NON-COMPLIANCE LOONT

De opmerkingen van Baitali-CEO Farsi Khudabux tijdens de CEO Talk van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), verdienen iedere bijval. Hij heeft het beestje bij de naam genoemd: in Suriname betaalt het zich vaak uit om de regels te negeren. Handhaving bestaat in de praktijk vrijwel niet voor partijpolitieke loyalisten. Wie de juiste politieke kleur draagt, geniet een de facto immuniteit en onaantastbaarheid. Overtredingen worden gedoogd, dossiers verdwijnen of worden getraineerd, en sancties blijven uit. Dit creëert een parallel systeem waarin de wet selectief wordt toegepast. Niet de inhoud van de regel, maar de politieke affiliatie bepaalt of er wordt opgetreden. Dat ondermijnt elk vertrouwen in gelijke behandeling en maakt van de overheid zelf een partij in de concurrentievervalsing. Nog schrijnender is de situatie rond buitenlandse beschermelingen, met name Chinese investeerders en operators. Buiten Groot-Paramaribo is handhaving nagenoeg afwezig. Activiteiten die in de stad al moeilijk te controleren zijn, vinden in het binnenland en in de districten plaats zonder noemenswaardig toezicht. Vergunningen, milieuvoorschriften, arbeidsregels en fiscale verplichtingen worden stelselmatig genegeerd, terwijl de politieke en diplomatieke bescherming ervoor zorgt dat handhavers wegkijken. Dit is geen toeval, maar een structureel patroon waarbij economische belangen en bilaterale relaties zwaarder wegen dan de soevereiniteit van de Surinaamse rechtsorde. Daarbij komt de brute realiteit van de drugskartels. Deze netwerken schuwen geen geweld. De dreiging richt zich niet alleen op concurrenten of rivalen, maar expliciet op wie probeert te handhaven rond hun dekmantels en witwasconstructies. Ambtenaren, inspecteurs, journalisten en ondernemers die de regels willen toepassen, weten dat zij zichzelf en hun families in gevaar brengen. In zo’n klimaat is non-compliance niet slechts lucratief; het is soms de enige overlevingsstrategie. Wie wél wil handhaven, staat alleen tegenover een geweldsapparaat dat de staat zelf niet effectief kan of wil neutraliseren. Daarom staan we wederom aan de vooravond van black- of greylisting.

Local content zou enorm gebaat zijn bij eerlijke en strikte naleving van de bestaande aanbestedingsregels en -principes. Nieuwe wetgeving is niet altijd nodig. De huidige kaders bevatten al voldoende instrumenten voor transparantie, concurrentie en voorkeur voor lokale capaciteit, mits ze daadwerkelijk worden toegepast. Zolang gunningen plaatsvinden op basis van politieke loyaliteit of buitenlandse druk in plaats van op basis van kwaliteit, prijs en local content-vereisten, blijft de Surinaamse ondernemer de dupe. Eerlijke naleving van wat al bestaat, zou meer opleveren dan weer een nieuwe regeling die evenmin wordt gehandhaafd. Een extreem risico schuilt in de institutionele inrichting rond aanbestedingen. De Onderraad voor Aanbestedingen en Gunningen van de Ministerraad is door zijn politieke samenstelling niet gegarandeerd van de benodigde expertise voor de complexiteit en schaal van moderne projecten. Tegelijkertijd geniet de Raad van Ministers geen structurele institutionele ondersteuning van vaste, integere deskundigen die doorwinterd zijn in aanbestedingsprocedures, aanbestedingscommunicatie, ge-heimhouding en de druk van kortgedingmaatregelen en geschillenbeslechting. Zonder die onafhankelijke, professionele ruggengraat blijft de politieke logica dominant. Dat is een recept voor fouten, willekeur en juridische kwetsbaarheid. Tegen deze achtergrond is de moed van de leiding van Baitali des te indrukwekkender. Een bedrijf dat de overheid als grootste directe of indirecte klant heeft, kiest er niet alleen voor de rechtspraak op te zoeken, maar ook om in de openbaarheid het probleem te benoemen. Het is een bewuste keuze om voorbij omzet en groei te kijken en de spelregels en de scheidsrechters eerlijk te houden, ook als dat de eigen positie onder druk zet. Zulke bestuurders zetten alles op het spel: relaties, opdrachten, persoonlijke veiligheid. Zij verdienen publieke steun.  Het publiek moet deze bestuurders steunen. Wie durft te zeggen, dat non-compliance loont, en wie weigert mee te doen aan die logica, verdient geen stilzwijgen maar actieve solidariteit. Alleen als genoeg ondernemers, professionals en burgers zich uitspreken, kan de druk op de politiek en de handhavingsinstanties toenemen. Tot slot een compliment aan de VES. De vereniging slaagt er iedere keer weer in een podium te bieden aan technici en ondernemers die kiezen voor vakbekwaam resultaat in plaats van een moment in de nationale etalage. Door ruimte te geven aan ongemakkelijke waarheden zoals die door Farsi Khudabux zijn benoemd, vervult de VES een rol die verder gaat dan netwerken. Zij draagt bij aan een publiek debat dat Suriname hard nodig heeft: een debat waarin de regels weer gaan gelden voor iedereen, of men nu politiek loyaal is, buitenlandse bescherming geniet, of opererend in de schaduw van kartels.  Non-compliance mag niet lonen. De enige manier om dat te realiseren is door handhaving consequent, onpartijdig en moedig toe te passen – en door degenen die dat eisen, publiekelijk te steunen.

More
articles