Suriname kan de uitdagingen op de arbeidsmarkt niet uitsluitend oplossen met extra financiële middelen. Dat stelt de Wereldbank in het rapport: ‘Suriname Jobs and Skills Radar 2030: From Economic Opportunity to Jobs for Surinamese Workers’. Volgens de organisatie zijn een betere samenwerking tussen overheid, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven en gerichte hervormingen noodzakelijk, om het skills-ecosysteem toekomstbestendig te maken. De Wereldbank presenteert in het rapport een routekaart met zes hervormingsgebieden die moeten bijdragen aan een betere aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Een van de grootste knelpunten is volgens de Wereldbank de achterstand in basisvaardigheden zoals taal en rekenen.
Deze ontstaat al vroeg in de schoolloopbaan en werkt later door in de inzetbaarheid van jongeren. Daarom wordt onder meer aanbevolen om versnelde programma’s voor taal- en rekenvaardigheden op te zetten, vooral voorafgaand aan technisch en beroepsonderwijs. Daarnaast blijkt dat werkgevers niet alleen behoefte hebben aan technische kennis, maar ook aan zogenoemde soft skills, zoals samenwerken, communiceren en professioneel gedrag. De Wereldbank adviseert daarom minimale normen voor arbeidsmarktgereedheid te ontwikkelen en deze te integreren in beroepsopleidingen en certificering. Ook wordt gepleit voor de uitbreiding van taalonderwijs in het Nederlands en Engels, met speciale aandacht voor bewoners van het binnenland, prioritaire sectoren en de toegankelijkheid voor vrouwen. Het technisch en beroepsonderwijs (Technical and Vocational Education and Training, TVET) moet volgens het rapport, eveneens worden gemoderniseerd. Verouderde apparatuur, een tekort aan praktijkinstructeurs en beperkte flexibiliteit zorgen ervoor dat opleidingen onvoldoende aansluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt. De Wereldbank pleit voor investeringen in moderne apparatuur, actuele lesprogramma’s en maatregelen om het beroep van docent en praktijkinstructeur, aantrekkelijker te maken. De Wereldbank stelt tevens dat de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en werkgevers, structureel moet worden versterkt. Werkgevers zouden nauwer betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van lesprogramma’s, beroepsstandaarden en competentieprofielen. Ook wordt geadviseerd regionale en internationale opleidingspartnerschappen beter te benutten om hoogwaardige opleidingen en certificeringen toegankelijker te maken. Volgens de Wereldbank belemmert daarnaast de versnippering van verantwoordelijkheden binnen het huidige skills-systeem, een effectieve uitvoering van beleid. Daarom wordt aanbevolen een nationale skills-agenda voor vijf jaar op te stellen, met duidelijke doelstellingen, verantwoordelijkheden en een duurzaam financieringsmodel voor opleidingen en certificering. Tot slot wijst het rapport op het gebrek aan actuele arbeidsmarktgegevens. Een betere koppeling van onderwijs- en arbeidsmarktdata moet ervoor zorgen dat opleidingen beter aansluiten op de vraag vanuit de economie. Ook adviseert de Wereldbank bestaande digitale platforms die werkgevers en werkzoekenden met elkaar verbinden, verder uit te bouwen. Volgens de Wereldbank kan Suriname met gerichte hervormingen en een intensievere samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven, de kansen op duurzame werkgelegenheid aanzienlijk vergroten.

