Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning is tijdens het persmoment vóór de aanvang van de vergadering van de Raad van Ministers begin september, helder geweest over Santokhi’s Royalty’s Voor Iedereen (RVI) verkiezingsstunt: er wordt voorlopig nog geregistreerd, maar geen cent uitbetaald. Het is een doorn in het oog dat er in Paramaribo, nog steeds billboards hangen om de propaganda voort te zetten, terwijl inmiddels gebleken is, dat er geen enkele rechtszekerheid is voor de farce. Immers, als een nieuwe regering niet uitbetaalt, is het papieren zoethoudertje nooit van behoorlijke betekenis geweest. Op dezelfde manier waarop Santokhi’s grondconversie een voordeeltje van een paar maanden gebleken is, omdat het slordig populisme nooit tot wetgeving verheven is.
De realiteit is dat het haastwerk en de politieke solotours van de oud-president, niet ontsproten zijn uit een gedegen, doordachte ontwikkelingsvisie of een solide basis van constructieve, structurele economische vooruitgang voor iedere Surinamer op de lange termijn. Het waren onsamenhangende gokjes die gewaagd werden om de stemmen los te wrikken. Cynische pogingen om, per doelgroep en met minimale inspanning, wat persoonlijke voordeeltjes voor te houden, waarvoor een juridische basis, een statistische projectie en het doorrekenen van de gevolgen ontbraken. Zo is RVI gegaan van een landelijke belofte van ‘teruggeven’, terwijl in 2024 en 2025, het begrotingsgat gapend was, de koers onbeheersbaar was voor Santokhi en teruggeven niets meer dan podiumtaal bleek. Toen het eenmaal tijd werd om iets te laten zien van al de RVI-tamtam, werd een show op touw gezet met hoogbejaarden en bleek al snel, dat voorfinanciering vanuit de banken uit zou blijven en dat de belofte van een valutauitkering, zelfs door de marionet bij de enkele bank die wel mee wilde spelen, niet uitgevoerd zou worden.
Men moet met een fijne stofkam strijken door de analen van de politieke geschiedenis om een groter geval dan het kiezersbedrog van deze RVI-façade te ontdekken. Terwijl niet in te schatten valt hoeveel van de vijfenveertigduizend stemmen van Santokhi gebaseerd waren op twee beloften, die hij als voldongen feit paradeerde: grondconversie en RVI, maar waarvoor hij nooit de wettelijke grondslag in orde gemaakt heeft. Twee pennenstreken waren voldoende om af te rekenen ermee. De bedonderde kiezer gaat hier natuurlijk niet vrijuit: er is door verschillende deskundigen gewaarschuwd over de haalbaarheid, de uitvoerbaarheid en de juridische basis van beide initiatieven. Misschien leert het de kiezer om wat scherper te kijken naar kopstukken die onaantastbaar lijken, maar wier politieke koers zich door wisselvalligheid kenmerkt. Zo zou Santokhi het toneel verlaten als hij niet herkozen werd, om vervolgens alsnog te opteren voor de assembleezetel, die hij als verkozen kandidaat, tot op de dag van vandaag niet is gaan verzilveren, terwijl zijn partij en het college zelf, dit zonder consequenties toestaan en zelfs ‘leiderschap’ noemen.


