President Jennifer Simons heeft gisteren gedurende het tweede deel van het Nationaal Onderwijscongres benadrukt, dat onderwijs de meest effectieve en duurzame manier is om armoede te bestrijden en ontwikkeling te stimuleren. Het congres stond in het teken van het thema: ‘Educatie: de weg uit armoede naar groei en vooruitgang’.
Volgens Simons begint de strijd tegen armoede in elk huishouden met goed onderwijs. Zij stelde dat iedereen die de toekomst van Suriname wil veiligstellen, economische groei wil verankeren en vooruitgang wenst te brengen, tot in de gezinnen, moet investeren in onderwijs. “Onderwijs is de belangrijkste investering die een samenleving kan doen. Onderwijs vormt het fundament voor elke sector, voor de totale ontwikkeling van de gemeenschap en voor menselijke waardigheid”, aldus Simons.
Simons wees erop, dat de discussie over onderwijs verder moet gaan, dan alleen het overdragen van kennis en vaardigheden aan kinderen en jongeren. Volgens haar is het ook noodzakelijk kritisch te kijken naar de structuur en de geschiedenis van het Surinaamse onderwijssysteem.
Zij stelde dat het huidige systeem zijn oorsprong vindt in de koloniale periode en destijds vooral was ingericht om arbeidskrachten op te leiden en slechts een beperkte groep kansen op doorstroming te bieden. Hoewel er in de loop der jaren aanpassingen zijn gedaan, is volgens haar het fundamentele karakter van het systeem, nauwelijks veranderd.
De president benadrukte dat onderwijs niet alleen draait om vakken als taal en rekenen. ‘’Minstens zo belangrijk is de manier waarop kinderen worden behandeld en het respect dat zij ontvangen tijdens hun vormingsjaren’’, stelde Simons. Volgens haar speelt dit een belangrijke rol bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen, eigenwaarde en een positief zelfbeeld.
Simons wees erop dat bestaande hiërarchische structuren binnen de samenleving, ook in het onderwijs zichtbaar zijn. Zij riep volwassenen, waaronder leerkrachten, beleidsmakers en andere professionals op, kritisch naar hun eigen houding en gedrag te kijken.
Volgens haar moet onderwijs bijdragen aan wat zij omschreef als een “bevrijding van de geest”. Daarmee wees zij niet op een politieke benadering van dekolonisatie, maar op het versterken van het vermogen van mensen om zichzelf te waarderen, respecteren en te geloven in hun eigen mogelijkheden.
“Wanneer een kind merkt dat het waardevol is en met respect wordt behandeld, krijgt alles wat daarna wordt geleerd, een veel sterkere basis”, aldus de president. Zij benadrukte dat dit proces al begint in het gezin, wanneer jonge kinderen hun ouders observeren, en vervolgens wordt voortgezet in de schoolomgeving.
Simons benadrukte dat er nog veel werk moet worden verricht, maar dat deze verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij jongeren ligt. Volgens haar moeten juist volwassenen bereid zijn hun eigen houding tegenover elkaar en tegenover kinderen kritisch te evalueren. Als belangrijkste doel noemde Simons het realiseren van het best mogelijke onderwijs voor Surinaamse kinderen. Daarbij verwees zij naar succesvolle onderwijsmodellen uit andere landen, waaruit Suriname lering kan trekken. Eveneens benadrukte zij dat ook lokaal naar elkaar geluisterd moet worden om gezamenlijk tot oplossingen te komen.
De president zei dat de uitdagingen binnen het onderwijs groot zijn en dat het niet eenvoudig zal zijn. Toch sprak zij de overtuiging uit dat duurzame verbetering mogelijk is wanneer alle betrokkenen samenwerken. “Het pad naar beter onderwijs en een betere toekomst, kunnen we alleen samen afleggen”, aldus Simons.

