NIEUWE BORDEN, OUDE RECEPTEN

De jaarrede voor het dienstjaar 2027 schetst aan de oppervlakte een geruststellend beeld van herstel en voorbereiding op de olietoekomst, maar onder die retorische schil blijft het financiële fundament wankel. Met een begroting die sluit met een geraamd tekort van ruim 10,8 miljard SRD en een staatsschuld die hardnekkig boven de 100 procent van het bbp blijft steken, is diepe scepsis over de haalbaarheid van deze cijfers geboden. Macro-economische stabilisatie op papier betekent weinig zolang het tekort en de schuldendruk het land in een wurggreep houden. Dat deze twijfels breed gedragen worden, blijkt wel uit het feit dat zelfs coalitie-assembleeleden de grootste moeite hadden om complimenteus te zijn over de gepresenteerde plannen. Zelfs vanuit de eigen gelederen klinkt de harde kritiek dat cruciale vakministeries zoals Onderwijs, Landbouw en Economische Zaken simpelweg voortgaan met een business as usual-begroting, in plaats van hun beleid daadwerkelijk te integreren met de komende olie- en gasindustrie. Waar de president waarschuwt voor stijgende voedselprijzen in het olietijdperk, blijft het agrarische beleid opvallend vaag. Als zelfs bondgenoten moeten vaststellen dat het betoog te uitvoerig is en dat de ministeries beleidsmatig verre van voorbereid zijn, ondergraaft dat de geloofwaardigheid van het gehele verhaal.

In plaats van de tering naar de nering te zetten, verraadt het beleid een hardnekkige bestuurlijke gewoonte: bij elk maatschappelijk knelpunt wordt een nieuwe autoriteit of raad opgetuigd. De aangekondigde oprichting van een goudautoriteit (Goldboard) om de kleinschalige goudsector te ordenen, roept grote bedenkingen op. Het knelpunt in de goudsector is immers nooit een gebrek aan autoriteiten geweest. Het probleem ligt bij het ontbreken van handhaving, daadkracht en politieke wil bij de reeds bestaande instanties. Het toevoegen van wéér een bestuurslaag verzandt slechts in ambtelijke bureaucratie en verdoezelt het structurele onvermogen van de overheid om op te treden. Eenzelfde gereserveerdheid past bij het enthousiasme over nieuwe fondsstructuren, zoals het herziene Spaar- en Stabilisatiefonds. Hoe geloofwaardig is het immers om te dromen over spaarpotjes voor toekomstige generaties, wanneer we thans nauwelijks in staat zijn onze lopende schuldenlast terug te dringen? Spaarfondsen bouwen op een fundament van drijfzand heeft geen nut zolang de discipline over de staatsuitgaven ontbreekt. Suriname heeft geen behoefte aan cosmetische hervormingen, nieuwe borden op de gevels of papieren tijgers. Zolang de bestaande instituten verzwakt blijven en de begrotingsdiscipline ontbreekt, blijft deze jaarrede oude wijn in nieuwe zakken. Wat ons land nodig heeft, is geen verdere uitbreiding van het overheidsapparaat, maar rigoureuze handhaving en daadwerkelijke bestuurlijke discipline.

More
articles