Opnieuw klinkt vanuit het hoogste politieke ambt, de oproep, dat “het stelen moet stoppen”. Ditmaal is het de president Jennifer Simons, die vier ministeries met name aanwijst, als zorgenkinderen. Het klinkt daadkrachtig, maar laten we eerlijk zijn: hoe vaak hebben wij dit al niet gehoord van opeenvolgende regeringen?
Corruptie, verdwenen voertuigen, dubieuze aanbestedingen en waardeloze gronduitgiftes en zo is de lijst van misstanden eindeloos. Het probleem is niet dat burgers of de president, deze zaken niet herkennen, het probleem is dat er nauwelijks gevolgen zijn. Telkens weer horen wij krachtige bewoordingen, maar zien wij geen structurele veranderingen of harde maatregelen.
Een oproep tot eerlijkheid zonder concrete daden, is niet meer dan een echo. Het creëert cynisme bij burgers die hun vertrouwen in de politiek al grotendeels verloren hebben. Want wat betekent, ‘het stelen moet stoppen’, als de verantwoordelijken niet worden vervolgd, als gestolen middelen niet worden teruggehaald, en als het systeem dat fraude en diefstal mogelijk maakt, intact blijft?
De vraag is niet of er gestolen wordt, dat weten we allang, maar waarom de machthebbers die het zien gebeuren, niet keihard ingrijpen. Waar blijven de audits, de gerechtelijke vervolgingen, de transparante rapportages? Het volk verdient meer dan woorden, het verdient daden.
Als president Simons werkelijk geloofwaardig wil zijn, dan moet zij de cirkel van herhaling doorbreken. Geen eindeloze waarschuwingen meer, maar concrete en harde maatregelen: corrupte ambtenaren uit hun functie zetten, dubieuze praktijken openbaar maken en gestolen middelen terughalen. Pas dan krijgt haar oproep gewicht. Tot dan klinkt ‘het stelen moet stoppen’ als een oude grammefoonplaat die is blijven hangen.


