De Nationale Assemblée (DNA) heeft gisteren unaniem ingestemd met een wijziging van het Reglement Industriële Eigendom Suriname 1912. Met de nieuwe regels wordt onder meer vastgelegd, wie aanspraak kan maken op het exclusieve gebruik van een merk en onder welke voorwaarden merken kunnen worden geregistreerd. De wet geldt als de eerste die onder het nieuwe ministerschap van Economische Zaken is aangenomen. Alle 39 aanwezige parlementariërs stemden vóór het wetsvoorstel.
Een belangrijk onderdeel van de wijziging is de bescherming van merken voor zowel producten als diensten. Daarbij wordt, met behoud van de rechten die voortvloeien uit het Verdrag van Parijs inzake de bescherming van industriële eigendom, bepaald dat de houder van een merk, het exclusieve gebruik ervan kan opeisen om waren of diensten van anderen te onderscheiden.
Het exclusieve recht wordt in Suriname in beginsel toegekend aan degene die het merk als eerste in gebruik heeft genomen. De bescherming geldt voor de categorie producten of diensten waarvoor het merk voor het eerst is gebruikt. Het recht kan niet langer dan drie jaar na het laatste gebruik van het merk worden uitgeoefend. De wetswijziging bevat daarnaast een regeling voor merken die op internationale tentoonstellingen worden gepresenteerd.
Een fabrieks-, handels- of dienstmerk dat tijdens een officiële of officieel erkende internationale tentoonstelling is getoond, kan onder bepaalde voorwaarden alsnog in Suriname worden ingeschreven. Daarvoor moet de aanvraag binnen zes maanden na de opening van de tentoonstelling bij het Bureau voor Intellectuele Eigendom worden ingediend. De registratie geldt voor de producten of diensten waarvoor het merk op de tentoonstelling werd ingezonden.
Tijdens de behandeling in het parlement werd benadrukt dat het aannemen van de wet slechts een eerste stap is. De voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, Steven Reyme, zei dat de behandeling in goede samenwerking tussen coalitie, oppositie, regering en minister heeft plaatsgevonden. Volgens hem hebben de verschillende bijdragen geleid tot aanpassingen waarmee de betrokken partijen zich konden verenigen.
Chuanrui Wang (VHP) legde de nadruk op de praktische uitvoering. Volgens hem moet het Bureau voor Intellectuele Eigendom voldoende personeel krijgen en beschikken over duidelijke procedures voor aanvragen en beheer. Ook is volgens hem een betrouwbaar, digitaal en openbaar register noodzakelijk. Wang vindt daarnaast dat moet worden nagegaan, hoe eventuele achterstanden kunnen worden weggewerkt. Ondernemers buiten Paramaribo moeten volgens hem, eveneens toegang krijgen tot informatie en ondersteuning over de registratie van hun intellectuele eigendom. Voor Wang is registratie bovendien niet voldoende. Hij benadrukte dat de bescherming van merken ook moet worden gekoppeld aan effectieve handhaving tegen namaak en misbruik.
Jennifer Vreedzaam (NDP) wees tijdens de behandeling op de bredere betekenis van intellectuele eigendom. Het gaat volgens haar niet alleen om merken, maar ook om rechten die verband houden met onder meer uitvindingen en ontwerpen. Zij verwacht dat in een vervolgtraject meer noodzakelijke wijzigingen worden doorgevoerd om de rechten van betrokkenen beter te beschermen. Ook Raymond Sapoen (NDP) beschouwt de aangenomen wijziging als een belangrijke, maar nog niet volledige stap. Volgens hem is verdere modernisering nodig, maar kan de wet al bijdragen aan een gunstiger ondernemersklimaat. Sapoen wees daarbij specifiek op de dienstensector, die volgens hem een belangrijk onderdeel van de Surinaamse economie vormt. Dienstverleners krijgen met de nieuwe regeling volgens hem meer rechtsbescherming tegen het ongeoorloofd gebruik van hun merken.
Minister Andrew Baasaron van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie bedankte de parlementariërs voor hun bijdrage aan de behandeling. Volgens hem moet een constructieve discussie uiteindelijk leiden tot betere wetgeving. De minister benadrukte tegelijkertijd dat het werk niet stopt bij de aanname van de wet. Volgens Baasaron zijn een goede monitoring en daadwerkelijke uitvoering van de aangenomen wetgeving noodzakelijk. Hij sprak de verwachting uit dat de regering en het parlement ook bij toekomstige wetgeving, constructief zullen blijven samenwerken. De aangenomen ontwerpwet was op 26 maart 2026 door de regering bij DNA ingediend. Daarna werd het voorstel door de Commissie van Rapporteurs voorbereid en behandeld. De commissie stond onder leiding van Reyme en Wang, Ronny Asabina (BEP), Sapoen (NDP), Vidjaiprekash Thakoer (VHP), Jennifer Vreedzaam (NDP) en Anni Sadi (NDP).


