Onze wetgeving kent een Hinderwet. In heel algemene bewoordingen wordt in de wet uit 1929, omschreven wat wel en niet mag, met name in woonwijken. De laatste aanpassing dateert van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Gas, dampen, chemicaliën, het slachten van vlees, houtzagerijen, smeden, alcoholstokerij en voedselverwerking worden onderworpen aan heel algemene regels, zoals een vergunningaanvraag, controle en een buurtonderzoek. In de praktijk kampt de samenleving met tal van uitdagingen.
Goud
Goudopkoop, goudopslag en goudverwerking vinden schaamteloos plaats in ons stedelijke gebied, terwijl daar geen enkele reden of noodzaak toe bestaat. De grondstof wordt echt niet aan de Johannes Mungrastraat of de Gompertstraat uit de grond gehaald. Het zijn zuivere logistieke en commerciële voordeeltjes die ondernemers ertoe drijven om in woonwijken en nabij scholen en ziekenhuizen, hun activiteiten te ontplooien. De regering, die met het toezicht belast is, mist de morele autoriteit om hard op te treden, omdat de belangen in goudwinning en goudexport niet enkel de sponsoren betreffen. Partijtoppers van zowel de coalitie als de oppositie, hebben zich verrijkt aan de branche.
Feestbussen en partycentra
De open en gesloten partybussen met dreunende muziek en luidruchtige feestgangers kunnen iedere route kiezen en zouden zelfs ongestoord door kunnen rijden op de rustige landelijke wegen of in de omgeving van de industrieterreinen. Toch kiezen zij ervoor om lang na middernacht, uitgerekend door buurten te rijden waar geen enkele commerciële activiteit plaatsvindt, zonder dat hen een strobreed in de weg gelegd wordt.
Eetgelegenheden en gedrag bezoekers
De barbecuetentjes, de foodstrips, de impromptu street parties weekend na weekend in de buurt van servicestations, veroorzaken behalve geluidsoverlast voor de omgeving, onnodig veel verkeersoverlast en veiligheidsrisico’s. Van brandgevaar tot geweldsincidenten vinden plaats, vanwege het feit dat de hinder die meekomt met het klein beetje omzet, niet gereguleerd wordt.
Maatregelen
De hinderregels moeten aangepast worden aan de tijd waarin wij leven. Ten eerste moeten vaste overtreders per branche duidelijk benoemd worden. Ten tweede moeten de belanghebbenden, de omwonenden en de instituten, nauwer en nadrukkelijker betrokken worden bij het vergunningsproces, met name bij het verlengingsproces. Ten derde moeten er concrete normen komen qua rook- en dampontwikkeling, verkeers- en parkeeroverlast, aantal decibellen, openingstijden, opleidingsniveau van personeel en maatregelen tegen klanten.
Wetshandhavers en rechters zouden niet terughoudend moeten zijn met het intrekken van vergunningen van overtreders die zichzelf verrijkt hebben door het kwellen en tergen van burgers. Zeker niet wanneer die burgers jarenlang tevergeefs van het kastje naar de muur zijn gestuurd door de verantwoordelijke instanties die onze wijken leefbaar zouden moeten houden.


