Fataal tekort aan kunst, filosofie en wetenschap
Ik zag op sociale media een stuk van politicoloog Hans Breeveld met de titel: “Verkiezingscampagnes, waar blijft jullie inhoud?”. Hij constateert dat de politieke partijen zich met veel fanfare en vlagvertoon zijn gaan registreren. Er zijn grote kosten gemaakt met het van heinde en verre mobiliseren van mensen om onder begeleiding van brass bands een formele handeling te verrichten die door twee mensen gedaan zou kunnen worden, namelijk het overleggen van documenten. Breeveld wijst er op dat ondertussen geen enkele partij een serieus beleidsprogramma heeft gepresenteerd. Hij zegt grappenderwijs dat de politiek wordt beheerst door een politieke partij die zich nooit registreert maar aan alle verkiezingen prominent deelneemt, de VTPT, de Vlaggen Petten T-shirts en Paraplus partij. Het stoort Breeveld dat geen enkele partij komt met duidelijke plannen om het leven van de burgers wat draagbaarder te maken. Geen enkele partij komt met de kiezers praten over hoe we met Oil and Gas moeten omgaan, een uiterst urgente zaak.

Oil and Gas is een hoofdissue bij de komende verkiezingen, maar niet op de manier waarop Breeveld bedoelt. Breeveld heeft het over een gesprek tussen politiek en burgerij over de mogelijkheden en de gevaren. Deze publieke dialoog ontbreekt. Het gebeurt achter gesloten deuren. Oil and Gas is hoofdissue voor de kongsi’s van kapitalisten, handelaren en hoge ambtenaren die elkaar de controle daarover bevechten. Maar voordat je Oil and Gas onder controle krijgt, moet je eerst de overheid controleren en dat doe je via de politieke partijen. Veel van wat er aan beweging is in politiek Suriname op dit moment moet bekeken worden in dit licht.
“The show must go on”
De ietwat ludieke analyse van Breeveld legt het kernprobleem van de politiek in Suriname bloot. Ik had een chat met een journalist over de “tarantula’s”, kapitaalbezitters die geld geven aan elke partij die kans maakt om in de regering te komen. Wie er ook aan de macht komt, hun belangen worden gediend. De journalist concludeerde treffend: “The show must go on”. Er is een verband tussen het ontbreken van waarachtige programma’s en de manier waarop politieke partijen gefinancierd worden. De etnische kiezer heeft politici gemakzuchtig gemaakt. Je hoeft helemaal geen prorgramma’s met mensen te bespreken, ze blijven toch door dik en dun op je stemmen. Daar gaan veel politici vanuit. Het is waar dat driekwart van de kiezers etnisch stemt, maar er zijn grenzen aan de etnische loyaliteit.
De grens van de machtspolitiek
De grens ligt bij de intellectuelen, bij mensen die kritisch kunnen denken omdat ze de taal van het land en een wereldtaal beheersen, die in staat zijn kuddegeest en groepsdunk te weerstaan omdat ze creatief zijn, die in and out of the box kunnen bewegen en van alle markten thuis zijn. Een intellectueel is belezen en houdt zich bezig met ideeen en ideologische concepten. Een intellecuteel is de hedendaagse versie van de Renaissance mens, zou je kunnen zeggen. Een man of vrouw van de wereld, thuis in kunst en wetenschap, met een brede belangstelling en een passie voor het ontdekken van de waarheid en die daarover met iedereen in gesprek wil gaan. Hij of zij schrijft graag ingezonden stukken in kranten en andere media.
Hans Breeveld is een van de weinige publieke persoonlijkheden die past in dit profiel van de intellectueel, een profiel dat ik vond in een boekje van de Groningse filosoof Lolle Nauta, “De factor van de kleine c. Essays over culturele armoede en politieke cultuur”. Een deskundige of iemand met een academische graad is nog geen intellectueel. Een taxichauffeur kan een intellectueel zijn, terwijl een chirurg dat niet hoeft te zijn (en vaak ook niet is).

In het essay “Achter de zeewering” bespreekt Lolle Nauta de rol van de intellectuelen in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Hij typeert het naoorlogse Nederlandse intellectuele klimaat als “provinciaal”. De oorzaak daarvan ligt volgens hem deels in het feit dat heel weinig mensen in de wijde wereld Nederlands spreken. Nederlandse kunstenaars en wetenschappers kunnen de werken van Amerikanen en Fransen lezen, maar hun werk wordt zelden vertaald in het Engels of het Frans. Een tweede oorzaak is volgens Nauta dat kunst, met name literatuur, filosofie en wetenschap in Nederland van elkaar gescheiden zijn. Als derde, belangrijkste, oorzaak noemt Nauta de maatschappelijke verzuiling die zo typerend is voor de Nederlandse samenleving.
Verzuiling
Verzuiling is de verdeling van de samenleving in verticale kolommen (zuilen) op basis van religie of levensbeschouwing. In Nederland waren de voornaamste zuilen die van de Protestanten, de Katholieken, en de Socialisten. Elke zuil had zijn eigen scholen en universiteiten, zijn eigen radio- en televisiestations, eigen politieke partijen, vakverenigingen, ziekenhuizen, sportverenigingen enzovoorts.
Verzuiling was een zachte vorm van apartheid. Mensen in verschillende zuilen bemoeiden zich relatief weinig met elkaar. “Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen” was een bekend gezegde uit die tijd. Het was een politieke cultuur (“polderen”) die tientallen jaren goed gewerkt heeft. De Nederlandse samenleving was stabiel en conflicten werden beheerst. Daar is de laatste jaren verandering in gekomen. De immigratie van grote groepen Indo’s, Surinamers, Turken en Marokkanen creeerde een nieuwe situatie. De ontmanteling van de verzorginsstaat verscherpte klassen- en regionale tegenstellingen. Sociale media verstoorde de cultuur van tolerantie die nodig was om de verzuiling te laten werken.
Nauta leeft niet meer. Hij heeft de ontrafeling van het oude zuilenstelsel niet meegemaakt. Hij had er geen goed woord voor over. Hij gaf de verzuiling de schuld van het lage peil van het intellectuele leven in Nederland. Ik vraag me af of hij er nu, in het zicht van de multipele polarisaties in het hedendaagse Nederland, wat positiever over zou oordelen.
Culturele en politieke armoede
Nauta vond dat de intellectuele Nederlander door de cultuur van de verzuiling werd geremd in zijn ontwikkeling omdat men voor de lieve vrede riskante discussies uit de weg ging. De in het zuilensysteem geinstitutionaliseerde tolerantie vereist een instelling van cultuur-relativisme. Men dient geen enkele cultuur beter te vinden dan een andere. Alle hebben evenveel bestaansrecht.
Volgens Nauta waren er in de zuilencultuur twee regels waaraan de kritische intellecuelen zich moesten houden: 1) Je mag je niet met een bepaalde zuil identificeren, en 2) Je moet het zuilensysteem respecteren en heftige confrontaties vermijden, en zeker geen felle kritiek uiten op wantoestanden in een of andere zuil.
Nauta leefde in de nadagen van het zuilensysteem en was getuige van de verstarring die in het verouderde systeem optrad. De taboe op kritiek, de attitude van Leef en Laat Leven, zag hij als oorzaak van de provinciaalse stagnatie en de armoede van het Nederlandse culturele leven. Zoals ik al zei. Ik vraag me af of hij er nog steeds zo over zou denken als hij had kunnen zien in wat voor toestand Nederland vandaag is beland.
Zuilen in Suriname
Ik vind de observaties van Nauta bijzonder relevant voor ons in Suriname. Ook wij leven in een zuilensysteem en we kunnen volgens mij het een en ander leren van hoe het in Nederland ging. De eerste les is dat verzuiling een manier kan zijn voor het bewaren van de landsvrede. Iets waaraan we in Suriname op dit moment grote behoefte hebben. De kracht van het zuilenstelsel lag in het beginsel van “Baas in eigen huis”. Elke culturele groep had een grote mate van vrijheid om onderwijs, media en gezondheidszorg naar eigen cultureel inzicht te regelen. Dit maakte het Nederlands politiek bestel na de oorlog stabiel. Misschien iets om over na te denken in verband met herziening van de grondwet en de staatsinrichtingies
De Surinaamse intellectueel wordt net als zijn Nederlandse counterpart geremd door de cultuur van verzuiling onder het motto van “Eenheid in Verscheidenheid”. Moeilijke discussies over natievorming en zelfbeschikingsrecht worden vermeden. Er wordt niet gesproken over de grondenrechten van de inheemsen, althans niet op een wijze die respect toont voor historische rechten. De aanpak leidt tot meer conflict en helpt niet de nationale saamhorigheid te versterken. Punt is, de intellectuelen laten het afweten. Wantoestanden in etnische groepen worden niet aan de kaak gesteld. Ook kwam er nooit een brede maatschappelijke discussie over bijvoorbeeld het conflict tussen een christelijke gemeente en het tradtioneel gezag van de Saramaccaners over het begraven van een overleden voorganger op zijn missiepost. Onze rechtsfilosofen laten het afweten.
Het surinaamse culturele leven blijft onderontwikkeld doordat mensen in zuilen leven. Ook literatuur en andere kunsten blijven achter door het ontbreken van interculturele communicatie. Het culturele leven speelt zich af in etnische domeinen. Elk met zijn eigen conventies.
Ook de wetenschap blijft onderontwikkeld doordag er geen samenwerking is tussen kennisdragers van verschillende culturele achtergronden. Ik denk hier aan de ontwikkeling van de geneeskunde in samenwerking met natuurgenezers.
Anti-intellectualisme in de politiek
De Surinaamse intellectueel wordt belemmerd door de anti-intellectuele sentimenten die er in de politiek heersen. Er zijn weinig intellectuelen die zich publiekelijk profileren in de politiek. Hans Breeveld is een van de weinigen. Deels kan dit ook komen doordat politiek een slechte naam heeft. Wijlen Frank Essed, een van de grootste intellectuelen die ooit actief was in onze politiek, adviseerde de jonge, na zijn studies naar Suriname teruggekeerde Ed Neus, om niet in de politiek te gaan.

Ik kan me herinneren dat de spreuk “Leeri ne pur don” vaak gebrukt werd door aanhangers van Jopie Pnegel in de tijd dat hij zich verdedigde tegen de linkse doctorandussen die volgens hem met “vreemde ideologieen” vanuit Nederland terugkeerden naar Suriname. Het is een spreuk die nog steeds populair is, vooral bij ongeletterden met politieke ambities. De politieke cultuur van Suriname is anti-intellectueel. Men heeft het wel vaak over “deskundigen”, maar deskundigen zijn nog geen intellectuelen.
Volgens Nauta is het belangrijkste kenmerk van de intellectueel een “hartstocht voor publieke debatten”. Hij stelt ronduit: “Wie niet van discussieren houdt, is geen intellectueel”. Het tweede kenmerk van een intellectuelen is dat zij niemand willen uitsluiten. Iedereen is welkom bij de debatten. Een derde kenmerk is een passie voor onderzoek naar de waarheid en een bereidheid om de resultaten van onderzoek te accepteren ook als ze indruisen tegen de eigen materiele en geestelijke belangen.

Deze aard van de intellectueel staat haaks op de cultuur van de politieke partijen in Suriname, waar zaken top down in directiekamers worden besloten. De afwezigheid van programma’s bij deze verkiezingen zoals geschetst door Hans Breeveld, is het gevolg van het ontbreken van de intellectuelen in de politiek. Het hele politieke leven lijdt onder het gebrek aan voortzetting van de intellectuele tradities die door vorige generaties zijn ingezet. Denk aan Frank Essed en Jnan Adhin, aan Trefossa en Shrinivasi, en vele anderen, die over natievorming dachten en schreven. De militaire diktatuur en het kapitaal hebben onze geest vernietigd. Populisme en anti-intellectualisme gaan hand in hand.
Hoe brengen we het intellect terug in de politiek? Hoe brengen we de maatschappelijke discussies op gang tussen intellectuelen van verschillende culturele tradities? In de eerste plaats: wie kan spreken, spreek, wie kan schrijven, schrijf. Gooi de markt van ideeen open. Organiseer debatten over nationale issues en betrek iedereen daarbij. En leg in het onderwijs de nadruk op taal, op alle niveau’s. Open de wereld van de geest voor de jeugd. Betrek kunstenaars, filosofen en wetenschappers bij de beleidsvorming in de politiek. Dat kan alleen in een milieu van vrijheid en gelijkheid. De politieke partijen moeten intern democratiseren. Wat er nu gebeurt is voordegekhouderij. .
willemjanbakker95@gmail.com


