In de afgelopen dagen vormden de perikelen rond de ondertekening van het regeeraccoord van NDPplus de hoofdmoot van het binnenlands nieuws. Ronnie Brunswijk, voorzitter van ABOP, weigerde te tekenen omdat hij het kennelijk niet eens was met het aandeel dat ABOP werd toebedeeld. Twee dagen later kwam het bericht dat hij alsnog getekend heeft.
Gregory Rusland, voorzitter NPS, kan ondertussen zijn enthousisme niet op. We zagen hem in de jaren waarin hij de portefeuille van volkshuisvesting beheerde niet in het veld voor het bekijken en bespreken van de problemen en mogelijkheden van huisvesting, maar hij bracht vorige week een orientatiebezoek aan Staatsolie terwijl hij nog niet eens in functie is.
Deze verwikkelingen werpen hun schaduwen vooruit op de toekomst. De voortekenen wijzen richting turbulentie. Dit terwijl het land de grootste behoefte heeft aan samenwerking tussen politieke actoren om de immense complexe problemen van het land aan te pakken, milieu, klimaatverandering, overstroming, onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid.

Op social media stormt het van commentaar. Op facebook, een graadmeter van de collectieve koortsen en wanen in de samenleving, zijn er berichten te zien van mensen die ervan genieten dat de koning van Marowijne door de NDP een kopje kleiner werd gemaakt. Mogelijk juichen ze te vroeg. Er zullen nog tal van momenten komen waar Bruns-wijk het Simons erg moeilijk zal maken. Er zijn berichten van mensen die hoop hebben dat Jenny Simons een goede president zal zijn, die meer sociale bewogenheid en inclusiviteit zal brengen in het beleid. Sommigen halen daarbij het feit aan dat zij een vrouw is. Een kennis van me plaatste juichende berichten op facebook. Hij vindt het een stap voorwaarts in natievorming dat twee “gemengden” (Simons en Rusland) de topfuncties krijgen , en nog een stap verder dat we een vrouw als president krijgen. Daartegenover zijn er berichten van mensen die niet veel van Simons verwachten, deels omdat de problemen immens zijn en deels vanwege de politieke cultuur die haar gevormd heeft. Ik voeg daaraan toe: de inherente instabiliteit van de machtspolitiek die wij in Suriname met elkaar bedrijven.

De intrinsieke zwakheden van NDPplus
Zeker is wel dat het politieke vehikel dat de NDP geconstrueerd heeft nu al mankementen vertoont. De structuur en de dynamiek van deze coalitie kan gekscherend worden gekarakateriseerd als een van “Ronnie versus Greggie op schoot bijj Tante Jenny”. De twee belangtijkste partners van de NDP, namelijk ABOP en NPS, hebben beide intrinsieke problemen. De NPS verkeert in een morele crisis. De partij haalde, ondanks het binnenhalen van Milando Atompai en Diana Poki, minder stemmen dan bij de vorige verkiezingen. Daarbij komt dat Rusland niet garant kan staan voor het disciplinair stemmen van de Kandidaten die niet opgroeiden in de cultuur van de partij. De partij heeft met haar “nyun pasi” belangrijke delen van de stedelijke middenklasse van zich vervreemd. Intern is de partij zwak en slecht georganiseerd. ABOP is eigendom van één man. Toppers in de partij zijn niet happy met deze situatie maar hebben zich erbij neergelegd. Maar dat kan snel veranderen afhankelijk van omstandigheden. De NDP zelf is een reus met lemen voeten. Er lopen breuklijnen door de NDP. Wijlen voorzitter Bouterse hield het geheel bij elkaar. Het is de vraag of Jenny Simons dat ook kan. Zij heeft een imago dat middenklassers kan aanspreken, maar is niet echt het type waarnaar de mofina uitkijken. De mafia is niet echt happy met haar. De breuklijnen zijn door de omstandigheden tijdelijk minder duidelijk, met name door het vlak na elkaar volgen van veroordeling van Bouterse, zijn overlijden en de verkiezingen. De sentimenten daardoor opgewekt hebben voor het moment de onderliggende tegenstellingen overdekt. Of Jenny Simons in staat zal zijn het geheel op langere termijn bij elkaar te houden valt nog te bezien.
Zwak regeeraccoord
Het regeeraccoord dat op maandag 23 juni 2025 werd ondertekend is vaag en gaat niet in op de meest prangende vraagstukken van het land.. Het document is tekenend voor de haast waarmee men te werk gaat. Het document maakt niet duidelijk wat we concreet kunnen verwachten ten aanzien van goud, oil and gas, kwik, infrastructuur, enzovoorts. Men heeft haast, men wil zo snel mogelijk overnemen. De discussies over concretee maatregelen zullen daarna wel komen, zo denkt men. Voor een stabiele coalitie is het nodig dat partijen vooraf tot overeenstemming komen en daarna gaan regeren. Dat proces kan soms maanden duren. In Suiname gaan we eerst regeren en dan zien we wel verder. Dit is een recept voor politiek problemen. Vage woorden zoals “Goed bestuur” , “Decentralisatie” en “Burgerparticipatie” worden als hoofdpunten genoemd, zoals in vrijwel alle regeeraccoorden in het verleden.
Decentralisatie is een oude koe, die weer van stal wordt gehaald. Tijdens mijn leven heb ik nog geen regering meegenaakt die dit punt niet had in haar programma. Wel wordt het steeds in een ander ministerie ondergebracht, wat de ambivalentie van de politiek op dit punt illustreert. Decentralisatie waarvan? Wat wel en wat niet? Daarover is er nog lang geen consensus. Mijn idee is dat je pas kan decentraliseren als de centrale coordinatie en de politieke cohesie sterk is. Als er geen sterk centraal gezag is, gebaseerd op een brede maatschappelijke consensus, kan decentralisatie leiden tot fragmentatie, zeker in ons politiek en cultureel al zo erg gefragmenteerde land. Maar daarover een andere keer meer.
Blinde plekken
NDPplus wil de economie diversiveren, met name door meer ICT, landbouw en toerisme. Verder moet het milieu beschermd worden. Allemaal kreten die we al decennia van elke nieuwe regering te horen krijgen. Hoe wil je het toerisme, het milieu en de “landrechten van inheemsen” beschermen als je niet zegt hoe je de goudsector gaat ordenen? Over het adresseren van de nationale ramp van de goudsector wordt in het document met geen enkel woord gesproken. Deze issue is een grote blinde vlek in het document, en er zijn meer blinde vlekken. Er is geen oog voor kunst en cultuur. Het document spreekt van ICT en economische diversificatie maar niet over de bescherming van auteursrechten van Surinaamse kunstenaars en producenten.

Niets ook over de hot issues in de gezondheidszorg. Hoe de financiering van de zorg zal worden aangepakt (staatszorg of anders). Hoe de opleiding van medische specialisten (met name huisartsen) zal worden georganiseerd. Niets over de positie van verpleegkundigen en paramedische werkers. Niets over de integratie van alternatieve zorg. Aangaande internationale relaties wordt gezegd dat Suriname een grotere rol in de CARICOM moet gaan spele. Men spreekt ook van “aandacht geven aan de diaspora”, maar zegt niets over de relatie met Nederland.
Oil and Gas
Opmerkelijk is de passage over de olieindustrie. We moeten het doen met een waarschuwing (aan henzelf gericht?) dat Suriname moet waken voor “Dutch Disease”. Dutch Disease is een ziekte van de economie die ontstaat wanneer een land plotseling veel meer geld verdient door de ontdekking van olie of een andere natuurlijke hulpbron. De enorme toevloed van buitenlands kapitaal in die ene sector leidt tot verzwakking en verwaarlozing van andere sectoren en de verspilling van geld aan consumptieve zaken. Het zegt wat dat men zichzelf waarschuwt hiertegen. Ons kent ons. In Suriname lijden we trouwens al jaren, vanaf de bauxiethausse na de Tweede Wereldoorlog, aan een chronische variant van Dutch Disease. In de Surinaamse variant is er niet alleen sprake van verwaarlozing van andere sectoren, de andere sectoren kwamen nooit van de grond. Ze moeten nog uitgevonden worden..
De grootste blinde plek
Het grootste gemis dat ik ervaar in het reageeraccoord is dat er met geen woord gerept wordt over natievorming. Te midden van toenemende etnische polarisatie en sociale fragmentatie, in het zicht van enorme nationale uitdagingen (klimaat, armoede, ongelijkheid), is dat hard nodig. Geen woord ook over de verdere democratisering van de politiek, herziening van de grondwet en de wet op de politieke partijen. We moeten het doen met de belofte van “burgerparticipatie”, maar burgerparticipatie kan fascistische vormen aannemen zoals in Venezuela. Het kan ook betekenen de facilitering van districts-, dorps- en stam-potentaten die het systeem van clientelisme verder verfijnen. Men zegt de corruptie te gaan bestrijden, maar niets over de wet op de politieke partijen, terwijl daar juist de kiemen van corruptie worden gelegd. Niemand weet wie hoeveel geld geeft aan politieke partijen. Dat is een issue waar velen naar uitkijken. Politiek partijen worden gemanipuleerd door elkaar beconcurrende kongsi’s van kapitalisten. Leden hebben geen stemrecht in hun partijen. Alle partijen hanteren een systeem van “basic democracy” waarbij men vertegenwoordigers kiest die vervolgens weer andere vertegenwoordigers kiezen. Dit systeem wordt gemakkelijk misbruikt door de heersende kringen.

De onderliggende determinanten van de machtspolitiek
De vorming van de NDPplus coalitie wordt gedreven door krachten in twee velden: 1) strijd tussen elkaar bestrijdende kongsi’s van kapitalisten 2) etnische sentimenten, waarbij het laatste krachtenveld wordt gevoed vanuit het eerste. In de machtsstrijd tussen de kongsi’s is men gedurig bezig elkaar tegen te werken terwijl men tegelijkertijd probeert het machtsevenwicht te bewaren. Dit machtsevenwicht is sedert de jaren tachtig van de vorige eeuw verschoven naar de nieuwe rijken die opkwamen in de chaotische tijd van de militaire diktatuur. Veel van deze nieuwe rijken zijn Hindoestanen. Bepaalde Hindoestaanse kapitaalbezitters waren van alle groepen het best toegerust om in de tijd van de revolutie hun slag te slaan. Door de verstoring van het evenwicht, de opkomst van de Hindoestaanse kongsi, die nog werd benadrukt door de vorming van regering Santokhi, worden de andere kongsi’s naar elkaar toegedreven in hun streven het door hun gewenste evenwicht te herstellen.
Zero sum games
Dit is waarom ik zeg dat de vorming van deze coalitie niet de juiste weg voorwaarts is op dit moment. De zero sum games van de machtspolitiek (mijn winst is jouw verlies) leveren niets op voor het land. Wat we nu nodig hebben is de formulering van nationale doelen met betrokkenheid van alle belangrijke partijen en met organisaties in het maatschappelijk middenveld. Een Nationaal Congres. Daar zal voorlopig niets van komen, dus moeten we gebruik maken van wat er is. We moeten leren werken op de braakliggende verwaarloosde terreinen van de oude politiek. We moeten samenwerkingsverbanden maken die snijden door alle etnische geledingen, zaken die ons allen raken, zoals infrastructuur, ontwatering, wegen, kanalen en dijken, milieonderwijs, gezondheidszorg, de herverdeling van de verwachte oliedollars, maar nog het meest van al de herinrichtin van onze Republiek, om de culturele en materiele rechten van etnische groepen te garanderen en de democratie te perfectioneren.
Nationale doelen
De Republiek Suriname, als huis van vrije en gelijke burgers, is een ideal. Idealen worden zelden helemaal gerealiseerd, maar ze zijn daarom niet nutteloos. Als mensen een utopische visie met elkaar delen zullen hun handelingen daardoor weliswaar nooit helemaal overeenkomen met het gestelde idaal, maar zullen extreme afwijkingen van de afgesproken standaarden relatief weinig voorkomen.Idealen zijn richtsnoeren die ervoor zorgen dat de meeste beleidsmaatregelen in de buurt van de afgesproken standaarden blijven en dat maatregelen zeldzamer voorkomen naarmate ze extremer zijn. Democratische werkmethoden dienen om de middenweg te vinden, de middenweg die meestal de beste blijkt te zijn, zij het nooit helemaal ideaal. Wij zijn een land van immigranten. Zelfs de inheemsen zijn een immigranten geworden. Zij zelf migreerden niet, maar er werd hun een ander land onder de voeten geschoven. Zij werden vreemdelingen in eigen land doordat het land door vreemdelingen werd ingenomen. Het wezenlijke vraagstuk van het samenleven in een land van immigranten is hoe te zorgen voor landsvrede, een toestand van politiek welbevinden, orde en rust. Iedere persoon of groep moet een veilige ruimte hebben waarin men kan leven zoals men wil, natuurlijk zolang de algemene fatsoensregels en de wetten van het land niet worden overtreden. Een veilige habitat. Voor elk individu en elke culturele groep. Dat zijn zaken die niet top down kunnen worden opgelegd. Daarvoor is er voortdurend overleg nodig tussen alle belangengroepen om het best haalbare beleid uit te stippelen in de spanningsvelden tussen nationaal en particulier belang.
De oppositie
Jammer, dat de twee sterkste partijen, de NDP en de VHP, niet samenwerken. Ze kunnen elkaar goed partij geven in de strijd om het beleid. Ze kunnen elkaar in de gaten houden en zorgen voor deflatie van de etnische spanningen. Ze kunnen samen de maatregelen nemen die dit land hard nodig heeft zonder steeds te moeten zwichten voor chantage door wipplankzitters en speciale belangen. Maatregelen die NDPplus nooit gaat kunnen nemen, zoals blijkt uit de grote blinde plekken in het regeeraccoord. In een periode van relatieve stabiliteit kan er met meer vrucht gewerkt worden aan de ontwikkeling van nieuwe politieke werkvormen en kan mogelijk de al vele decennia levende wens van een echt politiek alternatief worden verwerkelijkt. Bij voortdurende onrust en polarisatie is werken aan vernieuwing niet goed mogelijk. Maar zoals de zaken er nu bij staan moeten we uitgaan van een parlementaire oppositie bestaande uit de VHP alleen. Ik ben benieuwd wat voor effect dit zal hebben op de relaties tussen de VHP en de buitenparlementaire oppositie en op de interne ontwikkeling van de VHP.
willemjanbakker95@gmail.com


