Kritische burgers worden nog steeds uitgemaakt voor tegenstanders van de regering. Het moment dat je een bepaald beleid of een activiteit van de regering bekritiseert, behoor je tot de tegenpartij. En zo gaat het dus ook binnen de politiek; ben je aan het ‘zeiken’ over de NDP, dan ben volgens haar van de VHP en ga zo maar verder. Een gezonde democratie leeft niet van applaus, maar van kritische vragen en of opmerkingen.
Er zullen altijd dingen zijn die niet gaan zoals de burgers graag zien en dan heeft de burger wél het recht, zo´n maatregel te bekritiseren. Maar in Suriname lijkt steeds vaker de indruk te ontstaan dat burgers, maatschappelijke organisaties en vakbonden die kritische kanttekeningen plaatsen over het beleid, worden gezien als tegenstanders van de regering. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Kritiek is geen aanval op de democratie of op een regering, ze is juist een van haar belangrijkste pijlers.
Wanneer een misstand wordt aangekaart, hoeft het niet zo te zijn, dat de criticus op politieke winst uit is. Ouders die protesteren tegen de kwaliteit van het onderwijs, vakbonden die vragen stellen over overheidsbesluiten, journalisten die het beleid kritisch volgen en burgers die transparantie eisen, vervullen allemaal een belangrijke maatschappelijke rol.
Het betekent niet dat ze dan tegen alles zijn, integendeel, zij houden de overheid scherp in de gaten en dragen bij een aan beter bestuur. Maar in de praktijk wordt kritiek nog altijd regelmatig afgedaan als politiek gemotiveerd of als een poging de regering te ondermijnen. Daardoor verschuift de aandacht van de inhoud naar de boodschapper. De vraag is dan niet langer of een probleem daadwerkelijk bestaat, maar wie het probleem aan de orde heeft gesteld. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, omdat daardoor wezenlijke kwesties op de achtergrond raken en een vijandige sfeer ontstaat.
Een democratische rechtsstaat vraagt juist om een overheid, die bereid is naar kritiek te luisteren. Dat betekent niet, dat iedere klacht automatisch terecht is of dat elke eis moet worden ingewilligd. Wel betekent het, dat signalen serieus worden onderzocht en dat bestuurders bereid zijn, verantwoording af te leggen over hun keuzes. Ook burgers dragen verantwoordelijkheid. Kritiek moet gebaseerd zijn op feiten en argumenten, niet op geruchten of persoonlijke aanvallen. Een volwassen democratie vraagt om een volwassen publiek debat, waarin verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan, zonder dat mensen direct als vijanden worden gezien en of bestempeld.
Juist in een periode waarin we voor grote uitdagingen staan, van economische hervormingen tot verbetering van het onderwijs en de gezondheidszorg, heeft de regering behoefte aan kritische burgers. Niet omdat deze kritische burgers of opiniemakers altijd gelijk hebben, maar omdat zij problemen signaleren die de overheid mogelijk over het hoofd ziet. Een regering die alleen luistert naar instemming, loopt het risico fouten te laat te ontdekken. En naar onze inziens vergroot een regering die ruimte geeft aan kritiek, juist haar eigen geloofwaardigheid. Democratie is immers geen systeem, waarin iedereen het met elkaar eens is, maar waarin verschillen van inzicht op een respectvolle en transparante manier worden besproken en gewaardeerd.

