Suriname staart de onvermijdelijke ijsberg in de ogen: het belandt op een of meer zwarte lijsten die met witwassen en financiering van terreur te maken hebben. We zullen voor het gemak even het punt parkeren dat zulke lijsten naar hun aard, een samenraapsel van willekeur en geopolitieke machtspelletjes zijn. De één zijn vrijheidsstrijder is de ander zijn terrorist en in een wereld van Oekraïne-Rusland conflicten, Kashogi verminkingen, Zuid-China Zee, Taiwan spanningen en Hamas-IDF dodentallen, kun je tot de laatste stuiver giraal van herkomst voorzien en alsnog voor ‘verkeerde vrienden’ in het strafhoekje belanden.
Desondanks rennen we kwispelend als het afgericht neo-koloniaal hondje naar het zoveelste globalistisch bancair baasje en vragen wij kwispelend aan welke wetgeving wij nu weer moeten voldoen voor het hondenbrokje van toegankelijk bankverkeer. En mogen voor stevige USD honoraria wat functionarissen in Suriname doorgeefluik spelen tussen het grote buitenland en de rubberen stempel van De Nationale Assemblee. Voor een papier producerende fabriek aan compliance tijgers, die slapend worden doorgeschoven naar handelsbanken en cambio’s om met een stapel aan papieren vermomming, de oncomfortabele feiten weg te moffelen.
Feit nummer één: dat wij qua georganiseerde drugsmisdaad stevig in de top twintig van de meeste internationale lijsten voorkomen, of het nu gaat om gewicht van vangsten, waarde van verhandeld product of corruptiegraad van instituten. Niet slecht voor een bevolkingtal en een brutonationaal product buiten de top honderdvijftig.
Feit nummer twee: dat in vier jaar Santokhi en in tien jaar Bouterse, ondanks de kilo’s aan nieuw wetgevingspapier en de tientallen duizenden aan valuta die in de compliance werkgelegenheidssector (CBvS, ministerie van Financiën en Planning, handelsbanken, pensioenfondsen, juristerij, verzekeraars) omgaan aan non-productie voor de financiële sector zelf er niet één letter op papier aan regelgeving bijgekomen is, om te vergemakkelijken dat de gewone burger een bankrekening kan openen of geld, zelfs SRD’s kan storten.
Feit nummer drie: met al de vele kilo’s aan papierwerk, om het blacklist spook te ontduiken, kunt u zich niet één witwasveroordeling van een beroepswitwasser voor de geest halen.
Natuurlijk plakt het Openbaar Ministerie aan corruptievervolgingen, drugsvervolgingen of mensenhandel, de strafverzwarende bonus van witwassen. Tot slot moet verdiend geld ergens heen en als de georganiseerde misdaad en de georganiseerde invloednetwerken, van tijd tot tijd een bloedoffer afstaan, van een verouderende of slordig wordende collega, dan is dat een makkelijk vinkje op de lijstjes die internationaal ingeleverd moeten worden. Maar u heeft uw tweedehandse auto gekocht bij een witwasser, uw romig schuimende koffie getapt bij een witwasser en uw wasmachine laten inklaren door een witwasser. Althans, de vertaling van de statistieken van de National Risk Assessment, verzekeren vrijwel zeker dat dat het geval is. Er is een witwasser vertegenwoordigd in de raad van commissarissen van uw bank en hij belt persoonlijk en na sluitingstijden met een directielid. Vraag dat maar aan uw bankcassière, een groot geheim is het niet. Dat is waar de hele ‘sigaretmoni’ ruzie met het Nederlands Openbaar Ministerie om gaat.
Maar u heeft nog nooit gehoord van een naam of gezicht, dat wij op onze voorpagina zonder balkje voor de ogen mochten voorhouden aan u, lezer van Keerpunt, omdat er succesvol een gevangenisstraf aan de beroepswitwassers, en het zijn er veel, is opgelegd.
En na een covid-uitzondering. Een ‘nieuwe wetgeving is bezig’ uitzondering. Een ‘steun die frisse regering’ uitzondering lijkt het nu echt tijd, dat de internationale beoordelende instanties vers bloed aan het zwaard van Vrouwe Justitia willen zien. Het is de harde aanpak van de zwarte lijst voor Suriname.