In de achteruitkijkspiegel is zelfs de NDP bereid, ruiterlijk toe te geven, dat het bestuur en de economie het meest ordelijk verliepen onder president Venetiaan. Het Kabinet van de President, destijds, paste op de foto als een voetbalelftal en de begroting was een afronding, ergens onder Binnenlandse Zaken. Tegenwoordig, kost een dergelijk clubje SRD 1,2 miljard aan belastinggeld. De rechterlijke macht vroeg om circa 600 miljoen SRD. Zij moet genoegen nemen met circa de helft daarvan, zoals het er nu voor staat. Met circa 300 miljoen SRD, moet de rechterlijke macht zich zien te bedruipen.
Het Kabinet van de President, aan de andere kant, mag op SRD 1,2 miljard rekenen. Drie tot vier keer zoveel, als wat deze regering voor de rechterlijke macht over heeft. De rechterlijke macht zelf, zit met de handen in het haar en gaat harde keuzes moeten maken, op een moment dat de instituten al broos en ondervoed zijn. Achterstanden, personeelstekorten, trage automatisering, het niet af kunnen ronden van managementprojecten voor verbetering van de kwaliteit en de dienstverlening, het verlies van goede krachten aan de private sector en aan het buitenland, tarten de leiding van het Hof van Justitie en van het Openbaar Ministerie al voordat deze tegenvaller bekend werd.
Tegelijkertijd heeft de coalitie wetsvoorstellen in behandeling, die erop gericht zijn de organisatie van de rechterlijke macht volledig om te gooien. Als lid Jones zijn College van Procureurs-Generaal krijgt, stijgen de kosten. De procureur-generaal die we hebben, behoort al bij de duurste krachten op de loonlijst van de staat. En hoewel de president vrij direct was in haar mening, dat het bedrag dat de procureur-generaal de staat kost omlaag moet, hebben wij als publiek nooit meer vernomen, of dat prijskaartje veranderd is.
Wie pinda’s wil betalen, mag apen verwachten. Waar men in het buitenland niet alleen afdoende middelen toekent om goede krachten te behouden, recruteert men actief de veelbelovende juristen die in overheidsdienst, in de particuliere sector, in de rechtswetenschap of in de togaberoepen, furore maken. Hoe moet de rechterlijke macht, die conservatief begroot heeft op behoud, onderhoud en het hoofd boven het water houden, doen aan talentretentie en aan talent scouten, als zij nu het doelwit is van diepe bezuinigingen.
En bezuinigingen waarvoor? Welke bijdrage aan de grondwettelijke taken van de president, heeft een duur en kostbaar kabinet, dat in de miljarden oploopt? Is de staatsinrichting verouderd, of vormt het college dat wij de Raad van Ministers noemen – niet in traditioneel politieke zin – vanouds ‘het Kabinet’ van een president? Als de vicepresident dan een eigen verzameling aan landsdienaren om zich heen heeft, die ook een ‘Kabinet van de Vicepresident’ genoemd moet worden, zijn die mensen dan niet het kabinet van het Kabinet? Belanden we in een wereld waar de chauffeur een chauffeur nodig heeft en de beveiliger en beveiliger? Wij kunnen deze kritiek ook niet weg laten wuiven met dat dit ‘niet iets van nu is’, wanneer beide kabinetaanvoerders, het volk gevraagd hebben om mandaat voor verandering. Als wij de rechterlijke macht laten verhongeren, terwijl wij de politici van de uitvoerende macht vetmesten, bewegen wij met onze portemonnee van een democratische rechtsstaat naar een superbureaucratie, geschoeid op partijpolitieke patronage.

