Zijin Rosebel Goldmines introduceerde onlangs zeven elektrisch aangedreven megatrucks op de mijnlocatie in Brokopondo. Een historisch moment, zo verzekerden di-recteuren, topmanagers en de president zelf. Deze trucks, aangedreven door zonne-energie, zouden jaarlijks zo’n 3,4 kiloton CO₂-uitstoot besparen. Het klinkt als een revolutionaire stap richting duurzame mijnbouw. Applaus, confetti, zonne-energie in overvloed, en een vleugje technologische magie, rechtstreeks uit China.
Maar laten we even kritisch zijn. Terwijl de speeches prachtig waren en de linten feestelijk werden doorgeknipt, rijst de vraag: wie rijdt hier eigenlijk op de lange termijn? De trucks zijn elektrisch, de milieuwinst wordt uitbundig ge-communiceerd, maar hoe zit het met local content? Vol-gens Zijin zijn er veel Surinaamse arbeidskrachten en wordt er gebruikgemaakt van Surinaamse producten en diensten. Mooie woorden, maar blijft de echte knowhow in Suriname hangen, of wordt deze trucktechnologie vooral als een exotische import met glimmend label ‘Made in China’ hier neergezet?
Wij vragen ons bovendien af, hoe lokale ondernemers hierop reageren. Bedrijven zoals Kersten, Fernandes, SEMC, Traverco, enz. die jarenlang hebben bijgedragen aan transport, onderhoud en dienstverlening, zien hun marktaandeel mogelijk slinken of zelfs verdwijnen. Suri-naamse bedrijven en lokale expertise worden naar onze mening, zwaar ondergewaardeerd, terwijl winsten, grondstoffen en belastingen grotendeels naar het buitenland vloeien. Is dit werkelijk ‘sustainability’ voor Surinaamse be-drijven? Of is het eerder een groene show voor de Chinese eigenaar met minimale voordelen voor de lokale economie?
Het lijkt een technologische parade: wij kijken, applaudisseren en knikken bewonderend, terwijl de trucks hun kilometers maken en de operationele kennis vooral bij het moederbedrijf blijft. Waar zijn de Surinaamse ingenieurs die straks kunnen zeggen: “Dat hebben wij gebouwd, dat hebben wij onderhouden, dat begrijpen wij volledig?” Het klinkt als een innovatieshow, waarbij de glans vooral in de presentatie zit en niet per se in de diepte van lokale betrokkenheid.
Toch ontkennen we niet dat het project belangrijk is voor duurzaamheid. Minder CO₂, lagere operationele kosten door zonne-energie en een groene stap in een sector die traditioneel allesbehalve groen was. Maar het echte succes voor Suriname: kennisopbouw, lokale productie en structurele werkgelegenheid, blijft voorlopig op papier staan.
Misschien wordt het tijd dat wij, naast het doorknippen van linten en het bewonderen van elektrische voertuigen, ook vragen: Wie houdt de sleutels echt vast? Wie profiteert van de technologische vooruitgang? En hoe zorgen we dat Surinaamse jongeren, vakmensen en ondernemers niet alleen toekijken, maar ook echt meeliften op deze groene revolutie?
Zijin Rosebel Goldmines zet een toon in duurzame mijnbouw. Laten we hopen dat Suriname er meer van overhoudt dan alleen glimmende trucks en goed klinkende persberichten. Anders blijven we enkel het publiek van een Chinese parade en dat is geen technologie, noch duurzaamheid, maar gewoon theater.


