Het grote aandeel van schulden in vreemde valuta blijft een belangrijk risico voor de financiële positie van de Surinaamse overheid. Volgens de kosten- en risicoanalyse van de overheidsschuld over de periode 2022–2024, bestond eind 2024 ongeveer 87 procent van de totale schuldportefeuille uit vreemdevalutaschulden. Hierdoor kunnen sterke wisselkoersschommelingen de schuldenlast en aflossingsverplichtingen van de staat aanzienlijk verhogen.
In de analyse zijn onder meer supplier debt, het Value Recovery Instrument en betalingsachterstanden buiten beschouwing gelaten. Bij de berekeningen zijn de uitstaande schulden aan multilaterale, bilaterale en commerciële crediteuren meegenomen. Ook de buitenlandse schulden die zijn herschikt, zijn in de projecties verwerkt. Daarbij zijn tevens voorlopige betalingsverplichtingen opgenomen die voortvloeien uit nog niet ondertekende bilaterale herschikkingen met Israël en Italië in het kader van de tweede fase van de schuldenherstructurering. Ook de binnenlandse schuld is volledig meegenomen in de analyse.
Daaronder vallen de verplichtingen aan verschillende crediteuren, waaronder de herkapitalisatie van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) via de uitgifte van staatsobligaties ter waarde van SRD 8,4 miljard. Daarnaast zijn schatkistpapier, bankleningen bij onder meer DSB, Republic Bank, Finabank en Hakrinbank en diverse leningen voor infrastructurele projecten meegenomen.
Hogere rente op totale schuldportefeuille
De gemiddelde rentevoet op de totale schuldportefeuille bedroeg eind 2024 ongeveer 5,6 procent. Voor schulden in Surinaamse dollar lag dit gemiddelde rond 9 procent. De analyse wijst erop dat de gemiddelde rente op de totale portefeuille ten opzichte van eind 2023 is gestegen. Een belangrijke oorzaak daarvan is de omzetting van enkele leningen van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), die oorspronkelijk tegen een variabele rente waren afgesloten, naar een hogere vaste rente. Deze renteconversie moet het risico van verdere rentestijgingen beperken. Het aandeel van de schuld met een variabele rente is door de schuldenherstructurering dan ook sterk afgenomen: van ongeveer 34 procent in 2022 naar circa 16 procent eind 2024.
Minder kortlopende schuld
De herstructurering heeft ook invloed gehad op het risico dat de overheid op korte termijn grote bedragen moet herfinancieren. Kortlopende schulden maakten eind 2024 ongeveer 5,6 procent van de uitstaande schuld uit. Dat aandeel is in drie jaar tijd afgenomen, mede door het aflossen van achterstanden en het herschikken van schulden. De uitgifte van staatsobligaties voor de herkapitalisatie van de CBvS heeft daarnaast geleid tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de binnenlandse SRD-schuld met ongeveer een half jaar. Ondanks de verbeteringen blijft het wisselkoersrisico echter een structureel aandachtspunt. Omdat het grootste deel van de overheidsschuld in vreemde valuta luidt, kunnen ontwikkelingen in de wisselkoers direct doorwerken in de omvang van de schuld en de betalingen die de staat moet verrichten. De analyse onderstreept daarmee dat de schuldenherstructurering de rente- en herfinancieringsrisico’s weliswaar heeft verminderd, maar dat de afhankelijkheid van vreemde valuta een belangrijk kwetsbaar punt in de overheidsfinanciën blijft.
Bron: Schuldenplan 2026, Bureau voor de Staatsschuld, 1 juni 2026


