Schalkwijk: ‘Goed bestuur belangrijker voor Surinamers dan olie en gas’

Goed bestuur en corruptiebestrijding zijn voor de meerderheid van de Surinaamse bevolking belangrijker voor de toekomst van het land, dan de ontwikkeling van de olie- en gassector. Dat blijkt uit het Landelijk Perceptieonderzoek Suriname 3.0, uitgevoerd door onderzoeksbureau NIKOS.

Voor het onderzoek werden tussen 25 juni en 21 juli 1.786 Surinamers uit negen districten ondervraagd. Onderzoeker en socioloog Jair Schalkwijk presenteerde de resultaten tijdens ABC Actueel. Volgens hem is het onderzoek bedoeld om de visie van de samenleving op de toekomst van Suriname, in kaart te brengen.

Hoewel veel wordt verwacht van de olie- en gassector, is de bevolking voorzichtig in haar verwachtingen. 42 procent verwacht dat het beter zal gaan zodra de sector op gang komt, terwijl 26 procent een verslechtering verwacht en 32 procent weinig verandering voorziet.

Corruptie en slecht bestuur worden door 65 procent van de respondenten gezien als het grootste risico voor de toekomstige ontwikkeling van Suriname. Daarnaast vindt maar liefst 91 procent goed bestuur en het terugdringen van corruptie belangrijker dan de ontwikkeling van de olie- en gassector.

Ook het vertrouwen in het toekomstige beheer van de olie- en gasinkomsten is beperkt. Slechts 12 procent heeft er vertrouwen in, dat het geld goed zal worden beheerd. Tegelijkertijd vindt 83 procent dat een deel van de inkomsten moet worden gespaard voor toekomstige generaties.

De bevolking ziet naast olie en gas, ook andere sectoren met grote potentie. Landbouw en agro-industrie worden het vaakst genoemd, gevolgd door toerisme en ecotoerisme, ICT en digitale dienstverlening en de olie- en gassector. Ook de bos- en natuurgebaseerde economie, wordt als kansrijk beschouwd.

De natuurlijke hulpbronnen, het tropisch regenwoud en de multiculturele samenleving worden door de bevolking gezien als belangrijke krachten van Suriname. 87 procent vindt dat het regenwoud beter moet worden beschermd, zelfs als dat in bepaalde gevallen ten koste gaat van economische groei.

Ondanks de economische kansen denkt 36 procent van de respondenten erover, binnen vijf jaar naar het buitenland te vertrekken. Onder jongeren tussen 18 en 39 jaar ligt dit percentage op 54 procent. Bij hoger opgeleiden bedraagt het 47 procent.

Volgens Schalkwijk moet Suriname daarom vooral meer toekomstperspectief bieden. Onderwijs wordt daarbij als essentieel gezien. 96 procent van de respondenten vindt onderwijs de belangrijkste investering voor de toekomst. Bijna 70 procent is bovendien bereid aanvullende opleidingen of trainingen te volgen. Onder jongeren ligt dat percentage zelfs op 92 procent.

Ook op het gebied van local content is de boodschap duidelijk: ongeveer 80 procent vindt dat Surinamers voorrang moeten krijgen bij banen en economische kansen die voortkomen uit de olie- en gassector.

Het onderzoek laat verder zien, dat sociale media inmiddels de belangrijkste informatiebron zijn voor bijna 70 procent van de bevolking. Onder jongeren ligt dit op 88 procent, terwijl bij mensen van 60 jaar en ouder 34 procent sociale media als belangrijkste bron noemt.

Schalkwijk concludeert dat Surinamers niet uitsluitend pessimistisch zijn. Hoewel er grote zorgen bestaan over bestuur, corruptie en het beheer van toekomstige inkomsten, ziet de bevolking ook volop kansen. ‘’We moeten soms iets meer naar de bevolking luisteren”, aldus Schalkwijk. Volgens hem kan het onderzoek helpen om beleid beter te laten aansluiten op wat Surinamers zelf belangrijk vinden.

More
articles