Dat een eenvoudige leesbril inmiddels tussen de SRD 20.000 en SRD 30.000 zou kosten, is meer dan een economisch cijfer. Het is een pijnlijk voorbeeld van hoe basisbehoeften voor steeds meer Surinamers veranderen in luxeproducten.
Een bril is geen luxe. Wie minder goed ziet, heeft die nodig om te kunnen werken, lezen, studeren, autorijden of simpelweg zelfstandig te functioneren. Toch wordt zelfs zoiets basaals als een gezondheidsbril, voor werknemers met een beperkt inkomen, steeds moeilijker betaalbaar. Wanneer iemand jarenlang heeft gewerkt en vervolgens moet kiezen tussen een noodzakelijke bril, medicijnen of boodschappen, is er iets fundamenteel mis met de koopkracht van de samenleving. De CLO stelt dat de lonen van veel werknemers onvoldoende zijn meegestegen met de kosten van levensonderhoud en gezondheidszorg. Daartegenover staan stijgende prijzen en een sterk veranderde wisselkoers. Het gevolg is dat het inkomen op papier misschien hetzelfde lijkt, maar in werkelijkheid steeds minder waard wordt. Het is dan ook terecht dat de gezondheidszorg niet alleen wordt bekeken vanuit ziekenhuizen, artsen en medicijnen. Betaalbaarheid hoort daar nadrukkelijk bij. Een gezondheidsbril zou niet afhankelijk mogen zijn van de vraag of iemand aan het einde van de maand nog SRD 20.000 of SRD 30.000 over heeft. De regering wordt geconfronteerd met een eenvoudige, maar belangrijke vraag: Hoe kan een werkende bevolking haar gezondheid en waardigheid behouden wanneer noodzakelijke voorzieningen onbetaalbaar worden? Een samenleving die van haar burgers verwacht dat zij blijven werken en bijdragen, moet er ook voor zorgen dat zij de middelen hebben om gezond en volwaardig te kunnen functioneren. Een bril moet gedragen kunnen worden, omdat iemand hem nodig heeft, niet alleen omdat iemand hem kan betalen.


