LOYALITEIT BOVEN COMPETENTIE

Minister Marinus Bee schetst een beeld van bestuurlijke harmonie. Volgens hem, wordt beleid binnen het ministerie in gezamenlijk overleg uitgezet en uitgevoerd, ongeacht de politieke achtergrond. Dat zou zorgen voor ‘ownership’. Op papier klinkt dat aantrekkelijk, in de praktijk is het pijnlijk in strijd met de realiteit die door minister Diana Pokie wordt geschetst. Pokie spreekt openlijk over beleidsmedewerkers die niet kunnen schrijven en moeite hebben met basisvaardigheden op de computer. Medewerkers die, ondanks hun beleidsfunctie, onvoldoende toegerust zijn om de taken waarvoor zij zijn aangesteld naar behoren uit te voeren. Dit is geen detail of incident, maar een alarmerend signaal over de staat binnen het ambtelijke apparaat.

Dit is het onvermijdelijke gevolg, wanneer loyaliteit belangrijker wordt geacht dan competentie. Wanneer politieke nabijheid de doorslag geeft bij benoemingen, verdwijnt professionaliteit naar de achtergrond. Wat Pokie beschrijft is ernstig. Wat nog ernstiger is, is dat dit door anderen kennelijk als normaal wordt beschouwd. Moeten mensen die beleidsfuncties bekleden, niet degelijk geschoold zijn? Moet een beleidsmedewerker niet kunnen analyseren, schrijven, digitalisering begrijpen en uitvoeren? Dat zijn geen luxe-eisen, maar minimale voorwaarden. Zonder deze basis verwordt beleid tot papierwerk zonder inhoud en uitvoering tot chaos.

Het is ronduit absurd, wanneer ambtenaren aangeven, dat leidinggevenden met een middelbaar opleidingsniveau, leiding moeten geven aan medewerkers met een bachelorniveau. Dit ondermijnt niet alleen de hiërarchie, maar ook het respect, de motivatie en de effectiviteit binnen organisaties. Kennis en deskundigheid worden daarmee niet beloond, maar genegeerd. Minister Bee stelt dat er wordt gecorrigeerd, wanneer blijkt dat ambtenaren onterecht zijn bevoordeeld of gepasseerd. Dat klinkt goed, maar het roept de vraag op: waarom laten we het überhaupt zo ver komen? Correctie achteraf is geen beleid; preventie is dat wel.

Suriname kan zich deze bestuurlijke lichtzinnigheid niet permitteren. Beleidsontwik-keling en -uitvoering vereisen vakmanschap, ervaring en kennis. Zeker in een tijd waarin digitalisering, hervormingen en complexe maatschappelijke vraagstukken om professionele oplossingen vragen. De vraag die blijft hangen is heel eenvoudig: waar zijn we mee bezig, en waar willen we naartoe in dit land? Zolang loyaliteit zwaarder weegt dan bekwaamheid, blijven we rondjes draaien. Goed bestuur begint bij één fundamenteel principe, de juiste persoon op de juiste plek, niet de trouwste, maar de meest competente.

More
articles