De Centrale Bank Werknemers Organisatie (CBWO) wenst niet dat de uitvoering van de loonafspraken bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS), gekoppeld wordt aan een discussie over werknemersbijdragen voor pensioen en ziektekosten. Volgens vakbondsvoorzitter Robby Berenstein heeft de directie de onderwerpen ten onrechte met elkaar verbonden, terwijl de Bemiddelingsraad de loonaanpassing en de overige financiële afspraken al in een eindoordeel heeft vastgelegd. De werknemersorganisatie houdt daarom vast aan volledige uitvoering van het oordeel. Het gaat om een structurele salarisverhoging die, afhankelijk van de inkomenscategorie, varieert van 14 tot 16 procent. Ook de lumpsum en de verhoging van de vervoerstoelage maken volgens de bond, deel uit van het oordeel.
Het conflict heeft ertoe geleid dat werknemers het werk hebben neergelegd. De Bemiddelingsraad heeft de betrokken partijen uitgenodigd voor overleg om de impasse te doorbreken. De CBWO gaat op die uitnodiging in. Het bestuur wil de uitkomst vandaag, dinsdag 8 september, tijdens een algemene ledenvergadering bespreken, waarna de leden bepalen, hoe de acties worden voortgezet. Berenstein maakte gisteren tijdens een persconferentie van C-47 duidelijk, dat het huidige conflict niet op zichzelf staat. De arbeidsrelatie tussen de Centrale Bank en haar werknemers, zou al langer onder druk staan. Zo zou overleg volgens de bond regelmatig worden vertraagd en zouden afspraken over structureel overleg, onvoldoende worden nageleefd. De belangrijkste aanleiding voor de huidige actie is het eindoordeel dat de Bemiddelingsraad heeft uitgebracht, nadat de onderhandelingen over een nieuwe loonregeling waren vastgelopen. De CBWO had aanvankelijk ingezet op een structurele loonsverhoging van 35 procent. Omdat de onderhandelingen geen akkoord opleverden, werd de Bemiddelingsraad ingeschakeld. De raad koos uiteindelijk voor een gedifferentieerde verhoging. Werknemers die maximaal SRD 30.000 per maand verdienen, krijgen volgens het oordeel, een verhoging van 16 procent. Voor de volgende inkomensgroepen geldt respectievelijk 15,5 en 15 procent. Bij werknemers met een salaris boven SRD 90.000 bedraagt de verhoging 14 procent. Over alle categorieën samen komt de gemiddelde verhoging volgens de Bemiddelingsraad neer op ongeveer 15,1 procent.
Naast de structurele verhoging is een eenmalige lumpsum vastgesteld. Ook deze uitkering verschilt per inkomensgroep. De laagste inkomenscategorie ontvangt anderhalve maand salaris. Daarna gaat het bedrag achtereenvolgens naar 1,25 maand, één maand en 0,75 maand voor de hoogste inkomensgroep. Verder is bepaald dat de bestaande vervoerstoelage met 12 procent moet worden verhoogd. Tijdens het traject bij de Bemiddelingsraad bracht de directie ook de mogelijkheid van een werknemersbijdrage aan pensioen en ziektekosten naar voren. Volgens de CBWO betalen werknemers momenteel geen dergelijke bijdrage via een inhouding op hun salaris. De bond stelt echter dat de Bemiddelingsraad geen percentage of concrete bijdrage voor deze voorzieningen heeft vastgesteld. Berenstein verwees tijdens de persconferentie naar het eindoordeel, waarin volgens hem duidelijk staat dat een werknemersbijdrage voor pensioen en ziektekosten geen onderdeel vormt van het oordeel en afzonderlijk tussen de partijen moet worden besproken. Voor de CBWO is dat onderscheid essentieel. De bond zegt bereid te zijn om over de bijdragen te onderhandelen, maar wil niet dat dit overleg voorafgaat aan de uitvoering van de loonafspraken. “Wij schuwen geen overleg”, benadrukte Berenstein. Volgens hem hoort een dergelijke discussie thuis binnen het reguliere overleg tussen de directie en de werknemersorganisatie, zoals dat ook in de cao is geregeld.
Volgens Berenstein gaat het bij een eventuele werknemersbijdrage bovendien niet uitsluitend om de vraag hoeveel procent van het salaris moet worden ingehouden. De bond wil weten, welke verbeteringen of garanties werknemers daar tegenover krijgen. Daarbij noemt hij onder meer de kwaliteit en dekking van de ziektekostenvoorziening en de voorwaarden van de pensioenregeling. Daarmee raakt de kwestie volgens de CBWO aan meer dan alleen een financiële inhouding op het salaris. De bond en de directie verschillen hierdoor fundamenteel van mening over de manier waarop het eindoordeel moet worden uitgevoerd.
De Centrale Bank heeft inmiddels een deel van de afspraken uitgevoerd. De lumpsum is uitgekeerd en de vervoerstoelage is met 12 procent verhoogd. Op het punt van de structurele salarisverhoging ligt de situatie anders. De directie heeft een loonaanpassing van 11,4 procent aangekondigd, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De CBWO beschouwt dit echter niet als volledige uitvoering van het eindoordeel. Volgens de bond moet worden uitgegaan van de percentages die door de Be-middelingsraad zijn vastgesteld, namelijk tussen 14 en 16 procent, afhankelijk van het salarisniveau. Berenstein stelt dat de directie daarmee feitelijk een nieuwe voorwaarde aan de uitvoering koppelt door eerst overeenstemming te willen bereiken over de pensioen- en ziektekostenbijdragen. “Men wil uitvoeren naar eigen inzichten”, aldus de vakbondsvoorzitter.
Volgens de CBWO heeft de directie niet gesteld, dat zij het oordeel van de Bemiddelingsraad naast zich neerlegt. De Bank heeft juist aangegeven, het oordeel te willen uitvoeren. Het verschil van inzicht zit volgens de bond vooral in de interpretatie van wat volledige uitvoering inhoudt.
Berenstein stelt dat het oordeel op basis van de cao tussen de Centrale Bank en haar werknemersorganisatie, bindend is. Hij erkent wel dat juristen verschillend kunnen oordelen over de juridische status van uitspraken van een Bemiddelingsraad. Voor de CBWO is die juridische discussie volgens Berenstein niet doorslaggevend.
De werkneerlegging wordt voorlopig voortgezet. Berenstein benadrukt dat actievoeren voor de bond geen doel op zich is, maar wordt ingezet om volledige uitvoering van het eindoordeel af te dwingen. De CBWO zal tijdens het overleg met de Bemiddelingsraad, haar standpunt opnieuw naar voren brengen. Voor de bond staat daarbij één punt centraal: het eindoordeel moet volgens Berenstein “naar letter en geest” worden uitgevoerd. Na het overleg zal het bestuur verslag uitbrengen aan de leden. De algemene ledenvergadering beslist vervolgens over de verdere koers van de werknemersorganisatie.


