De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) stelt, dat het onmogelijk is om de economie los te zien van het bestuur. De scheidslijn tussen beide is flinterdun. Elke economische ontwikkeling is geworteld in een bestuurlijke keuze en elk politiek besluit heeft directe economische gevolgen. In een land als Suriname, waar overheid en economie intens met elkaar verweven zijn, wordt deze realiteit met de dag zichtbaarder.
Het financieel-economisch beleid wordt bepaald binnen een politiek-ideologisch kader. Welke belastingen er worden ingevoerd of verlaagd, hoeveel geld er gaat naar onderwijs, zorg en infrastructuur, hoe subsidies worden afgebouwd, dat zijn beslissingen die voortkomen uit de machtsverhoudingen in het bestuur. De VES benadrukt dat economische keuzes zelden puur economisch zijn; ze zijn een afspiegeling van prioriteiten, ideologie en soms zelfs electorale strategieën.
Neem de recente koersontwikkeling van de Surinaamse dollar. De inflatie en prijsstijgingen die burgers voelen in hun portemonnee, zijn niet enkel het gevolg van marktfactoren, maar ook van beleidskeuzes zoals verhoogde overheidsuitgaven, uitbetalingen aan contractanten en loonaanpassingen. Economen kunnen bij hun analyses niet voorbijgaan aan deze politieke realiteit, stelt de VES.
Een eventuele vervolgsamenwerking met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is een ander voorbeeld. Het is niet louter een financieel arrangement, maar een politieke beslissing die door een toekomstige coalitie genomen wordt, gebaseerd op ideologische uitgangspunten. De gevolgen voor de samenleving zijn groot: van begrotingsdiscipline tot sociale vangnetten, van wisselkoersbeleid tot institutionele hervorming. De VES waarschuwt ervoor dat zulke keuzes maatschappelijk draagvlak vereisen en goed onderbouwd moeten zijn.
Ook in sectoren als de landbouw is de hand van de overheid onmiskenbaar, benadrukt de VES. Investeringen, subsidies, markttoegang en financieringsmogelijkheden worden grotendeels via beleid gestuurd. De productiviteit van boeren en de concurrentiekracht van de sector, hangen dan ook samen met de politieke wil om duurzame ondersteuning te bieden.
Andersom beïnvloedt de economische situatie het bestuur. In tijden van recessie of hoge inflatie neemt het draagvlak voor het beleid af en groeit de maatschappelijke onrust. De protesten van 17 februari 2023 zijn daar een pijnlijk voorbeeld van. Volgens de VES, moeten economen in hun beschouwingen verder kijken dan de directe schade van plunderingen of protesten. De sociale frustraties, de huishoudfinanciën van burgers en het falende crisisbeleid vormen een essentieel deel van de economische analyse.
Ten slotte wijst de VES op de impact van corruptie. Wanneer middelen weglekken uit de staatskas door wanbeheer of belangenverstrengeling, blijft er minder over voor publieke investeringen. De economische schade van corruptie is reëel, maar wordt vaak niet zichtbaar gemaakt omdat onderzoek achterwege blijft of bewust wordt tegengewerkt. Zonder transparantie en goed bestuur, is duurzaam economisch herstel onhaalbaar.
Volgens de VES is het onmogelijk om de economische realiteit van Suriname te begrijpen zonder de bestuurlijke context mee te nemen. Bestuur en economie zijn onafscheidelijk. Wie beleidsmaatregelen wil beoordelen, moet niet alleen de cijfers analyseren, maar ook de politieke keuzes en bestuurscultuur die eraan ten grondslag liggen. Inzicht in deze verwevenheid is cruciaal voor wie Surinames uitdagingen en kansen, wil begrijpen.


