HOEVEEL KEER MOET UNESCO AAN DE BEL TREKKEN?

UNESCO heeft Suriname opnieuw geschreven. Niet zo-maar een brief, maar een dringende waarschuwing over de ernstige en onomkeerbare impact die het nieuwe gebouw van De Nationale Assemblee veroorzaakt in het hart van de historische binnenstad. Het is een laatste waarschuwing, gestuurd op 27 november 2025, waarin de organisatie duidelijk maakt, dat Suriname op het punt staat zijn werelderfgoedstatus, die sinds 2002 zorgvuldig werd opgebouwd, te verspelen. Dat zou niet alleen een cultureel verlies zijn, maar ook een strategische fout met directe gevolgen voor toerisme, internationale waardering en ontwikkelingskansen.

Het is tragisch dat ons land dit niet serieus neemt en het naast zich neerlegt. Al in 2017 gaf ICOMOS een duidelijke technische review. Sinds 2018 dringt het Werelderfgoedcomité aan op overleg, ontwerpaanpassing en zorgvuldige besluitvorming. In 2021, 2023 en 2025 volgden aanvullende beoordelingen. Telkens werd geconcludeerd dat het DNA-gebouw de historische kern aantast en dat herziening noodzakelijk is. Toch duwden opeenvolgende regeringen, adviseurs en vooral de opdrachtgever DNA door, alsof werelderfgoed een decor is dat oneindig kan worden aangepast.

De ironie is dat de voordelen van de UNESCO-status de afgelopen twintig jaar voor iedereen zichtbaar waren. De internationale erkenning van Paramaribo als werelderfgoed heeft de stad geholpen om toegang te krijgen tot hoogwaardige restauratie-expertise en internationale technische ondersteuning. De status zorgde voor een hogere internationale zichtbaarheid, een betrouwbaar kwaliteitslabel dat zowel investeerders als toeristen aantrekt. Voor de economie betekende dit meer bezoekers, meer culturele evenementen en meer geloofwaardigheid bij ontwikkelingspartners. Voor de gemeenschap bracht het een gevoel van trots, identiteit en verbondenheid met een erfgoed dat uniek is in de wereld. En voor de overheid zelf functioneerde de status als een beschermende laag die slechte ruimtelijke keuzes moest voorkomen. Het behoud van de binnenstad was niet alleen een verplichting, maar ook een kans.

Die kansen lijken nu achteloos terzijde geschoven. In 2023 waarschuwde het comité dat het gebouw achter de gerestaureerde panden aan de Henck Arronstraat, een onomkeerbare aantasting betekende van de Outstanding Universal Value. In 2025 volgde opnieuw de dringende oproep tot stopzetting, herziening en een Heritage Impact Assessment. Toch werd de bouw, na een korte onderbreking in juli 2025, simpelweg hervat, omdat elke maand vertraging ongeveer een half miljoen euro zou kosten. Die redenering miskent dat het verlies van de UNESCO-status vele malen kostbaarder is dan elke maandelijkse bouwfactuur. Wie werelderfgoed opoffert voor tijdelijke besparingen, snijdt niet in kosten, maar in toekomstwaarde.

UNESCO stelt nu dat de bouw in wezen voltooid is en dat de aangebrachte wijzigingen minimaal zijn, ondanks jaren van waarschuwingen.

De foto’s van 27 oktober laten zien, dat het ontwerp vrijwel ongewijzigd overeind is gebleven. Wat ons nu rest, is een haastige uitleg die Suriname uiterlijk op 1 februari 2026 moet indienen.

Zonder overtuigende correcties, dreigt plaatsing op de ‘Lijst van Werelderfgoed in Gevaar’, een publieke vernedering die vaak voorafgaat aan schrapping. Dat betekent verlies van toeristisch momentum, verlies van internationale financiering voor restauratieprojecten en vooral verlies van het moreel gezag dat de binnenstad van Paramaribo jarenlang uitstraalde.

Hoe is het zover gekomen? Hoe kan een land dat zijn houten architectuur koestert, trots vertelt over zijn multiculturele geschiedenis en graag spreekt over duurzame ontwikkeling, zo gemakkelijk voorbijgaan aan het belang van een wereldwijd erkend erfgoedlabel? De binnenstad van Paramaribo is geen lege ruimte die opgevuld moet worden, maar een levend museum dat generaties heeft doorstaan. Zij vormt het kloppende hart van onze identiteit en is een van de weinige plekken ter wereld waar een dergelijke architectonische traditie nog zo intact is.

Suriname staat nu voor een keuze die verder gaat dan een gebouw en betrekking heeft op onze relatie met geschiedenis, identiteit en toekomst. De UNESCO-status is geen luxe, maar een investering in nationaal prestige, economische kansen en cultureel zelfbewustzijn.

More
articles