Suriname wil in 2027 een buitenlandse lening van USD 30 miljoen aantrekken voor afvalbeheer. De lening van het Franse ontwikkelingsagentschap Agence Française de Développement (AFD) bevindt zich volgens het Staatsschuldenplan nog in de aanvraagfase. Het geld is dus nog niet geleend. Juist daarom is dit het moment om een fundamentele vraag te stellen: moet de oplossing voor het afvalprobleem opnieuw voornamelijk met geleend geld worden gefinancierd? Het Financieel Jaarplan maakt duidelijk dat de situatie dringend is. De vuilstortplaats Ornamibo voldoet niet aan de minimale internationaal gangbare normen. Jaarlijks wordt ongeveer 200.000 kubieke meter afval verwerkt en de hoeveelheid neemt verder toe door bevolkingsgroei, urbanisatie en stijgende consumptie. Maar het probleem is groter dan alleen een stortplaats die moet worden opgeknapt. Suriname heeft geen volledig systeem waarin inzameling, afvalscheiding, recycling en verwerking structureel met elkaar zijn verbonden. Daarom is het de vraag of een nieuwe buitenlandse lening op zichzelf het antwoord is. Een alternatief financieringsmodel is eerder voorgesteld door Jason Gummels, dit tot vorig jaar nog was betrokken als onderdirecteur bij Openbaar Groen. Hij stelde voor huishoudens maandelijks SRD 250 te laten betalen voor de inzameling en verwerking van hun afval. Voor kleinere commerciële ondernemingen zou bijvoorbeeld SRD 800 per maand kunnen gelden, terwijl voor grote industriële bedrijven een afzonderlijk tarief kan worden vastgesteld op basis van de hoeveelheid en aard van het afval.
De genoemde bedragen zijn een voorstel en geen vastgesteld overheidstarief. Het onderliggende principe verdient echter een bredere discussie: waarom zou de afvalinzameling volledig afhankelijk moeten blijven van de staatskas en buitenlandse leningen, als huishoudens en bedrijven zelf een bijdrage kunnen leveren aan een dienst waarvan zij gebruikmaken? Een structurele afvalbijdrage kan bovendien meer zijn dan een manier om de vuilnisophaal te financieren. De inkomsten kunnen worden ingezet voor een bredere afvalketen, waarin ook afvalscheiding, recycling en gespecialiseerde verwerking worden meegenomen. Daarmee ontstaat een systeem waarin niet alleen wordt betaald om afval op te halen, maar waarin ook wordt geïnvesteerd in het verminderen van de hoeveelheid afval die uiteindelijk op een stortplaats terechtkomt. Wij vinden het niet raadzaam dat Suriname USD 30 miljoen leent om Ornamibo te rehabiliteren en vervolgens grotendeels op dezelfde manier doorgaat met inzamelen en storten. Hierdoor wordt vooral het bestaande systeem opgeknapt en blijft de hoeveelheid afval groeien, en uiteindelijk ontstaat opnieuw dezelfde druk op de stortcapaciteit. Een nieuwe gecertificeerde stortplaats kan noodzakelijk zijn, maar mag daarom niet het eindpunt van het afvalbeleid worden. Afvalscheiding aan de bron moet onderdeel worden van de aanpak. Metaal, plastic, rubber, hout en andere materialen kunnen in verschillende stromen worden ingezameld en, waar mogelijk, hergebruikt of verwerkt. Ook organisch afval en medisch afval vragen om een andere behandeling dan regulier huishoudelijk afval. Daarmee kan afvalbeheer bovendien uitgroeien tot een economische activiteit. Materialen die nu op Ornamibo verdwijnen, kunnen opnieuw waarde krijgen. Recycling, verwerking en hergebruik kunnen ruimte bieden voor nieuwe bedrijven en werkgelegenheid. Het uiteindelijke doel moet zijn dat steeds minder afval naar de stortplaats gaat.
Daarvoor is niet alleen infrastructuur nodig, maar ook een financieringsmodel dat op langere termijn blijft functioneren. Huishoudens kunnen bijdragen aan de inzameling. Bedrijven kunnen naar rato van hun afvalproductie betalen. De overheid kan verantwoordelijk blijven voor regelgeving, toezicht en de aanleg van noodzakelijke infrastructuur. Een buitenlandse lening kan daarbij een rol spelen, vooral voor grote eenmalige investeringen. Maar een lening zou niet de structurele financiering van de afvalinzameling moeten vervangen. Daarom moet ook duidelijk zijn waarvoor de voorgenomen AFD-lening van USD 30 miljoen precies wordt gebruikt. Het Staatsschuldenplan vermeldt “Waste management” als bestemming. Uit de beschikbare documenten blijkt niet dat het volledige bedrag specifiek bestemd is voor de rehabilitatie van Ornamibo en de aanleg van een nieuwe stortplaats. Die duidelijkheid is noodzakelijk voordat een nieuwe schuld wordt aangegaan.
Suriname produceert afval iedere dag. De kosten van inzameling en verwerking komen dus ook iedere dag terug. Een eenmalige lening kan een installatie of infrastructuur financieren, maar betaalt niet structureel de dagelijkse afvalketen. Daarom moet de discussie verder gaan dan de vraag, hoeveel geld er geleend kan worden. Belangrijker is de vraag, hoe Suriname ervoor zorgt dat afvalbeheer op termijn financieel en organisatorisch zelfstandig kan functioneren. Een maandelijkse bijdrage van huishoudens is daarbij geen wondermiddel. Het is wel een mogelijkheid om te onderzoeken of degenen die gebruikmaken van de afvaldienst, ook structureel kunnen bijdragen aan de kosten ervan. Want uiteindelijk gaat het niet alleen om de vraag hoe we Ornamibo kunnen opknappen. Het gaat om de vraag hoe we voorkomen dat Suriname over enkele jaren, opnieuw miljoenen moet lenen om hetzelfde probleem op te lossen.


