Door de warme banden met Venezuela, haalt Suriname niet alleen een oude vriend binnen, maar ook een geopolitiek vraagstuk van formaat. De Venezolaanse president wordt in Paramaribo ontvangen met militaire eer, met warme woorden over vriendschap en tien nieuwe samenwerkingsovereenkomsten. Het klinkt als een gewone diplomatieke gebeurtenis. Maar wie iets verder kijkt, ziet dat Suriname zich midden in een geopolitiek mijnenveld bevindt. Op 11 september 2026 ondertekenden Suriname en Venezuela negen samenwerkingsovereenkomsten en een gezamenlijke verklaring. De afspraken gaan onder meer over landbouw, visserij, luchtvaart, toerisme, onderwijs en — het meest strategisch — olie en gas. President Jennifer Simons noemt Venezuela een belangrijk buurland en benadrukt de mogelijkheden voor kennisuitwisseling in de energiesector. Het is goed om met een buurland samen te werken. Sterker nog: met de ontwikkeling van de Surinaamse offshore olie- en gassector kan Venezolaanse ervaring interessant zijn. Eén ding is evenwel van belang: op 3 januari 2026 zijn de machtsverhoudingen drastisch gewijzigd met de gevangenneming van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door de Verenigde Staten en de installatie van Delcy Rodríguez als waarnemend president. Venezuela is het middelpunt geworden van een groot machtspolitiek spel waarin olie en gas een belangrijke rol spelen. Washington heeft de belangstelling voor Venezuela niet verminderd, maar juist verdiept en presenteert de op 29 augustus 2026 gesloten olieovereenkomst, waarbij Washington controle krijgt over 65 miljard vaten olie, als een strategische doorbraak die bijdraagt aan de Amerikaanse energiezekerheid en de beoogde Amerikaanse dominantie op het westelijk halfrond (bron: NOS nieuws 29 augustus 2026). Venezuela was lange tijd een belangrijke olieleverancier voor China. De olieovereenkomst tussen Venezuela en de Verenigde Staten drijft een wig in de relatie tussen Venezuela en China. Het uiteindelijke doel van Washington is het verminderen dan wel geheel elimineren van de Chinese invloed in zijn Caribische achtertuin. De Amerikaanse politiek ten aanzien van China is ook van invloed op Suriname.
Het is Washington niet ontgaan dat er grote oliereserves zijn gevonden in het Surinaamse deel van de Atlantische Oceaan. Het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, aan Suriname op 27 maart 2025 (ruim twee maanden na de inauguratie van de tweede Trump administratie) is om die reden niet toevallig. Het is bekend dat Suriname nauwe banden onderhoudt met China en dat er belangrijke Surinaamse concessies zijn verleend aan Chinese bedrijven. Een belangrijke concessie is de overname in 2022 van Rosebel-goudmijn door Zijin Mining, waarbij het Chinese Zijin Mining een 95 procent belang heeft gekregen in de Rosebeld Goldmines en waarbij Grassalco de resterende 5 procent als belang heeft behouden (bron: https://cds.gov.sr ). Een andere belangrijke concessie is de in september 2024 gesloten overeenkomst tussen Staatsolie en Petro-China Investment Suriname B.V., een dochteronderneming van China National Petroleum Corporation (CNPC). De Chinezen krijgen hiermee productiedelingscontracten voor offshore blokken 14 en 15. Daarmee kreeg PetroChina rechten voor exploratie, ontwikkeling en de productie van olie in beide blokken. Staatsolie behoudt via Paradise Oil Company een participatie van 30 procent (bron: Staatsolie 13 september 2024). Last, but not least, heeft Suriname een belangrijke houtconcessie gesloten met de Greenheart Group, een onderneming met een belangrijke Hongkongse/Chinese achtergrond. Greenheart beschikt via haar Surinaamse dochterondernemingen over omvangrijke houtconcessies en kaprechten. In 2024 rapporteerde Greenheart ongeveer 313.000 hectare aan timber concessions en cutting rights in Suriname, waarbij een deel van de concessies was verlopen en voor verlenging in behandeling was (bron: Greenheart Annual Report 2024). Tenslotte kan nog worden gewezen op het memorandum of understanding (MoU) dat in november 2024 werd ondertekend met Aluminium Corporation of China (Chinalco) voor de ontwikkeling van de bauxietindustrie in West-Suriname. Deze MoU is weliswaar nog niet een concessie, maar is wel tekenend voor de relatie tussen Suriname en China. Het beleid van de Amerikaanse administratie tegen China volstrekt zich vooral langs (in)directe en internationale geopolitieke en economische lijnen. Vanuit dit perspectief kan ook worden gekeken naar de door Amerika en Israël gestarte oorlog in Iran, hoewel de politieke belangen van Amerika en Israël niet gelijk zijn. Iran is immers een belangrijke olieleverancier voor China en andere landen in het Verre Oosten. De vernietiging van de Iraanse infrastructuur en de afsluiting van de Straat van Hormuz leiden tot een interruptie van de olieleveranties aan het Verre Oosten en daarmee, volgens Washington, tot aantasting van de Chinese hegemonie. De bestaande Surinaams – Chinese relatie en het feit dat Suriname een olieproducerend land wordt maakt Suriname belangrijker in het kader van de geopolitieke machtsverhoudingen. Dit geldt overigens onverkort ook voor Guyana. Vanuit Washington wordt gekeken naar het gehele gebied in het noorden van Zuid Amerika. Het is naïef om te veronderstellen dat Washington uitsluitend geïnteresseerd is in wat er in Venezuela gebeurt. Het gebied heeft olie en Washington wil een stevige grip houden op dit gebied met zo min mogelijk en liefst zonder enige Chinese invloed. Dat maakt de vraag voor Suriname ongemakkelijk maar noodzakelijk: hoeveel strategische ruimte houdt Paramaribo over wanneer de belangen van Venezuela en de Verenigde Staten steeds dichter bij elkaar komen te liggen? De oplossing is niet om Venezuela de rug toe te keren. Integendeel. Suriname moet juist met Venezuela kunnen samenwerken. Maar vriendschap mag nooit verworden tot afhankelijkheid. Dat geldt overigens evenzeer voor de relatie tussen Suriname en de Verenigde Staten. Suriname moet zich niet laten verleiden tot de gedachte dat het moet kiezen tussen Washington en Caracas. Een dergelijke keuze zou precies de verkeerde strategie zijn. Een klein land als Suriname heeft geen belang bij een geopolitieke machtsstrijd waarin het zelf slechts een kleine pion is. De kracht van Suriname ligt juist in het tegenovergestelde: zoveel mogelijk partners, zo weinig mogelijk afhankelijkheid. Koester de samenwerking met Venezuela waar het Suriname voordeel oplevert. Omarm de samenwerking met de Verenigde Staten waar Amerikaanse kennis, technologie en investeringen van betekenis zijn en kan bijdragen aan de economische ontwikkeling van Suriname. Intensiveer de banden met Guyana en Brazilië. Behoud goede betrekkingen met Europa. En vooral: ontwikkel een eigen Surinaamse strategie voor olie, gas, energie en regionale veiligheid. Dat klinkt vanzelfsprekend. Maar het vereist politieke volwassenheid. Want zodra olie en gas miljarden dollars gaan opleveren, verandert de internationale belangstelling voor Suriname. Dan gaat het niet meer alleen over ontwikkelingssamenwerking of regionale vriendschap. Dan gaat het over energievoorziening, investeringen, havens, infrastructuur, veiligheid en invloed. En daar zit het echte gevaar. Suriname heeft in het verleden ervaren wat er gebeurt wanneer grote economische belangen zich vermengen met binnenlandse politiek. Er is veel ervaring met de invloed van de vermenging van staatsbelangen en persoonlijke- en partijpolitieke belangen. De invloed van corruptie op de economische- en welvaartsontwikkeling van Suriname is in de afgelopen 50 jaar duidelijk geworden; het heeft de economische- en welvaartsontwikkeling doen stagneren. Het land zou dezelfde fouten niet opnieuw moeten maken — ongeacht of de invloed uit Caracas, Washington, Beijing of elders komt. De regering heeft daarom een belangrijke opdracht. Niet om te bewijzen dat zij vóór Venezuela of vóór Amerika is, maar om te bewijzen dat zij vóór Suriname is. Dat betekent dat iedere overeenkomst met Venezuela transparant moet zijn. Wat zijn de financiële verplichtingen? Welke rechten worden verleend? Welke kennis wordt daadwerkelijk overgedragen? Welke risico’s ontstaan? Creëert de overeenkomst een langdurige afhankelijkheid? En vooral: wat is het aanwijsbare voordeel voor de Surinaamse bevolking? Precies dezelfde vragen moeten worden gesteld bij Amerikaanse, Chinese, Europese of andere buitenlandse investeringen. Want uiteindelijk is geopolitiek niets anders dan belangenpolitiek op grote schaal. De tien overeenkomsten met Venezuela kunnen Suriname economische en technische voordelen opleveren. Maar ze kunnen ook onderdeel worden van een veel groter machtsspel. Dat risico moet niet worden overdreven, maar ook niet worden onderschat. Suriname hoeft daarom geen vriend van Amerika te worden ten koste van Venezuela. En het hoeft evenmin vriend van Venezuela te worden ten koste van Amerika.Suriname moet vooral vriend blijven van zichzelf. Dat betekent een buitenlandse politiek waarin samenwerking centraal staat, maar waarin afhankelijkheid wordt vermeden. Een politiek waarin Paramaribo met Washington praat zonder onderdanig te worden, met Caracas samenwerkt zonder zich te binden. Een politiek waarbij met andere landen banden worden onderhouden zonder dat Suriname zich aan één machtsblok uitlevert. Suriname en Nederland moeten op basis van gelijkwaardigheid hun band versterken, zonder te vervallen in de begrijpelijke pijn en treurnis van het verleden die alleen maar destructief werkt in de relatie en de opbouw van Suriname. Want als de olie eenmaal stroomt, zullen velen Suriname graag als vriend hebben. De kunst is dan om ervoor te zorgen dat Suriname zelf bepaalt wie zijn vrienden zijn — en niet dat de vrienden bepalen wat Suriname moet doen.
Prof. dr. Peter Diekman RA

