De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) heeft gisteren haar collectieve resoluties over de zogenoemde ‘5 km-wet’ aangeboden aan de regering. De resoluties zijn het resultaat van een miniconferentie die de organisatie afgelopen weekend hield over de Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden. De VIDS wil dat de regering afziet van de voorgestelde Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden. Volgens de VIDS biedt de wet onvoldoende bescherming voor de traditionele gebieden van inheemse gemeenschappen.
De documenten werden namens de regering in ontvangst genomen door Theresia Cirino, lid van de presidentiële werkgroep Grondenrechten en Decentralisatie. Met de Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden, wil de regering inheemse en tribale gemeenschappen tijdelijk beschermen in afwachting van definitieve wetgeving over grondenrechten.
Nieuwe concessies voor onder meer houtkap, goudwinning, zandwinning, mijnbouw en grootschalige landbouw zouden binnen een straal van 5 kilometer rond dorpskernen, niet worden toegestaan. De VIDS stelt dat die bescherming niet ver genoeg gaat. De traditionele leefgebieden beperken zich volgens de VIDS, niet tot een zone van 5 kilometer rondom een dorp. Daarnaast blijft de grond volgens de voorgestelde regeling domeingrond en wordt het collectieve eigendomsrecht van inheemse gemeenschappen niet erkend. Daarmee bestaat volgens de organisatie het risico dat een tijdelijke beschermingsmaatregel uiteindelijk een volledige wettelijke erkenning van grondenrechten voor zich uit blijft schuiven. De resoluties zijn opgesteld na overleg met inheemse dorpshoofden, tijdens conferenties van de VIDS en bij verschillende krutu’s. De organisatie vraagt de regering om niet alleen de voorgestelde wet niet af te kondigen, maar ook de volledige traditionele leefgebieden juridisch te beschermen. Daarnaast wil de VIDS dat concessieverlening voor mijnbouw, houtkap, goudwinning en zandwinning binnen inheemse gebieden wordt stopgezet. De organisatie dringt verder aan op erkenning van het collectieve eigendomsrecht van inheemse volken.
Kali’na- en Lokono-vonnis
De VIDS verwijst ook naar het Kali’na- en Lokono-vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. De organisatie vindt dat de uitspraken van het Hof volledig moeten worden uitgevoerd. Ook het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) moet volgens de VIDS, worden gerespecteerd. Dat houdt in dat gemeenschappen vooraf moeten worden geïnformeerd en geraadpleegd over besluiten die gevolgen kunnen hebben voor hun leefgebieden. Voor de organisatie hoort daar ook een wettelijke erkenning van het traditioneel gezag bij en moet de positie van kapiteins, basja’s en stamhoofden worden vastgelegd. Waarnemend kapitein van Pierre Kondre in Marowijne, Louis Biswane, benadrukt dat de strijd om erkenning van de gebieden al jarenlang duurt. Volgens hem zijn sinds 2000 stappen gezet om de verschillende gebieden af te bakenen. “We hebben de meeste gebieden inmiddels in kaart gebracht. Als het aan mij lag, is het morgen al af. Maar het is aan de regering”, aldus Biswane. De VIDS hoopt dat de regering de resoluties serieus behandelt en op korte termijn, opnieuw het gesprek aangaat met de inheemse gemeenschappen. De organisatie pleit voor een duurzame oplossing, waarbij de collectieve rechten en traditionele leefgebieden daadwerkelijk juridisch worden beschermd.

