De plotselinge ontheffing van meerdere directeuren binnen het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC), roept serieuze vragen op. Niet alleen bij betrokkenen, maar bij vrijwel iedere weldenkende burger. Want als bijna de volledige top van een ministerie in één beweging wordt verwijderd, mag de samenleving op zijn minst verwachten, dat de regering duidelijk maakt wat er precies speelt.
Het is uiteindelijk de president die benoemt en ontslaat. Dan is het ook aan hem om te verantwoorden en verklaren, wat tot deze maatregel heeft geleid. Een ontheffing wordt doorgaans pas ingezet, wanneer een werkrelatie zodanig is verstoord dat functioneren onmogelijk is. Maar uit niets blijkt, dat dit het geval is. Integendeel de maatregelen kwamen onverwacht. Juist dat maakt de situatie zorgelijk. Onverklaarde ingrepen op dit niveau, kunnen de bestuurlijke stabiliteit aantasten en maatschappelijke onrust veroorzaken. Burgers hebben nu vooral vragen: is dit het gevolg van veranderende beleidsinzichten? Is er sprake van interne spanningen? Of gaan we opnieuw richting het oude politieke patroon, waarbij functionarissen worden gemuteerd op basis van loyaliteit in plaats van prestaties? De omvang van de ingreep, maakt de stilte nog schrijnender. Het gaat immers niet om één directeur, maar om een reeks aan topposities: de directeur Algemeen Vormend Onderwijs, de directeur Hoger en Wetenschappelijk Onderwijs, meerdere onderdirecteuren en het hoofd van het Bureau Basis Onderwijs. Een bijna volledig ‘geraamte’ van het ministerie is in één dag weggehaald. Opmerkelijk genoeg gebeurde dit op dezelfde dag dat vakbonden en onderwijspersoneel protesteerden tegen bestuurlijke stagnatie binnen het ministerie. Toeval? Of een signaal van intern falend beleid, dat nu krampachtig wordt toegedekt?
Wanneer een regering kiest voor massale verschuivingen, moet zij ook kiezen voor transparantie, want onduidelijkheid voedt wantrouwen. Suriname heeft te vaak meegemaakt dat posten worden ingevuld, op basis van politieke kleur in plaats van deskundigheid. Precies daarom is openheid essentieel: om te voorkomen dat deze ingreep wordt gezien als een herhaling van het bekende machtswisselingsspel. Het gaat hier niet om een administratief detail, maar om het hart van ons onderwijssysteem. De samenleving heeft recht op uitleg. En het ministerie heeft recht op stabiliteit. De stilte van de regering is dan ook niet alleen onwenselijk, ze is schandelijk en onverantwoord.


