Bedrijfsleven neemt Ontwerpwet Ongevallenregeling onder de loep

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft de Commissie van Rapporteurs van De Nationale Assemblée (DNA) geadviseerd, de Ontwerpwet Ongevallen-regeling (SOR) eerst grondig te herzien, voordat het wetsvoorstel verder wordt behandeld. Volgens de werkgeversorganisatie zijn op juridisch, medisch en uitvoeringstechnisch gebied nog belangrijke verbeteringen nodig. De VSB gaf haar technische visie op woensdag 5 augustus tijdens een overleg met de Commissie van Rapporteurs, onder voorzitterschap van Silvana Afonsoewa. Bedrijfsarts Jan van Charante presenteerde namens de VSB, een inhoudelijke beoordeling van het wetsvoorstel vanuit medisch, arbeidsgezondheidskundig en preventief perspectief.

Volgens Van Charante moet een moderne ongevallenregeling verder gaan dan het bieden van financiële compensatie, nadat een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden.

Preventie van arbeidsongevallen en beroepsziekten moet volgens hem, een belangrijk uitgangspunt zijn. Een goed functionerende bedrijfsgezondheidszorg kan daarbij een centrale rol vervullen. De VSB pleit daarnaast voor een betere aansluiting tussen de voorgestelde Ongevallenregeling, de Arbowet en bestaande veiligheidsvoorschriften. Volgens de organisatie is een samenhangend stelsel noodzakelijk om arbeidsveiligheid structureel te verbeteren. Hoewel de VSB de modernisering van de regeling ondersteunt, heeft zij verschillende onderdelen van het wetsvoorstel ter discussie gesteld. Zo zouden de ruime definities van werkgever en werknemer, de mogelijke overlap tussen arbeidsongevallen en beroepsziekten en de aansprakelijkheid van de laatste werkgever bij beroepsziekten, tot juridische onzekerheid kunnen leiden.

Ook de voorgestelde uitbreiding naar ongevallen tijdens het woon- en werkverkeer roept vragen op. Volgens de VSB kan deze bepaling leiden tot een disproportionele aansprakelijkheid voor werkgevers. Op medisch gebied wees Van Charante erop dat de vaststelling van beroepsziekten, specialistische kennis vereist. Volgens hem moet de beoordeling van een mogelijk beroepsgerelateerde aandoening, niet uitsluitend worden overgelaten aan een algemeen arts of een commissie zonder specifieke deskundigheid. Ook de voorgestelde omkering van de bewijslast bij beroepsziekten, zoals opgenomen in artikel 23, werd kritisch besproken. De VSB vindt dat eerst zorgvuldig moet worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een medisch causaal verband tussen de aandoening en de werkzaamheden voordat aansprakelijkheid kan worden vastgesteld. Verder vraagt de organisatie om duidelijke regels voor aanstellingskeuringen en periodieke arbeidsgezondheidskundige onderzoeken.

Deze zouden volgens de VSB, gericht moeten zijn op functies waarbij aantoonbare arbeidsrisico’s bestaan.

Naast de medische en juridische aspecten wees de VSB op het belang van een evenwichtige aansprakelijkheidsregeling en een duidelijke scheiding tussen wettelijke uitkeringen en civielrechtelijke schadevergoedingen. Ook zou de verplichte verzekeringsplicht actuarieel moeten worden onderbouwd en moet de meldingsprocedure praktisch uitvoerbaar zijn.

De VSB heeft eveneens kritiek op de voorgestelde onmiddellijke inwerkingtreding van de wet. Werkgevers, verzekeraars en uitvoeringsinstanties zouden volgens de organisatie, voldoende tijd moeten krijgen, zich op de nieuwe regelgeving voor te bereiden.

De werkgeversorganisatie heeft de Com-missie van Rapporteurs daarom geadviseerd, de ontwerpwet eerst technisch, juridisch, medisch en actuarieel verder te beoordelen en aan te passen, voordat de parlementaire behandeling wordt voortgezet.

More
articles