OVERHEID MOET ZICH DIEP SCHAMEN
Op 17 april van dit jaar gingen zeker vier woningen, waaronder wederom een deel van ons cultureel erfgoed, door een grote brand aan de Henck Arronstraat, verloren. Het had een haartje gescheeld of het historische pand van de Hendrikschool voor mulo-onderwijs, was ook in vlammen opgegaan. Schandalig gewoon dat een gehandicapte brandweer met behulp van een tankwagen van een particulier, de strijd met de enorme vlammenzee moest aangaan. Uiteindelijk werd de brand bedwongen.
Er is wederom een groot gat geslagen in een van onze oudste straten van Paramaribo. En dat allemaal door onachtzaamheid van een overheid en een zeer slechte beveiliging van haar eigen monumenten en kantoorgebouwen. Het is inmiddels duidelijk, dat de brand opzettelijk werd gesticht en dat er minstens één verdachte in hechtenis verkeert. Maar na de brand gingen particulieren, wier bezit in de vlammen verloren ging, ertoe over de puinhoop te verwijderen. Maar wie bleef wederom in gebreke en ruimde de overblijfselen van de brand niet op? De overheid heeft tot nog toe, de zaak ongemoeid laten liggen en voor eenieder is het duidelijk, dat hier maanden geleden de ‘rode haan’ flink heeft gekraaid. En terwijl de ruïne van lanti nog ongemoeid aanwezig is, is een onverlaat ertoe overgegaan, sloopwerkzaamheden en diefstal te plegen van rode bakstenen, die honderden jaren geleden als ballast op koopvaardijschepen vanuit Nederland werden aangevoerd en in de bouw werden gebruikt. Dus ook hier, bij een pand dat voor de brand, geruime tijd door het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting in gebruik was en waar naar verluidt, opzettelijke brandstichting heeft plaatsgevonden, die vervolgens is overgeslagen naar belendende gebouwen met het desastreuze gevolg. Een dief gaat er gewoon toe over, overgebleven historische delen van een afgebrand pand te verduisteren en dat kan allemaal zomaar. De politie zou door een voorbijganger en kenner van de historische waarde van deze rode bakstenen zijn gealarmeerd, maar die is zoals zo vaak en gewoonlijk, niet verschenen.

Inmiddels is een groot deel van de historische bakstenen stoep van het afgebrande gebouw gesloopt en stelselmatig weggedragen. We weten dat in opeenvolgende regeringen, cultuurbarbaren het voor het zeggen hebben gehad en daar schijnt tot nog toe, geen wijziging in te hebben plaatsgevonden. Schandelijker kan het eigenlijk niet. En dan denken we dat we op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO zullen blijven prijken. We kunnen het gerust vergeten. Op de boven afgedrukte foto is duidelijk te zien, hoe het bakstenen gedeelte van het afgebrande gebouw ervoor stond en wat de sloper en dief voor ravage heeft aangericht en dat kan allemaal in een land waar ‘anarchie’ steeds meer de overhand neemt.


