‘’Als je een grote NDP’er bent, maar je hebt staatsgeld gestolen, ga ik niet naar je kijken. Naar de procureur-generaal zal je gaan.” Deze woorden van president-elect Jennifer Geerlings-Simons, snijden hout. Het is het soort duidelijke, principiële taal, waar het volk al jaren op wacht. Geen gedraal, geen politieke loyaliteit boven gerechtigheid.
Gewoon keihard en duidelijk: wie steelt van de staat, wordt aangepakt ongeacht rang, kleur of partij. Het is een welkom geluid in een land waar corruptie vaak wordt weggemoffeld, waar vrienden van de macht hebbers zelden ter verantwoording worden geroepen, en waar het vertrouwen van de burger in het systeem, tot een dieptepunt is gedaald. Suriname is te vaak in opspraak geweest door een ‘zand-erover-beleid’, De ene regering wijst naar de vorige, doet zelf niets wezenlijks en beschermt haar eigen mensen in stilte of procedureel uitstel.
Maar president-elect Simons heeft nu een andere toon gezet.
Een no-nonsense houding, die zegt dat de wet voor iedereen geldt, en dus ook voor partijgenoten en invloedrijke mensen. Dat is niet alleen vernieuwend, dat is essentieel voor het herstel van het vertrouwen in bestuur en recht.
Toch moeten we ook eerlijk blijven, want woorden vormen nog geen beleid. De toon is goed, maar nu komt het echte werk. Want corruptie is vaak niet openlijk. Ze schuilt in netwerken, vriendendiensten, stromanconstructies, achterkamertjes. Het vereist politieke moed, om daar echt tegen op te treden, vooral als het mensen betreft, die dichtbij of in de partij staan, die campagnes hebben gefinancierd c.q. gesteund, of strategisch belangrijk zijn. De samenleving wil niet alleen sterke uitspraken, maar ook concrete daden. Als deze regering écht het roer wil omgooien, dan is dit het moment. De bevolking heeft genoeg van halve waarheden, politieke spelletjes en onschendbaarheid van godheden aan de de top. Echte verandering begint waar vriendjespolitiek eindigt.
De belofte van president Simons is krachtig, maar alleen als die belofte wordt verwezenlijkt, kan deze regering zich onderscheiden van de vorigen. Tot die tijd kijken we toe, want wie zegt: “Ik stuur je naar de PG”, moet ook laten zien, dat niemand buiten schot blijft.


