Simons: ´We moeten financieel voorbereid zijn op de ontwikkeling die komt

President Jennifer Simons heeft vanochtend haar tweede Jaarrede uitgesproken. Het staatshoofd stelde onder meer dat Suriname financieel voorbereid moet zijn op de ontwikkeling die komt. Simons benadrukte, dat Suriname de financiële huishouding op orde moet hebben, voordat de grote inkomsten uit de offshore olie- en gassector binnenkomen. Volgens Simons is een financieel gezonde staat geen doel op zich, maar de basis om duurzaam te kunnen investeren in onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, infrastructuur, productie en kansen voor de bevolking.

Simons zei dat Suriname zich nu al moet voorbereiden op de economische veranderingen die de verwachte olie- en gasinkomsten met zich zullen meebrengen. “Nog voor de grote olie-inkomsten komen, moet het financiële huis van de Staat op orde zijn”, aldus de president. Volgens Simons heeft de regering in 2026 stappen gezet om de financiële positie van de Staat, te stabiliseren. Tegelijkertijd blijft de schuldenlast volgens haar een belangrijk aandachtspunt. De overheidsschuld bedroeg in augustus 100,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp), bij een bbp van SRD 177,8 miljard. De regering wil de schuldquote vanaf 2027 op een duurzaam dalend pad brengen en uiteindelijk reduceren tot onder het wettelijke obligoplafond van 60 procent van het bbp.

De regering wil dat bereiken door begrotingsdiscipline, economische groei, vergroting van de staatsinkomsten en een zorgvuldig schuldbeheer. Ook moeten nieuwe ongedekte verplichtingen, worden voorkomen. Simons benadrukte daarbij dat financiële discipline niet mag betekenen, dat noodzakelijke ontwikkeling wordt stilgelegd.

Productieve investeringen die kunnen bijdragen aan economische groei, export, werkgelegenheid en hogere staatsinkomsten, moeten volgens haar zoveel mogelijk op andere manieren dan via directe staatsleningen, worden gefinancierd. De overheid moet de noodzakelijke voorwaarden en publieke investeringen creëren, terwijl voor grote ontwikkelingsprojecten zoveel mogelijk private investeerders, worden aangetrokken. “Investeringen van de overheid moeten zichzelf terugverdienen”, stelde Simons. De president wees daarnaast op de financiële resultaten die volgens haar in 2026 zijn bereikt. Het primaire saldo verbeterde van een tekort van 5 procent in 2025 naar een overschot van 5,2 procent in het tweede kwartaal van 2026. De gemiddelde inflatie tot en met juli bedroeg 8,9 procent. De internationale reserves zijn volgens Simons gestegen tot bijna USD 2 miljard, goed voor ongeveer 8,2 maanden importdekking. Voor 2026 wordt een economische groei van circa 3,9 procent geraamd. Naast het beheersen van de uitgaven, wil de regering de inkomsten van de Staat vergroten. Simons noemde daarbij onder meer de goud-, hout- en visserijsector. Ook bedrijven die inkomsten genereren uit de voorbereiding op de olie-productie en de ontwikkeling van local content, moeten volgens haar een grotere bijdrage leveren.

De president stelde met nadruk dat Suriname zich niet alleen financieel, maar ook institutioneel en economisch moet voorbereiden op de komst van olie- en gasinkomsten. Wetgeving en instituten moeten volgens haar worden versterkt om toekomstige opbrengsten, verantwoord te beheren. Tegelijkertijd moet de economie verder worden gediversifieerd en moet worden geïnvesteerd in opleiding en menselijk kapitaal. Volgens Simons moeten de opbrengsten uit de natuurlijke hulpbronnen uiteindelijk ten goede komen aan de gehele samenleving. Zij koppelde de toekomstige inkomsten daarom niet alleen aan economische groei, maar ook aan betere toegang tot gezondheidszorg, huisvesting en andere voorzieningen. De boodschap van de president is daarmee dat Suriname vóór de grote olie- en gasinkomsten binnenkomen, financieel en institutioneel klaar moet zijn om die middelen verantwoord te beheren.

door Orsilia Dinge

 

More
articles