Voor bijna drie decennia was het politieke universum in Suriname vrij overzichtelijk. Het Front, Nieuw Front, V7 en al haar latere mutaties, waren de buitenlandgezinde, etnisch gecodeerde, ietwat saaie verkondigers van degelijkheid. En de revo-beweging, millenniumcombinatie en de NDP-plus varianten, waren de pseudo-revolutionaire, populistische helpende handjes van de ‘god-given’ oud-dictator.
Elk kamp had zijn handige ficties die weinig strookten met de werkelijkheid. De één predikte spaarzaamheid, de ander een sociale pakkettencultuur. De één noemde de ander een boef en profiteerde van één of twee schandalen, maar voornamelijk van een gebrek aan toezicht en bestuurscapaciteit, wat niet vreemd is voor populistische regimes.
De breuk tussen Santokhi en Rusland en de twee en een half jaar die Santokhi heeft gereserveerd om Rusland bij iedere gelegenheid te beledigen, te kleineren en te treiteren, hebben een einde gemaakt aan de echo van verbroedering. Het overlijden van Bouterse heeft een verdere complicatie gebracht.
De samenwerking tussen Rusland, die qua scholing en beleidsverantwoordelijkheid Santokhi als een origami-olifant opvouwt en in zijn zak stopt, en Simons, die niet van drugshandel, niet van massamoord en niet van het gewapend omverwerpen van een wettig gekozen regering beschuldigd kan worden, voelt onwennig en vreemd aan. Het is alsof een politieke aardverschuiving een ravijn veroorzaakt heeft in de tempel van politieke traditie.
Santokhi heeft een bestuurscultuur toegelaten die in niets lijkt op wat Lachmon en Sardjoe vóór hem toelieten. Van de verjaardagsviering voor SRD 3 miljoen tot LVV-materieel bij partijgenoten, en van het eindeloos rijden met een twintigtal presidentiële voertuigen: Suriname heeft nooit eerder zo een imperialistisch presidentschap gekend als onder Santokhi. Dan hebben we het nog niet gehad over de SLM-schandalen, Sabaku-schandalen en de vele misstappen die met een oranje gloed van corruptie, door de kiezer zijn weggestemd op 25 mei. De lijken tuimelen uit de kast. En wat roepen ‘nette mensen’?
Dat een NDP-regering zich maar bezig moet houden met Hoefdraad en met Kromosoeto. Dat de pot de ketel verwijt, dat men splinters ziet in oranje ogen, maar balken in paarse ogen overslaat en nog meer van zulke volkswijsheden. En toegegeven: het plaatje van goed en kwaad, van boeven en boevenvangers, is zo ingeworteld in het menselijke denken, door fabels, mythen, sagen, parabels en geschiedvertellingen, dat je bijna voor die logica valt.
Maar waar heeft het volk baat bij? Dat vijf jaar lang oranje geboefte de dans ontspringt? Of dat personen die men schaart onder het boevengilde, nu oranje boeven beginnen te vangen, terwijl een volgende regering paarse boeven mag proberen te vangen? Dan blijven er een stuk minder boeven over.
Simpel gezegd: hypocrisie is moreel dubieus, maar juridisch effectief. Iedereen die een wandaad af kan straffen met gevangenisstraffen, met het nagelen aan de schandpaal, maakt het kwaad in de wereld wat minder en wat kleiner. Een drang naar onmiddellijke gelijkheid is niet alleen naïef, het pleit werkelijke overtreders vrij. Zouden wij toe willen staan dat diefstal niet bestraft wordt, omdat roofmoord ook voorkomt? Waar wij voor moeten waken, is dat figuren met belang bij het behouden en genieten van wat zij hebben kunnen stelen van gemeenschapsgeld, ons als belastingbetaler komen vertellen, wie het wel of niet van ze af mag pakken.
Als onbetrouwbare figuren met ongure motieven andere onbetrouwbare figuren met ongure typen om onzuivere redenen op de vingers willen tikken, om populariteit en politieke macht, kan dat nog steeds stelen onaantrekkelijker maken als gevolg.
Er zijn geen heiligen in partijpolitiek. Er zijn geen onschuldigen in machtspolitiek. Een stelsel waarin paarse boeven oranje boeven met bewijs achter slot en grendel gooien en oranje boeven paarse boeven op hun beurt ook, is een beter stelsel dan waar alles in de doofpot beland.


