Hoewel beleidsmakers spreken van macro-economische stabiliteit en daarbij vaak verwijzen naar de relatief stabiele wisselkoers, deelt econoom Jim Bousaid die visie c.q. verwijzing, niet. In het radioprogramma ABC Aktueel stelde hij dat een stabiele wisselkoers op zich, onvoldoende is om te spreken van economische stabiliteit.
Volgens Bousaid is er weliswaar sprake van een stabiele wisselkoers en wordt door de minister gesproken over beperkte inflatie, maar hij stelde, dat de inflatie juist weer toeneemt. Daarbij verwees hij naar een artikel van de VES, waarvan hij de analyse onderstreept. “Er is inderdaad een stabiele wisselkoers en volgens de minister een beperkte inflatie, terwijl de inflatie juist aan het toenemen is. Er is een VES-artikel daarover verschenen, waar ik achter sta, waarin is aangegeven, dat je moet kijken naar de onderliggende dragers van die stabiliteit. Want je hebt stabiliteit op verschillende niveaus”, aldus Bousaid.
De econoom legde uit dat macro-economische stabiliteit uit meerdere onderdelen bestaat. Zo is er volgens hem sprake van budgettaire stabiliteit, wanneer de overheidsfinanciën duurzaam en beheersbaar zijn. Daarnaast noemde hij monetaire stabiliteit, waarbij evenwichtige monetaire verhoudingen moeten leiden tot een stabiele wisselkoers, rente en prijspeil.
Volgens Bousaid dienen deze ontwikkelingen op een marktconforme manier tot stand te komen, en niet als gevolg van valuta-interventies. Ook de betalingsbalans speelt volgens hem, een belangrijke rol. Daarbij moet er sprake zijn van een redelijke balans tussen export en import en moeten voldoende deviezen worden verdiend, om importen en schulden te financieren.
“Als er sprake is van een zekere evenwichtsstabiliteit bij deze drie pijlers, dan heb je algehele stabiliteit of macro-economische stabiliteit”, aldus Bousaid. Hij uitte daarnaast kritiek op de overheidsfinanciën. Volgens hem ontstaat er een vertekend beeld wanneer leningen als inkomsten worden meegerekend. “Dan kom je uiteindelijk op een begrotingstekort van 9,1 procent van het bbp, wat vrij hoog is.” Hij verduidelijkte dat een groot deel van de overheidsuitgaven, nog steeds wordt besteed aan schuldaflos-singen, subsidies en salarissen van ambtenaren. Daardoor blijft volgens hem weinig ruimte over voor nieuw beleid en investeringen in voorzieningen. “Daar ligt natuurlijk een risico, onevenwichtige dingen”, aldus Bousaid. Ook de monetaire situatie kwam aan bod. Bousaid stelde dat de monetaire verhoudingen momenteel te ruim zijn en verwees daarbij naar het meest recente rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). “Als je kijkt naar de monetaire verhoudingen, die zijn veel te ruim. Het IMF heeft in zijn recente rapport daar heel veel aandacht aan besteed, dat veel te ruim is. Dat de centrale bank veel actiever liquiditeiten uit de markt moet halen.” Volgens hem mag het argument dat Open Market Operations (OMO’s) veel geld kosten geen reden zijn om daarvan af te zien. “Het IMF zegt dat dit geen argument mag zijn, omdat er een hoger doel is met het monetair beleid.” Daarnaast pleit het IMF volgens Bousaid voor een verdere modernisering en versterking van het monetair raamwerk van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Hij stelde dat het huidige instrumentarium onvoldoende in staat is om de liquiditeiten, effectief te beheersen. “Want eigenlijk, als je er goed naar kijkt, is het monetair instrumentarium van de Centrale Bank op dit moment onvoldoende in staat om liquiditeiten te beheersen.” Bousaid verwees verder naar de discussie rond de OMO’s en de kritiek op de uitvoering daarvan. Daarbij noemde hij ook opmerkingen die hierover in De Nationale Assemblee zijn gemaakt.
Tot slot benadrukte Bousaid dat het IMF eveneens heeft opgeroepen tot verdere aanscherping van het monetair beleid en de instelling van een monetair beleidscomité. “De CBvS wordt opgeroepen om ook het monetair beleid aan te scherpen. Dat heeft het IMF ook gezegd. En er moet een monetair beleidscomité komen, want er moet een goede assessment plaatsvinden van de markt.”

