De aanwezigheid van mennonitische landbouwgroepen in Suriname, gefaciliteerd door Braganza Marketing Group, heeft tot maatschappelijke bezorgdheid en debat geleid. Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zegt dat er geen afzonderlijke overeenkomst tussen LVV en de mennonieten bestaat. De bewindsman heeft bij zijn aantreden wel documenten van de vorige regering over besluiten rond de groep aangetroffen, maar geen volledig dossier met een overeenkomst.
De Communicatie Dienst Suriname (CDS) heeft op dinsdag 1 september 2026 een vraaggesprek met de LVV-minister gehad omtrent deze veel besproken zaak. Over de samenwerking met Braganza zegt minister Noersalim dat het gaat om afspraken met een Surinaams bedrijf over het beschikbaar stellen van landbouwgrond voor de productie van soja en maïs. Het bedrijf presenteerde zich daarbij niet als vertegenwoordiger van de mennonieten. Volgens de bewindsman kan LVV onder voorwaarden arealen beschikbaar stellen voor het uitoefenen van landbouw, maar de formele uitgifte van grond is een aangelegenheid van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB). Voor grootschalige landbouw gelden strikte voorwaarden. Zo zijn milieustudies en goedkeuringen vereist, moeten buitenlandse arbeidskrach-ten legaal in Suriname verblijven en mogen geen activiteiten plaatsvinden in primair bos. Ook de Nationale Milieu Autoriteit (NMA), de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) en het ministerie van Justitie en Politie zijn bij de controle betrokken.
Minister Noersalim benadrukt dat er geen sluiproute is en dat iedereen de regels moet volgen. Buitenlandse arbeidskrachten zijn volgens de regeringsfunctionaris welkom, maar alleen binnen de geldende wetgeving. De minister ziet daarnaast kansen voor de landbouwsector, die kampt met een tekort aan arbeidskrachten en vergrijzing. Hij pleit ook voor een betere geografische spreiding van landbouwactiviteiten om risico’s, zoals ziekte-uitbraken, te beperken.

