Staatsschuld eind 2025 meer dan dubbel boven wettelijk schuldplafond

De Staatsschuld van Suriname lag eind 2025 met 127,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) meer dan dubbel boven het wettelijke schuldplafond van 60 procent. De totale schuld van de Centrale Overheid bedroeg eind vorig jaar SRD 187,3 miljard, omgerekend ongeveer USD 4,9 miljard. Een jaar eerder stond de schuld op SRD 131,6 miljard. De sterke stijging van ruim 42 procent in SRD-termen werd door verschillende factoren veroorzaakt. Een belangrijke factor was de depreciatie van de Surinaamse dollar. De munt verloor eind 2025 ruim 8,4 procent aan waarde ten opzichte van december 2024.

Omdat circa 86 procent van de totale staatsschuld in vreemde valuta luidt, heeft een zwakkere SRD direct gevolgen voor de schuld wanneer deze in Surinaamse dollars wordt omgerekend. Daarnaast werd het Value Recovery Instrument (VRI) als commerciële schuldverplichting opgenomen. Het uitstaande saldo bedroeg eind 2025 USD 373,1 miljoen, tegenover USD 341,3 miljoen een jaar eerder.

USD 844,8 miljoen meer externe schuld

Ook nieuwe buitenlandse leningen droegen bij aan de stijging. In 2025 trok de staat USD 1,712 miljard aan externe leningen aan, terwijl voor USD 867,2 miljoen werd afgelost. Per saldo nam de externe schuld daardoor met USD 844,8 miljoen toe. Een belangrijk onderdeel hiervan was de internationale obligatie-uitgifte van USD 1,575 miljard in november 2025. De obligaties hebben looptijden van vijf en tien jaar en werden uitgegeven tegen rentepercentages van respectievelijk 7,7 en 8,5 procent.

De opbrengst werd onder meer gebruikt voor de terugkoop van uitstaande Eurobonds met vervaldatum 2033 en de afwikkeling van het Value Recovery Instrument. Ook werden middelen gereserveerd voor rentebetalingen en vervroegde aflossing van schulden bij onder meer China Industrial and Commercial Bank, ABN AMRO en KBC Bank.

De binnenlandse schuld nam eveneens toe. De herkapitalisatie van de Centrale Bank van Suriname en trekkingen voor infrastructurele projecten, droegen daaraan bij. Ook de zogenoemde supplier debt, achterstallige betalingen aan leveranciers voor reeds geleverde goederen en diensten, steeg. Het saldo daarvan nam eind 2025 met ruim SRD 2,4 miljard toe ten opzichte van december 2024.

Plafond al sinds 2016 overschreden

Het wettelijke obligoplafond bedraagt 60 procent van het bbp, verdeeld in maximaal 35 procent voor buitenlandse schuld en 25 procent voor binnenlandse schuld. Dit plafond wordt volgens het Bureau voor de Staatsschuld, al sinds 2016 overschreden.

De gewijzigde Wet op de Staatsschuld voorziet in een traject om de schuldquote weer terug te brengen naar het oorspronkelijke plafond. Bij overschrijding van het plafond, moet de regering bovendien een schuldstrategie presenteren waarin wordt aangegeven, hoe de schuldpositie duurzaam wordt teruggebracht.

Volgens de middellangetermijnschuldstrategie 2026-2029 moet de schuld-bbp-ratio in 2029 onder de 60 procent uitkomen. De verwachte sterke economische groei door de ontwikkeling van de offshore oliesector, moet daarbij een belangrijke rol spelen.

Hoewel de schuld in het tweede kwartaal van 2026 inmiddels is gedaald naar USD 4,65 miljard, blijft de afstand tot het wettelijke schuldplafond groot.

Bron: Bureau voor de Staatsschuld – SDMO

More
articles