De Inter-American Development Bank (IDB) heeft de nieuwe landenstrategie voor Suriname voor de periode 2026–2030 goedgekeurd. Dat meldt Jade Tjon, vertegenwoordiger van Suriname in de Executive Board van de IDB, in een bericht op haar LinkedIn-pagina. De nieuwe strategie moet richting geven aan de samenwerking tussen Suriname en de multilaterale ontwikkelingsbank in de komende vijf jaar. Volgens Tjon komt de goedkeuring op een belangrijk moment voor Suriname, met het oog op de verwachte start van de offshore olieproductie en de daarmee samenhangende inkomsten vanaf 2028.
De strategie is opgebouwd rond drie pijlers. De eerste richt zich op het versterken van publieke instellingen en governance. Daarbij gaat het onder meer om verantwoord beheer van publieke middelen, betere besluitvorming en een verbetering van de publieke dienstverlening.
De tweede pijler betreft de ontwikkeling van de private sector en economische diversificatie. De nadruk ligt hierbij onder meer op betere toegang tot financiering en markten voor Surinaamse bedrijven en landbouwers, meer lokale deelname aan grote investeringsprojecten en het creëren van werkgelegenheid buiten de oliesector.
De derde pijler richt zich op sociale inclusie en de duurzame ontwikkeling van de natuurlijke en culturele hulpbronnen van Suriname. Onder meer onderwijs, gezondheidszorg, water, energie en connectiviteit worden genoemd. Daarbij moet volgens Tjon aandacht zijn voor zowel Paramaribo en de districten als het binnenland.
Voorbereiding op olie-inkomsten
Volgens Tjon zullen de keuzes die nu worden gemaakt, mede bepalen in hoeverre Suriname de economische kansen die de offshore olieproductie biedt kan benutten en hoe breed de opbrengsten daarvan binnen de samenleving terechtkomen. Zij noemt daarbij onder meer een landbouwsector waarin producenten hun producten beter naar de markt kunnen brengen, kleine ondernemingen die toegang krijgen tot financiering en kunnen uitbreiden, en meer mogelijkheden voor Surinaamse bedrijven om als leveranciers deel te nemen aan grote projecten.
Ook moeten basisvoorzieningen in het binnenland worden verbeterd. Tjon noemt onder meer betrouwbare elektriciteit, schoon water, connectiviteit en toegang tot gezondheidszorg als concrete gebieden waarop de samenwerking uiteindelijk effect moet hebben.
Geen automatische nieuwe schuld
Tjon benadrukt in haar LinkedIn-bericht dat de goedkeuring van de landenstrategie, niet moet worden gezien als de goedkeuring van één grote lening. De strategie creëert volgens haar niet automatisch nieuwe schuld voor Suriname.
Het document legt volgens Tjon vooral de prioriteiten, resultaten en richting van de samenwerking voor de komende vijf jaar vast. Eventuele financiering zal vervolgens per project worden beoordeeld. Daarbij moet worden gekeken naar wat een project oplevert, wie daarvan profiteert en welke blijvende waarde het voor Suriname creëert.
De samenwerking met de IDB omvat volgens Tjon bovendien meer dan financiering. Suriname krijgt via de multilaterale instelling toegang tot technische expertise en ervaringen uit andere landen. Ook kunnen via IDB, IDB Invest en IDB Lab publieke investeringen, private-sectorontwikkeling en innovatie met elkaar worden verbonden. De nieuwe landenstrategie vormt daarmee de volgende fase in de samenwerking tussen Suriname en de IDB. Volgens Tjon heeft de IDB Suriname eerder ondersteund tijdens een periode van economische stabilisatie en hervormingen. De komende vijf jaar ligt de nadruk op het versterken van de economie, publieke instellingen en sociale voorzieningen, tegen de achtergrond van de verwachte ontwikkeling van de offshore oliesector.

