Op donderdag 16 juli, precies een jaar na de installatie van president Simons en vicepresident Gregory Rusland, stond men in De Nationale Assemblée stil bij het eerste regeringsjaar van dit kabinet. Tijdens de openbare vergadering kregen de verschillende fracties de gelegenheid, hun visie te geven over de prestaties van de regering. De coalitiepartijen spraken over meer rust en financiële stabiliteit, terwijl de oppositie vooral kritiek leverde op de stijgende criminaliteit, de hoge kosten van levensonderhoud en het uitblijven van zichtbare hervormingen. De fractie van Pertjajah Luhur maakte geen gebruik van de spreektijd.
Rabin Parmessar (NDP-fractieleider) sprak van een regering, die ondanks de moeilijke uitgangspositie in het afgelopen jaar, vooral vrede, harmonie en rust heeft gebracht. Volgens hem is de polarisatie, met name op etnisch gebied, afgenomen.
Hij stelde dat de regering zich vanaf het begin heeft ingezet, verlichting te brengen in de noden van de bevolking en noemde de schuldherschikking een noodzakelijke maatregel, om financiële ruimte te creëren. Parmessar riep het parlement op gezamenlijk op te trekken. “Daarin is geen plaats voor oppositie of coalitie, want het gaat om de toekomst van Suriname.”
Dew Sharman (VHP) stelde dat de regering een land overnam dat economisch en financieel, stabiliteit begon te vertonen, maar een jaar later is de samenleving nog steeds onzeker over de toekomst. ‘’De staatsschuld is verder toegenomen, de criminaliteit is gestegen en de buitenlandse betrekkingen, hebben nauwelijks vooruitgang geboekt’’, zei hij. Ook zei Sharman weinig terug te zien van de beloofde bestuurlijke veranderingen onder de slogan ‘Kenki a Systeem’. “Er zijn enkele stappen gezet, maar ik zal mij niet laten verleiden, tot het uitspreken van felicitaties”, aldus Sharman.
Jerrel Pawiroredjo (NPS-fractieleider) erkende dat er enkele positieve ontwikkelingen zijn, maar zich toch vooral zorgen te maken over de veiligheidssituatie. Volgens hem lijkt de overheid het gezag in het binnenland te verliezen door de toenemende criminaliteit, illegale goudwinning, drugshandel en gewapende overvallen. Daarnaast wees hij op een gebrekkige handhaving en een onduidelijk vreemdelingenbeleid. Pawiroredjo riep de regering op, duidelijk te maken, welke concrete maatregelen zij in het tweede regeringsjaar zal nemen om deze problemen aan te pakken.
Edgar Sampie (ABOP-parlementariër) feliciteerde de regering met haar eerste jaar, maar benadrukte, dat de verwachtingen van de samenleving, nog niet volledig zijn waargemaakt. Op basis van de geluiden uit de samenleving, zou het kabinet volgens hem momenteel een “lichte voldoende” krijgen. Hij riep de coalitie op, vast te houden aan de verkiezingsbeloften en de onderlinge saamhorigheid en eenheid te blijven bewaren. Volgens Sampie verwacht de bevolking meer, dan tot nu toe is gerealiseerd.
Ronny Asabina (BEP-fractieleider) noemde het kabinet historisch vanwege de installatie van de eerste vrouwelijke president van Suriname. Toch vond hij het nog te vroeg, de regering te feliciteren. Volgens Asabina blijven de hoge kosten van levensonderhoud een zware last voor veel Surinamers. Hij sprak de hoop uit dat de regering haar beloften zal waarmaken en dat de bevolking de komende jaren, daadwerkelijk verbetering in haar levenskwaliteit zal ervaren.
Steven Reyme (A20-fractieleider) sprak over een “goed begin”. Hij ziet vooral positieve ontwikkelingen op financieel gebied en zei dat er meer rust en vertrouwen in het land is ontstaan. Ook noemde hij de woningbouwprojecten, de uitgifte van kavels en grondpapieren als belangrijke prestaties van het eerste regeringsjaar. Eveneens wees Reyme op de aanhoudende problemen in het binnenland, de zorg, het onderwijs, de positie van militairen en het jongerenbeleid. Daarnaast pleitte hij ervoor dat de regering harder werkt aan de decentralisatie. Volgens hem is een goed begin slechts het halve werk en zal de regering de komende jaren moeten bewijzen, dat zij haar ambities daadwerkelijk kan waarmaken.

