De Confederatie voor Organisaties van Landsdienaren (COL) heeft minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, drs. Dirk Currie opgeroepen, uiterlijk 31 juli inhoudelijk te reageren op de financiële beheers- en rapportagekwestie rond IMEAO-2. Volgens de vakcentrale en het Syndicaat voor Onderwijsgevenden blijven belangrijke vragen aan het ministerie gesteld over het lopende onderzoek onbeantwoord, terwijl de recente publieke verklaring vanwege het ministerie juist nieuwe onduidelijkheden heeft gecreëerd.
In een brief van 28 juli, ondertekend door COL-voorzitter Hugo Blanker en algemeen secretaris Vivien Schattevo, verwijst de organisatie naar een rapport van het Syndicaat voor Onderwijsgevenden en eerdere kwesties, die al onder de aandacht van het ministerie zijn gebracht. De COL vraagt om een “aanvaardbare aanpak” van de situatie en verwacht dat het ministerie de noodzakelijke transparantie zal betrachten.
De brief volgt op uitlatingen van de heer Holband over het onderzoek naar de situatie op IMEAO-2. Volgens het Syndicaat roept die verklaring meer vragen op dan antwoorden. Holband erkende dat het ministerie al geruime tijd op de hoogte was van bestuurlijke problemen op de school. Hij stelde dat verschillende schoolleiders hadden aangegeven, dat IMEAO-2 moeilijk bestuurbaar was, waarna een Interim Management Team (IMT) werd aangesteld, om de rust en orde binnen de school te herstellen. Daarnaast gaf hij aan, dat het rapport van de afdeling Interne Controle inmiddels is ontvangen. Daarin zouden procedurele fouten zijn vastgesteld, maar geen aanwijzingen voor financiële malversaties. Tegelijkertijd verklaarde Holband, dat het ministerie nog wacht op het eindrapport van het IMT, voordat verdere bestuurlijke maatregelen worden genomen.
Volgens het Syndicaat valt juist die combinatie van uitspraken, moeilijk te rijmen. De organisatie vraagt zich af waarom het ministerie al conclusies naar buiten brengt, als het eindrapport van het IMT kennelijk nog noodzakelijk is voor de besluitvorming. Omgekeerd vraagt het Syndicaat zich af, waarom dat eindrapport nog moet worden afgewacht, als het rapport van de Interne Controle volgens het ministerie al voldoende duidelijkheid biedt. Daarbij wijst het Syndicaat erop dat het IMT tijdens een algemene bijeenkomst met het docentenkorps eerder zelf heeft aangegeven, dat het conflict tussen de schooldirecteur en de verificatiecommissie, niet tot zijn opdracht behoort. Volgens het IMT was het Bureau Interne Controle van het ministerie verantwoordelijk voor het onderzoek naar de gemelde onregelmatigheden. Hierdoor ontstaat volgens de onderwijsbond onduidelijkheid over de taakverdeling tussen beide onderzoeken en over de vraag, welk rapport uiteindelijk bepalend zal zijn voor de bestuurlijke besluitvorming.
De organisatie betreurt daarnaast, dat in de verklaring opnieuw de indruk wordt gewekt, dat de verificatiecommissie verantwoordelijk zou zijn voor het openbaar worden van de kwestie. Volgens het Syndicaat heeft de commissie juist melding gemaakt van vermeende onregelmatigheden nadat zij zich onvoldoende gehoord voelde via de daarvoor bestemde kanalen. Pas daarna werd het Syndicaat ingeschakeld om de belangen van de betrokken onderwijsgevenden, te behartigen.
Verder stelt het Syndicaat dat het ministerie tot nu toe geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de herhaalde schriftelijke correspondentie over de zaak. Terwijl via de media wel uitvoerig op het onderzoek wordt ingegaan, blijven de formeel gestelde vragen van de vakorganisatie volgens haar onbeantwoord.
De COL en het Syndicaat vinden dat de samenleving recht heeft op volledige duidelijkheid over de inhoud en reikwijdte van zowel het rapport van de Interne Controle als het eindrapport van het Interim Management Team. Ook willen zij inzicht in de onderzoeksvragen, de bevindingen en de gronden waarop eventuele bestuurlijke besluiten, worden gebaseerd. Beide organisaties blijven aandringen op volledige openheid van zaken en een inhoudelijke reactie van het ministerie op de eerder gestelde vragen.

