verstandig moet innen. Een belastingstelsel hoort inkomsten op te leveren, eerlijkheid te bevorderen en ondernemerschap niet te verstikken. DNA moet erop toezien, dat de aanpak van wanbetaling niet juist de burgers en bedrijven treft die het land draaiende houden.


