Onderwijsvakbonden presenteren nieuwe loonstructuur voor leerkrachten

De onderwijsvakbonden hebben op maandag 14 september, een nieuwe loonstructuur voor leerkrachten gepresenteerd aan de regering. Volgens Bernice Barron, voorzitster van de Gezamenlijke Onderwijs Vakbonden, die namens een samenwerkingsverband van onderwijsbonden sprak, is de nieuwe loonstructuur onderdeel van een breder wensenpakket, dat al langer bij de regering ligt. Barron zegt dat de bonden al geruime tijd aandacht vragen voor de positie van leerkrachten. Daarbij gaat het volgens haar niet alleen om salaris, maar ook om betere secundaire arbeidsvoorwaarden en het behouden van leerkrachten binnen het onderwijs. “Het gaat er uiteindelijk om, dat we iets apart willen voor onze mensen”, aldus Barron. Zij wees erop, dat vorig jaar al een brief naar de president werd gestuurd met het verzoek, maatregelen te treffen om leerkrachten voor het onderwijs te behouden. Op 2 juni van dit jaar werd volgens Barron, al een eerste overeenkomst met de regering gesloten. Daarbij werden verschillende wensen van de onderwijsbonden ingewilligd. De bonden hadden echter aangekondigd, met een nieuw wensenpakket te komen. De nieuwe loonstructuur maakt daar deel van uit. Volgens Barron kon de loonstructuur aanvankelijk niet worden gepresenteerd, mede vanwege de discussie over de algemene loonsverhoging van 15 procent. Uiteindelijk werd de nieuwe structuur op 14 september aan de regering voorgelegd. De regering bestudeert momenteel de voorstellen en bekijkt, welke mogelijkheden er nog zijn om deze uit te voeren. De onderwijsbonden willen volgens Barron vóór de start van het nieuwe schooljaar, duidelijkheid over wat leerkrachten kunnen verwachten. “Voor 1 oktober moeten we al weten, hoe ver we met de leerkrachten zijn en wat we hen kunnen aanbieden”, aldus Barron. De eerste plenaire bespreking met de regering staat volgens Barron gepland voor 24 september. Indien er dan geen overeenstemming wordt bereikt, wordt op 25 september verder gesproken. De minister van Binnenlandse Zaken heeft volgens haar gezegd dat de gesprekken doorgaan, zolang er geen akkoord is.Barron noemt 1 oktober een belangrijk moment. De bonden hebben de regering naar eigen zeggen herhaaldelijk gewaarschuwd, dat onvoldoende verbetering kan leiden tot een verdere uitstroom van leerkrachten. Barron zegt dat het laagste aanvangssalaris voor een leerkracht, in de vierde graad, momenteel ongeveer SRD 12.500 bedraagt. Voor een leerkracht in de eerste graad ligt het aanvangssalaris volgens haar rond SRD 22.000 tot SRD 23.000. Volgens Barron is dat onvoldoende om van rond te komen, zeker wanneer een leerkracht geen andere werkzaamheden verricht. Zij benadrukt dat leerkrachten voldoende uitgerust moeten zijn om kwalitatief onderwijs te kunnen geven.

Over de exacte bedragen in de nieuwe loonstructuur wil Barron voorlopig geen uitspraken doen. De bonden hebben volgens haar, de voorstellen uitgebreid onderbouwd in een presentatie van ongeveer twintig pagina’s. Daarbij is een volledige loonreeks uitgewerkt voor onder meer schoolleiders en directeuren op verschillende onderwijsniveaus.  De voorgestelde systematiek zou volgens Barron relatief eenvoudig kunnen worden toegepast door de regering, omdat met een bepaalde factor, kan worden gerekend. Een belangrijk probleem blijft volgens Barron de aanwas en het behoud van leerkrachten. Zij omschrijft de instroom als “heel stroef”. Eveneens vertrekken leerkrachten naar andere sectoren, het buitenland of andere onderwijsinstellingen. Als voorbeeld noemt zij leerkrachten die vanuit het bijzonder onderwijs, overstappen naar het openbaar onderwijs vanwege de afstand tot hun werkplek. Een kortere woon-werkafstand, kan volgens haar leiden tot lagere vervoerskosten en minder reistijd.

Ook naar het buitenland vertrekken leerkrachten. Barron noemt onder meer het Caribisch gebied en Nederland als bestemmingen. Leerkrachten die niet naar het buitenland vertrekken, zoeken volgens haar soms werk in andere sectoren, waar zij betere financiële mogelijkheden zien. Volgens Barron vindt deze uitstroom plaats op verschillende onderwijsniveaus. Naast de actieve leerkrachten willen de bonden volgens Barron ook aandacht voor gepensioneerde onderwijsgevenden. Zij stelt dat mensen die jarenlang voor het land hebben gewerkt, niet na hun pensionering plotseling sterk in levensstandaard achteruit zouden moeten gaan. “Je moet de mensen blijven waarderen. Zij hebben hard gewerkt voor het land”, aldus Barron. Zij spreekt namens een samenwerkingsverband waarin onder meer VOLS, het Syndicaat, DOGOS en VWPU samenwerken. Volgens haar willen deze bonden gezamenlijk optrekken bij de onderhandelingen met de regering. De BVL-ALS volgt echter een eigen traject. Barron zegt dat de bonden eerder gezamenlijk hebben opgetrokken, maar dat inmiddels een andere situatie is ontstaan. Volgens haar zitten alle bonden wel in dezelfde vergaderingen, maar voert de groep van vier bonden een eigen traject, terwijl BVL-ALS afzonderlijk haar voorstellen verdedigt. Beide groepen hebben volgens Barron een eigen loonstructuur aan de regering gepresenteerd. De verschillen zijn volgens haar niet groot. Een voorbeeld is het gehanteerde gemiddelde salaris: de groep van vier bonden zou hebben gerekend met een gemiddeld salaris van SRD 15.000, terwijl BVL-ALS volgens Barron uitgaat van SRD 12.000. De nieuwe loonstructuur moet volgens Barron, ook rekening houden met opleidingsniveau en doorgroeimogelijkheden. Zij wees erop dat iemand met een bachelor- of masteropleiding ervoor kan kiezen, op een lager onderwijsniveau les te geven. Ook de overgang tussen verschillende onderwijsniveaus moet volgens haar eenvoudiger worden. Barron noemt daarbij het IOL, waar medewerkers volgens haar, eerst ontslag moeten nemen en vervolgens opnieuw moeten solliciteren, wanneer zij aan de universiteit willen gaan lesgeven. De bonden willen bekijken of een dergelijke overgang, eenvoudiger kan worden geregeld. Naast de loonkwestie maakt Barron zich zorgen over de voorbereiding op het nieuwe schooljaar. Vorige week hebben de onderwijsbonden volgens haar overleg gehad met het ministerie, maar daarbij was nog niet over alle aspecten duidelijkheid. Een belangrijk probleem blijft het tekort aan leerkrachten. Barron vindt dat het ministerie de onderwijsorganisaties actiever bij de voorbereiding moet betrekken. Volgens haar begon het schooljaar vorig jaar met aanzienlijke tekorten. Als de situatie dit jaar hetzelfde blijft, zal dat volgens haar, opnieuw problemen opleveren. Met nog minder dan twee weken tot de start van het schooljaar hopen de bonden dat de resterende knelpunten worden opgelost. Barron benadrukte dat alle partijen belang hebben bij een goede en vruchtbare start van het nieuwe schooljaar.

More
articles