Het besluit van de regering om de voorgenomen verkaveling van de FAI-gronden in Jarikaba stop te zetten, verdient waardering. In een land dat zijn voedselzekerheid wil versterken en minder afhankelijk wil worden van import, is het logisch, vruchtbare landbouwgrond te beschermen tegen verdere verstedelijking. Landbouwgrond is een strategisch bezit en moet in de eerste plaats worden ingezet voor voedselproductie en agrarische ontwikkeling.
Maar met dit besluit begint de discussie pas echt.
De vorige regering keurde een verkavelingsproject van ruim 23 miljoen Amerikaanse dollar goed en er werd zelfs gesproken over de mogelijkheid om het vliegveld van Zanderij naar Jarikaba, te verplaatsen. Over de strategische onderbouwing van deze plannen is echter nooit voldoende openheid gegeven. Welke belangen speelden hierbij een rol en waarom wordt de beleidswijziging van de nieuwe regering, zonder onderzoek daarvan genomen?
Ook de financiële gevolgen vragen om antwoorden. Er is sprake van een schuldenlast van meer dan twintig miljoen Amerikaanse dollar en de regering spreekt over nieuwe landbouwactiviteiten. Dat klinkt veelbelovend, maar roept ook vragen op. Hoeveel publieke middelen zullen hiervoor worden ingezet en welke garanties bestaan er voor een transparante uitvoering?
Daarbij komt de kwestie van de rechtszekerheid. Er zijn investeringen gedaan, contracten afgesloten en bestuurlijke toezeggingen gedaan. Suriname kan zich niet veroorloven een reputatie op te bouwen waarbij overeenkomsten afhankelijk zijn van welke regering aan de macht is. Dat zou niet alleen bestaande investeerders benadelen, maar ook toekomstige investeringen ontmoedigen.
Daarnaast blijft de vraag bestaan of deze gronden uiteindelijk bestemd zijn voor de vestiging van Mennonieten. De president verwees eerder naar landbouwgrond in de kustvlakte als mogelijke locatie. Hoewel de minister formeel ontkent dat er een overeenkomst bestaat, heeft de samenleving recht op duidelijkheid over wat wel en niet wordt besproken. Juist omdat dit onderwerp in het verleden veel maatschappelijke onrust heeft veroorzaakt, is volledige transparantie noodzakelijk.
Het behoud van de FAI-gronden is dus een goede eerste stap, maar onvoldoende op zichzelf. De regering moet nu openheid geven over de langetermijnvisie, de investeerders, de financiële consequenties en het tijdpad voor de ontwikkeling van het gebied. Alleen met heldere informatie en een betrouwbaar juridisch kader kan het vertrouwen van de burger, worden versterkt.
De boodschap is eenvoudig: landbouwgrond beschermen is verstandig, maar duurzaam beleid begint met transparantie.


