De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid, heeft verbetering beloofd bij de medicatievoorziening. Die moet beter beschikbaar en betaalbaarder worden. Na het vaste ‘vorige regering refrein’, volgde zijn couplet over de herstelmaatregelen. Geen van beide klonken erg geloofwaardig. Het is stuitend om te zien hoe de minister van Volksgezondheid, de aanhoudende crisis in de medicatievoorziening opnieuw probeert te sussen met nietszeggende kretologie en loze verwachtingen. De opsomming van ‘herstelmaatregelen’ – zoals het aanstellen van nieuw management en het gedeeltelijk aflossen van schulden – voelt als een pleister op een slagaderlijke bloeding. Terwijl de minister strooit met beloftes over internationale onderhandelingen, zwijgt hij in alle talen over de fundamentele pijlers van een gezonde bedrijfsvoering: transparante jaarverslaggeving, duidelijkheid over de werkelijke schuldenlast en helderheid richting crediteuren. Zonder transparantie over deze kritieke data, is elke uitspraak over ‘financiële versterking’ niet meer dan een politiek rookgordijn. Bovendien negeert de minister angstvallig de perverse structuur waarbinnen het Bureau Genees-middelen Voorziening Suriname (BGVS) moet opereren. Het blijft een onhoudbare spagaat om als staatsbedrijf tegelijkertijd als scheidsrechter en als speler op de markt te fungeren. Hoe kan men een eerlijke, efficiënte medicatievoorziening garanderen, als het BGVS enerzijds een politiek beschermd monopolie geniet, maar anderzijds moet concurreren met private importeurs die wél slagvaardig kunnen opereren? Dat dit systeem niet werkt, blijkt wel uit het feit dat zelfs de overheid haar eigen bedrijf niet tijdig van de broodnodige subsidie kan voorzien. Zolang de overheid de eigen subsidieverplichtingen niet nakomt en het monopoliemodel niet herziet, blijven de beloftes van de minister over ‘toegang tot noodzakelijke geneesmiddelen’ voor de burger holle frasen, die de bittere realiteit van tekorten en bijbetalingen niet veranderen. Een andere bittere pil is het gebrek aan een eenduidig beleid voor Volksgezondheid als geheel.
Terwijl het behoud van personeel, maatregelen tegen braindrain, de garantie van basismiddelen en apparatuur voor de bestaande ziekenhuizen dusdanig uitdagend zijn dat zittende ziekenhuisdirecteuren en coalitie-assembleeleden er aandacht voor vragen, blijft de regering lintjes knippen bij spoedposten.
Zo wordt alles dun uitgesmeerd en lijden bestaande instanties onder het gewicht van een groeiende bevolking en begrotingen en koopkracht die niet hard genoeg meegroeien.
Als er al begrotingen zijn. Deze regering regeert al bijna een half bestuursjaar zonder een begroting. Maar voor showprojecten en populistische uitspraken, is er altijd ruimte bij de partij van deze minister. Resultaat hoeven we op korte termijn niet te verwachten.

