Karg en Lall luiden noodklok: illegale visserij zet sector onder druk

Jaarlijks verliest de visserijsector door illegale activiteiten op zee, mogelijk tientallen procenten aan opbrengsten. Vooral Guyanese vissers zouden herhaaldelijk zonder toestemming, Surinaamse wateren doorkruisen richting visgronden van Frans-Guyana. Dit bevestigen zowel de Surinaamse Seafood Associatie (SSA) als het Visserscollectief Commewijne. De economische schade is aanzienlijk en de roep om sterkere controle en regionale samenwerking, klinkt luider dan ooit.

Udo Karg, voorzitter van de SSA, schat dat de inkomsten in de legale sector met 100 procent kunnen toenemen, als slechts een derde van de illegale visserijpraktijken wordt teruggedrongen. “Dat zegt genoeg over de ernst van deze situatie”, stelt Karg in een schriftelijke reactie aan De West.

Karg wijst ook op het ontbreken van een structureel overlegkader met Franse en Guyanese visserijorganisaties. “De organisatiegraad aan Franse zijde is vaak wisselend, net als hun overheidsbestuur”, merkt hij op. Toch toont hij zich bereid om samen met de nieuwe regering te werken aan duurzame oplossingen. “Wij hopen daar gezamenlijk aan te kunnen werken.”

Volgens Karg is het vergunningenbeleid in Suriname gebaseerd op het Visserij Management Plan, dat jaarlijks wordt geëvalueerd. “Daar is op zich niets mis mee, mits evaluaties ook leiden tot concrete verbeteringen.”

De SSA heeft intussen een samenwerkingsrelatie met de Anton de Kom Universiteit en hoopt die verder te institutionaliseren in het curriculum. “Wij zijn van mening dat de vergunningsgelden, jaarlijks bijna een miljoen Amerikaanse dollar, gericht moeten worden aangewend voor wetenschappelijk onderzoek, versterking van de Visserijdienst en betere bescherming op zee.”

Ook Mark Lall, voorzitter van het Vissers-collectief Commewijne, bevestigt dat netdiefstal en intimidatie door buitenlandse vissers, veel voorkomen. “We houden geen officiële registratie bij, maar het gebeurt aan de lopende band”, zegt hij. “En bewijs leveren is moeilijk op zee. Je bent vaak alleen en er is geen toezicht.”

Lall schetst een onveilig beeld van de werkplek van de vissers: “Ze varen uit zonder enige garantie op bescherming. Als er iets gebeurt, is er zelden hulp in de buurt. Er zijn geen vaste noodprotocollen of directe interventie-eenheden op zee.”

De relatie met de Kustwacht noemt hij constructief, maar beperkt. “Ze hebben weinig middelen en kampen met onderhoudsproblemen. Dat maakt snelle interventie bijna onmogelijk.”

Volgens Lall is zijn organisatie wél betrokken bij beleidsvergaderingen, maar verwacht hij meer actie dan woorden. “We denken mee, maar controle blijft prioriteit nummer één. Zonder controle op illegale visserij en smokkel, zijn onze vissers vogelvrij.”

Wat betreft de signalen over smokkelroutes nabij de Braziliaanse kust nabij Amapá zegt Lall: “Dat zou best kunnen. Er zijn minstens vijf illegale routes ontdekt. Maar zolang er in Suriname onvoldoende controle is, kunnen we geen exacte patronen aantonen.”

Volgens hem zouden illegale routes zowel via Guyana als Venezuela kunnen lopen. “Meer controle in onze wateren is cruciaal. We moeten in staat zijn om in te grijpen zodra een boot zonder vergunning ons gebied binnenkomt.”

Lall erkent dat de spanningen op zee toenemen. “Als buitenlandse vissers in jouw vergund gebied komen vissen, dan voel je je bedreigt. Wij houden ons aan de regels, vragen alles netjes aan bij LVV, maar worden onvoldoende beschermd.”

Zeker in gebieden als Coppename en richting Nickerie, voelen Surinaamse vissers zich in de steek gelaten. “Daar varen boten zonder toestemming, en wij worden dan beperkt in onze eigen visgronden. Dat creëert wrijving.”

De sector kijkt nu met spanning uit naar het optreden van de nieuwe regering. Zowel de SSA als het Visserscollectief, roepen op tot investeringen in toezicht, wetenschappelijk onderzoek en internationale samenwerking. “Geef de visserijsector de plek die ze verdient binnen het economische beleid van Suriname”, aldus Karg.

More
articles