Suriname wil jongeren voorbereiden op beroepen die vandaag nog niet bestaan. Er wordt gesproken over technologie, innovatie, ondernemerschap, olie, gas, bouw en industrie. De regering wil een nationale onderwijskolom ontwikkelen waarin leerlingen duidelijke routes krijgen via het basisonderwijs naar beroepsonderwijs, hoger onderwijs en uiteindelijk de arbeidsmarkt. Dat is fantastisch en klinkt ambitieus. Maar voordat jongeren kunnen worden voorbereid op de toekomst, moet het huidige onderwijs aantrekkelijker, toegankelijker en beter georganiseerd worden.
Het staatshoofd heeft in haar jaarrede een aantal problemen, maar ook toekomstplannen toegelicht. Er is een tekort aan leslokalen, scholen verkeren in slechte fysieke staat en op veel scholen staat kapot meubilair opgeslagen. De regering is inmiddels begonnen met de bouw van meer dan vijftig nieuwe lokalen en heeft schoolmeubilair uit Europa ontvangen. Dat zijn noodzakelijke maatregelen, maar ze lossen niet automatisch het grotere probleem op: hoe motiveren we kinderen om op school te blijven? Een leerling die vastloopt, mag niet meteen uit het onderwijssysteem verdwijnen. Juist daar zijn veiligheidskleppen nodig. Als je moeite hebt met een bepaald niveau, moet je kunnen doorstromen naar een andere onderwijsroute zonder het gevoel te krijgen, dat hij of zij heeft gefaald.
Praktijkonderwijs, korte beroepsopleidingen en modulaire trajecten kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Een jongere die vroegtijdig uitvalt, moet opnieuw kunnen instromen en eerder behaalde certificaten moeten kunnen meenemen naar een vervolgopleiding.
Onderwijs aantrekkelijk maken, betekent dat jongeren moeten kunnen zien waarvoor zij leren en welke mogelijkheden een opleiding hen biedt.
Wie interesse heeft voor techniek, moet al op school, informatie daarover krijgen. Tegelijkertijd moet het bedrijfsleven daadwerkelijk worden betrokken bij stages, praktijklessen en de overgang naar werk. Ook de leerkracht is daarbij bepalend.
Een modern onderwijssysteem moet goed opgeleide en gemotiveerde onderwijsgevenden hebben en daaraan moet een redelijke beloning, loopbaanperspectief en een werkbare werkdruk gekoppeld worden. Beleidmakers moeten jongeren niet alleen vertellen dat hun toekomst hier ligt, maar het onderwijs moet ze ook daadwerkelijk redenen geven om te blijven.

