LOCAL CONTENT MOET RUGGENGRAAT VAN OLIE-INDUSTRIE BLIJVEN

De olie- en gassector in Suriname staat op een kruispunt. Terwijl de wereld zich langzaam opmaakt voor de energietransitie, komt ons land juist in een stroomversnelling terecht. De ontdekking van offshore olie brengt ongekende economische perspectieven, maar stelt ons ook voor een dringende vraag: wie gaat dit allemaal doen? Het is een ongemakkelijke waarheid die Staatsolie-topman Annand Jagesar on-langs onder woorden bracht: Suriname heeft een ernstig tekort aan technisch ge-schoold personeel. Meer dan vijftig technici zijn inmiddels vertrokken naar Neder-land. En hoewel slechts 7 procent van de beroepsbevolking beschikt over een bachelorniveau dat aansluit op de sector, blijft Staatsolie terecht vasthouden aan zijn local content-beleid. De wil is er. Maar is de capaciteit er ook?

De roep om een wettelijke verankering van local content klinkt al langer, maar Staatsolie houdt voet bij stuk. Geen wet, wel beleid. In plaats van bureaucratische regels, kiest het bedrijf voor bindende afspraken in productiedelingscontracten. Het uitgangspunt blijft: als lokale bedrijven en mensen het kunnen, dan krijgen zij voorrang. Dat is een standvastige keuze, maar die vergt een stevige inspanning van de hele samenleving.

Want laten we eerlijk zijn: het ontbreekt Suriname niet aan ambitie, maar aan infrastructuur, ervaring en schaal. Initiatieven zoals het Blue Wave Supplier Development Program en het NATIN Kopprogramma zijn waardevolle stappen, maar de kloof tussen klaslokaal en boorplatform is nog te groot. Wat nodig is, is een nationaal offensief om technisch onderwijs én praktijkervaring naar een hoger plan te tillen.

Daarom is het goed dat Staatsolie de blik richt op de regio. Trinidad, Mexico en Venezuela beschikken over decennia aan offshore ervaring en gecertificeerd technisch personeel. Door samenwerkingsverbanden aan te gaan en tijdelijke inzet van regionale specialisten mogelijk te maken, kunnen we leren en opbouwen. Maar dit mag geen sluipweg worden naar structurele import van arbeid.

De sleutel ligt in kennisoverdracht. Buitenlandse experts mogen geen vervanging zijn, maar coaches. Mentorprogramma’s, stageplaatsen, duale opleidingen – dát zijn de manieren waarop we ons lokale kader versterken zonder onze autonomie te verliezen.

De olie-industrie moet in Suriname wortel schieten. Niet alleen in de bodem, maar ook in de samenleving. Dat lukt alleen als we investeren in mensen. In jongeren die nu op de middelbare school zitten. In bedrijven die bereid zijn kwaliteit te leveren. En in partners die méér meebrengen dan alleen arbeidskracht – namelijk kennis en respect voor onze ontwikkeling.

De uitdaging is groot. Maar als we nu durven kiezen voor duurzame capaciteitsopbouw en regionale samenwerking met de juiste voorwaarden, kunnen we straks zeggen: deze sector is van ons. En dat is precies waar local content om draait.

More
articles