Politieke retoriek kent een eigen grammatica. Waar de samenleving vraagt om eerlijke cijfers, serveren regeringsleiders liever een gepolijst verhaal. In de jaarrede hoorden we hoe trots werd geschermd met een internationale valutareserve die de grens van bijna 2 miljard US-dollar, heeft bereikt. Een indrukwekkend getal op papier, maar wie voorbij het creatieve ‘jaarredeneren’ stapt en de tucht van het ‘jaarrekenen’ toepast, ziet al snel de optische illusie.
Het cruciale verschil zit tussen de bruto en de netto werkelijkheid. Een groot deel van die bewuste twee miljard bestaat namelijk niet uit overheidsvermogen, maar uit de verplichte valuta-kasreserves van de commerciële banken. Het is, kortom, het hardverdiende spaargeld van Surinaamse burgers en bedrijven. Dat geld is géén regeringstegoed en géén vrij besteedbare staatspot. Na de pijnlijke lessen uit het verleden – waarin kasreserves van burgers ooit onrechtmatig werden afgeroomd voor overheidsuitgaven – is het ronduit misleidend om de maatschappij voor te spiegelen, dat de staat op een berg van twee miljard eigen dollars zit.
Daarnaast past terughoudendheid bij het schuiven van alle schuld naar vorige besturen. Harde economische analyses tonen een duidelijke balans: de periode-Bouterse werd gekenmerkt door een dramatische schuldtoename van gemiddeld 300 tot 400 miljoen dollar per jaar en het verdampen van de netto reserves. De heropbouw onder Santokhi leverde weliswaar een bescheiden netto plus op van gemiddeld enkele tientallen miljoenen per jaar, maar de druk op de staatshuishouding, bleef gigantisch. Hoe traag en frustrerend de ommekeer en de wederopbouw ook was, het is vals om iets anders te beweren, dan dat de Santokhi jaren, jaren van povere vooruitgang waren, terwijl de achteruitgang, van zowel de cijfers als de instituten, zich voltrok in de jaren onder de regering Bouterse.
Een volwassen financieel beleid begint bij intellectuele integriteit. Het volk heeft niets aan goocheltrucjes die privaat spaargeld optellen bij de staatskas om zo de cijfers mooier te kleuren. Laat de leiding van het land ophouden met politiek ‘jaarredeneren’ en overstappen op nuchter ‘jaarrekenen’. Alleen met de netto feiten op tafel ontstaat er een realistisch beeld van onze economie.


