WITTE KERST IN SURINAME

December moet een maand van licht zijn, maar in Suriname kleurt het einde van het jaar opvallend vaak wit. Niet door sneeuw, maar door cocaïne. Terwijl elders kerstverhalen de gemoederen vullen, worden wij geconfronteerd met politie-invallen, achtervolgingen, internationale operaties en politieke rechtvaardigingen van dodelijk geweld. Het zijn stuk voor stuk signalen dat het Caribisch gebied steeds meer het speelveld wordt van de wereldwijde strijd tegen drugshandel, waarbij Suriname vooral onderwerp is en zelden auteur.

De scène bij het politiebureau Uitvlugt, leek rechtstreeks uit een misdaadfilm te komen. Een witte pick-up die met piepende banden het terrein opstuift, twee mannen die in paniek roepen dat ze worden achtervolgd, kogelgaten in het voertuig, wapens in de cabine en een enorme baal drugs in de laadbak. Bijna 525 kilo wit poeder, vermoedelijk cocaïne, goed voor ruim 26 miljoen euro op de Europese markt. Het beeld staat in schril contrast met de tijd van het jaar en versterkt een ongemakkelijke realiteit: Suriname blijft een logistieke schakel waar criminelen zich thuis lijken te voelen en waar de staat pas reageert wanneer het kwaad al onderweg is.

Terwijl Suriname probeert orde op zaken te stellen, woedt duizenden kilometers verder een heel andere strijd die ons toch raakt. De Amerikaanse aanval op een vissersboot op 2 september van dit jaar, blijft vragen oproepen, vooral omdat het nieuwe informatie regent die het officiële narratief steeds verder uitholt. Admiraal Frank Bradley zegt dat de lading mogelijk ergens op zee overgeheveld zou worden op een groter vaartuig met bestemming Suriname. Dat is geen detail. Het maakt Suriname onderdeel van een rechtvaardiging voor dodelijk geweld, terwijl die redenering wordt betwist door Amerikaanse experts zelf, die al jaren stellen, dat de smokkel via Suriname vooral op Europa is gericht.

Op de beelden die in Washington circuleren, is te zien dat de overlevenden na de eerste aanval zwaaiden naar iets in de lucht. Bradley erkent dat de boot was omgedraaid. Toch volgden er drie aanvallen, ook toen de mannen hulpeloos dreven. In Amerikaanse militaire handboeken staat duidelijk dat het doden van schipbreukelingen geldt als een oorlogsmisdrijf. Toch blijft het Pentagon zwijgen. En opnieuw komt Suriname in de slipstream terecht van een verhaal waarin anderen bepalen, hoe gevaar wordt gedefinieerd, welke routes bestaan en welke vijanden moeten worden uitgeschakeld.

De wereldwijde cocaïnehandel is gigantisch, versnipperd en gewelddadig. De Amerikaanse kustwacht onderschepte deze week zelfs meer dan 20.000 pond cocaïne, de grootste buit op zee in bijna twintig jaar. Dat spectaculaire nieuws overschaduwt vaak de fundamentele vraag die landen als het onze steeds opnieuw moeten stellen. Waarom blijft Suriname in internationale rapporten en operaties terugkomen als mogelijke schakel, zelfs wanneer de feiten niet altijd aansluiten bij de claims? Wat betekent het voor onze veiligheid, onze reputatie en onze burgers, wanneer buitenlandse strijdkrachten ons land gebruiken als argument in operaties waaraan we niet hebben deelgenomen?

Suriname verdient een eigen verhaal, geen rol in de bijschriften van andermans oorlogen. Dat begint met transparantie, met consequente wetshandhaving, met onwrikbare controle op havens, rivieren en luchtruim, maar vooral met leiders die niet wachten op incidenten om te reageren. Elke onderschepping, elk incident, elk diplomatiek geschil toont dat de strijd tegen drugs niet alleen een kwestie is van criminaliteit, maar ook van soevereiniteit.

Als er deze maand een witte kerst dreigt, dan is het een kerst die ons dwingt in de spiegel te kijken. Dat is geen verhaal van sneeuw, maar van moed, verantwoordelijkheid en politieke wil.

More
articles